4 mei 2009
Compact bouwen
- STAP 1
- Compact bouwen
- Isoleren
- HR++ glas
- Kierdichting
- Gebruik en beheer
- STAP 2
- Daglichttoetreding
- Zonnecellen
- Zonneboiler
- WKO
- Bodemwarmtewisselaar
- STAP 3
- Apparatuur
- HR-ketel
- Warmtepomp
- WKK
- Lage-temperatuurverwarming
- Betonkernactivering
- Gebalanceerde ventilatie
- Zelfregulerende roosters
- Klimaatplafond
- Douchewaterwarmteterugwinning
Bij compact bouwen zorg je voor een zo gunstig mogelijke verhouding tussen verliesoppervlak (buitenoppervlak) ten opzichte van gebruiksoppervlak. Dat kan door de buitenschil zo klein mogelijk te houden ten opzichte van de gebouwinhoud, of door te zorgen voor weinig verlies via het buitenoppervlak (zoals bij een huis dat ingeklemd staat tussen twee huizen die verwarmd worden). Bijvoorbeeld: vrijstaande kleine bouwwerken zijn niet compact. Een afzonderlijke woning uit een flat die rondom door andere woningen wordt ingeklemd is een zeer compacte woning. Maar ook een flatgebouw is meestal compact te noemen.
Bufferzones
Een deel van het verlies kan je ook tegengaan met bufferzones. Als een warm vertrek (een ruimte die veel/permanent wordt verwarmd) grenst aan een ander vertrek met een wat hogere temperatuur dan de buitenlucht bespaar je energie. Denk aan serres, aangrenzende onverwarmde ruimtes zoals een berging, maar ook aan kruipruimtes.
Let wel: een extra ruimte zoals een serre moet ook wel een extra truimte blijven. Zodra bewoners (bijvoorbeeld omdat de warme ruimtes te klein zijn) de serre bij bijvoorbeeld de woonkamer gaan trekken, gaan ze die ruimte ook permament verwarmen. Dan is het energiebesparende effect weg. Sterker nog: dan kost de ruimte extra energie.
Verder lezen
Webpagina over serres op www.milieucentraal.nl
Website over Zonnehaardwoningen in Valkenburg
Publicatie Grote glasoverkapte ruimten – atria, serres, passages; P. Blesgraaf e.a., uitgave SenterNovem te Sittard, 1996






