Aanbieding BENG-rapporten aan minister Blok

Dit artikel bevat mogelijk verouderde BENG-informatie. Kijk hier voor de actuele berichtgeving over BENG.
 

beng-tekeningenIn het kader van het Lente-akkoord programma ZEN (Zeer Energiezuinige Nieuwbouw) hebben de partners van het Lente-akkoord het afgelopen half jaar verkend wat de voorlopige BENG-eisen voor nieuwbouwwoningen inhouden. Hiertoe zijn in twee themagroepen met deelnemers uit de geledingen van Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM en NVB de (on)mogelijkheden van BENG-woningen en de financiële consequenties onderzocht. Deze rapporten zijn op vrijdag 16 september met een oplegbrief aan minister Blok aangeboden.

De verkenning heeft de vier brancheverenigingen in het Lente-akkoord (Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM en NVB) in staat gesteld om uitgebreid kennis te maken met de BENG-methodiek. De deelnemers aan de themagroepen verklaarden na afloop unaniem dat zij positief zijn over de BENG-methodiek als vervanging van de EPC. De methodiek staat daarom wat de partners van het Lente-akkoord betreft niet meer ter discussie.

Wel kwam er tijdens de verkenning een knelpunt aan het licht. Dit punt is door de onderzoekers in beide rapporten verwoord en werd ook door deelnemers als groot zorgpunt gesignaleerd. Het betreft de hoogte van de eis voor de eerste BENG-indicator (betreffende energiebehoefte) bij specifieke woningtypen. Gezien de uitkomsten van bijgaande rapporten, vragen we de minister om de eerste BENG-indicator voor woningen in de categorie appartementen, vrijstaande woningen en woningen met een ongunstige schilverhouding (éénlaags, patio, etc.) minder zwaar te maken en de voorlopige eis van 25 kWh/m2 voor energiebehoefte voor deze woningtypen iets naar boven bij te stellen. Een bijstelling naar 30 of 35 kWh/m2 zou voldoende moeten zijn.

Een projectvoorbeeld om dit te verduidelijken betreft 8 éénlaagse hoekwoningen in houtskeletbouw. Deze aardbevingsbestendige NOM-woningen met een EPC van -0,24 worden in Groningen gebouwd. Om deze hoekwoning BENG te maken dient alleen de eerste BENG-indicator (energiebehoefte) nog verbeterd te worden. De overige twee BENG-indicatoren voldoen ruimschoots met resp. -24 kWh/m2 en 131%. De eerste BENG-indicator, de energiebehoefte bedraagt (met een gebouwschil niveau Bouwbesluit en balansventilatie met CO2) 50,6 kWh/m2.

Om deze woning onder de 25 kWh/m2 te krijgen moet de u-waarde van het glas van 1,4 naar 0,8 triple en de luchtdichtheid van 0,4 naar 0,15 en de schilisolatie naar 6,0 voor vloer, 9,0 voor gevel en 12,0 naar dak. De maatregelen om van ca. 30 naar 25 kWh/m2 te komen tikken financieel zwaar door, maar leveren eigenlijk nauwelijks nog iets op.

De maandelijkse energierekening voor de bewoner vermindert overigens nauwelijks: van 14 euro (in de uitvoering NOM-woning) naar 7 euro per maand (in de uitvoering NOM & BENG-woning).

Nieman RI en DGMR schrijven hierover in de conclusie van het onderzoek handvatten voor een zeer energiezuinige nieuwbouw BENG: “Bij woningen met een ongunstige verhouding verliesoppervlak/gebruiksoppervlak zijn er weinig effectieve maatregelen meer beschikbaar voor het verder verlagen van de energiebehoefte”.

De tweede BENG-indicator (primaire (fossiele) energiegebruik) leverde in de onderzoeken geen knelpunten op.

De derde BENG-indicator (aandeel hernieuwbare energie) kan voor hoogbouw problematisch zijn, als er naast PV-panelen geen alternatieven voorhanden zijn (zoals WKO, biomassa, duurzame warmtelevering). Deze alternatieven zijn afhankelijk van gebiedsomstandigheden en zodoende niet altijd toepasbaar. Dit knelpunt zal de komende tijd nog opgelost moeten worden. In de themagroep Energie op gebiedsniveau (op 10 november volgende bijeenkomst) willen we een voorstel doen voor enkele oplossingsrichtingen.

zie ook:
Oplegbrief aan de minister
BENG rapport grondgebonden woningen
BENG rapport gestapelde bouw


Gerelateerde berichten

Tags:

BENG ZEN

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties