Kwaliteit van kop tot staart

De wereld van de woningbouw verandert snel. De aanbodmarkt van weleer is omgeslagen in een vraagmarkt waarin kopers en huurders het voor het zeggen hebben. Definitief, zo lijkt het. Tegelijk dringt de samenleving aan op hogere energieprestaties. In de lente van 2008 hebben marktpartijen en het Rijk een akkoord bereikt over het marstempo voor energiezuinig bouwen: 25 procent energiebesparing in 2011 en 50 procent in 2015. In 2020 is energie- neutraal bouwen de norm.

De bouwkwaliteit verhogen
Het is aan marktpartijen om aan deze twee opdrachten adequaat gevolg te ge ven: beter inspelen op de wensen van de bewoner en tegelijk een steeds hogere energieprestatie realiseren. Alleen zij die daarin slagen, kunnen succesvol zijn. Meer isolatie en betere installaties zijn nodig, maar niet voldoende. Met alleen technische oplossingen, krijgen we woningen waar bewoners niet om vragen. Wat nodig is, is een fundamentele omslag in het denken over verantwoordelijkheid en kwaliteit. We moeten het bouwproces van kop tot staart herijken.

De KopStaart aanpak
De partners van het Lente-akkoord (NEPROM, NVB, Bouwend Nederland en Aedes) hebben samen met VROM-Inspectie, Uneto-VNI, VACpunt Wonen, BNA, VLA en Vereniging Eigen Huis in juni 2010 de KopStaart aanpak gepresenteerd. Dit is een handreiking aan ontwikkelaars en bouwbedrijven om hen te helpen de uitdagingen van de moderne woningbouw aan te kunnen.
De handreiking beschrijft 21 aandachtspunten, verdeeld over vijf fasen van het bouwproces. De essentie is, dat de opdrachtgever verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van zijn eindproduct. Aan de kop, door kwaliteit op te nemen in het programma van eisen. Onderweg, door op gezette tijden de kwaliteit van het werk te controleren. En bij de staart, door met gecertificeerde controles te toetsen of de gevraagde kwaliteit ook werkelijk is gerealiseerd.

De aanpak in hoofdlijnen

Meer samenwerken, kwaliteitsborging en betere controle op cruciale momenten. Daar gaat het in hoofdzaak om. Marktpartijen kunnen zich hierin onderscheiden door gebruik te maken van elkaars competenties en door te leren van fouten. Er is meer samenhang nodig tussen ontwerper, bouwer en installateurs. En er is in alle stappen van het proces meer toezicht en controle nodig. Last but not least: de bewoner moet op meer punten in het proces een rol van betekenis krijgen. Hieronder werken we deze hoofdlijnen uit. In de voorbeeldbeschrijvingen in dit praktijkboek komen ze voortdurend terug.

1. Zet de klant centraal
In de huidige woningbouw heeft de klant het voor het zeggen. Woningen die niet beantwoorden aan de vraag, zakken door de markt. Een hoge energie- prestatie (en een betaalbare energierekening) is slechts één van de wensen van de klant. Het is aan de bouwsector om energiezuinig bouwen te combineren met alle andere bewonerswensen. In eerste instantie wil de klant een woning met comfort en een gezond binnenklimaat dat hij naar behoefte kan regelen. In de komende jaren zullen ook de nog latent aanwezige vragen van klant expliciet worden. Bouwpartijen die geliefde woningen willen maken, doen er goed aan om kopers en huurders een rol in het bouwproces te geven. Bijvoorbeeld door via een bewonerscommissie een oproep tot participatie te doen. Of door de toekomstige bewoners tijdens het proces stap voor stap mee te nemen. Bij oplevering kunt u denken aan prestatiegaranties, aan goede voorlichting over een gezond binnenklimaat en aan after sale service. In dit boek vindt u daarvan de nodige voorbeelden.

2. Maak gebruik van bestaande kennis
Om een hoge kwaliteit te realiseren is het belangrijk zoveel mogelijk gebruik te maken van beschikbare kennis. Door te werken met vooraf ontwikkelde energieconcepten die zichzelf al hebben bewezen, kunt u tijd, geld en risico’s vermijden. Er is een schat aan kennis over alle denkbare energiesystemen. Via websites van het Lente-akkoord en Agentschap NL kunt u op het spoor komen van initiatiefnemers die u voorgingen. Via dit praktijkboek is veel beschikbare kennis ontsloten. Op iedere pagina vindt u verwijzingen naar websites waarop relevante voorbeelden, informatiebronnen, checklists en protocollen zijn te vinden. U wordt van harte uitgenodigd daar uw voordeel mee te doen.

3. Werk optimaal samen
Nieuwe energieconcepten hebben consequenties voor alle fasen van het proces van ontwerp, aanbesteding, realisatie en oplevering. Veel voorbeelden in dit boek vormen een illustratie van een goede manier van samenwerken bijvoorbeeld door co-makership of door werken in een bouwteam. De partners in de keten zitten dan tegelijk aan tafel: ontwerper, aannemer, installateur, ventilatie-installateur en eventuele anderen. Zij brengen hun kennis en ideeën in, zoeken samen naar de beste oplossingen en dragen daarvoor soms ook samen de risico’s. Dat vergt uiteraard een andere manier van aanbesteden en contracteren. Het gaat niet alleen om de laagste prijs, het gaat vooral om wederzijds vertrouwen, bereidheid tot samenwerken en transparantie. En dan dienen zich tientallen nieuwe specialismen aan: onderaannemers die een klein, maar specifiek aandeel leveren. Moeten die ook allemaal vanaf het begin aan tafel? Er zijn nieuwe generalisten nodig om het overzicht te houden. In dit boek zijn daarvan verschillende voorbeelden te zien. Soms werkt zo’n generalist bij de ontwikkelaar, in andere gevallen bij de aannemer. In sommige projecten is een aparte regisseur aangesteld om de kwaliteit van de samenwerking te bewaken. Het is aan u om te bepalen waar uw organisatie het beste mee geholpen is.

4. Leer van fouten
Uiteindelijk is bouwen nog steeds mensenwerk. En niets is méér menselijk dan het maken van fouten. Bedenk dat de bouweisen strenger worden, maar dat mensen die het moeten doen hun vakdiploma’s al een tijd geleden hebben gehaald. Verwacht niet alles van de opleidingen. De praktijk is de beste en misschien wel de enige leerschool. Wie goed wil bouwen probeert fouten te voorkomen en als er toch fouten worden gemaakt, daarvan te leren, om deze in volgende projecten te voorkomen. Om fouten aan het licht te brengen, is controle nodig, niet alleen bij oplevering, maar vooral ook op momenten dat er nog iets aan is te doen. Dat houdt in dat we elkaar tijdens het hele bouwproces, van initiatief tot gebruiksfase, moeten aanspreken op prestaties. Dit moet een onderdeel van het teamspel zijn. Verschillende projecten in dit praktijkboek geven voorbeelden van sys- tematisch controle: in de planfase, tijdens de uitvoering en bij oplevering. Er zijn checklists en protocollen ontwikkeld, waar u gebruik van kunt maken.

5. Zet altijd in op kwaliteit
Om een hoge eindkwaliteit te bereiken (en te borgen) moet de kwaliteit van alle componenten worden getoetst. Het is belangrijk om als opdrachtgever bij aanbesteding hierop te anticiperen. Er zijn verschillende keurmerken en certificeringssystemen die iets zeggen over de kwaliteit van onderaannemers en installateurs. Dit boek laat daarvan voorbeelden zien. Aan het eind van het proces vindt een oplevertoets plaats en zijn er verschillende certificaten te vergeven. Ook daarvan zijn verschillende voorbeelden uitgewerkt.
Het energielabel voor de nieuwbouw (juli 2012) dwingt de ontwikkelaar om bij oplevering via gecertificeerde keuringen te laten zien welke kwaliteit hij heeft gerealiseerd. Dat is een manier om energiezuinig bouwen ook daadwerkelijk te garanderen en om van fouten te leren. In de verdere toekomst zullen steeds meer woningen van een energielabel zijn voorzien. Het wordt een belangrijk middel om transparant en eenduidig met de consument over energiekwaliteit te communiceren. Ervaringen met Bouwtransparant laten dat al zien.

Bouwen in de toekomst

In de veranderende wereld van de woningbouw moeten ontwikkelaars en bouwers steeds beter laten zien wat ze presteren. Beloven, doen en aantonen. Dat is de ver- antwoordelijkheid van de bouwsector. De consument mag en zal marktpartijen daarop aanspreken. Wie zich voorbereidt op de toekomst, doet er goed aan zijn bedrijfsprocessen daar nu op in te richten. Dit praktijkboek biedt daarvoor een aantal handvatten.
In de veranderende wereld van de woningbouw, verandert ook de rol van gemeenten. Zij hebben vaak hoge ambities op het gebied van energie en duur- zaamheid, maar het ontbreekt hen aan de juiste instrumenten om die ambities ook hard te maken. Slechts een EPC-eis (bij de kop) kan nooit genoeg zijn. De voorbeelden en initiatieven in dit boek laten zien hoe de bouwsector zelf instrumenten ontwikkelt om kwaliteit inzichtelijk, beheersbaar en toetsbaar te maken. Als in 2020 energieneutraal bouwen de norm is, is de rol van gemeenten niet meer om eisen vooraf te stellen, maar om beter te kijken naar de kwaliteit van uitvoering. De voorbeelden en initiatieven in dit boek kunnen helpen om te komen tot een nieuwe vorm van samenwerking tussen bouwpartijen en gemeenten.

Over dit praktijkboek

Dit praktijkboek is een vervolg op de handreiking KopStaart aanpak van juni 2010. In dit boek zijn de 21 aandachtspunten van de KopStaart aanpak uitgewerkt op basis van voorbeelden uit de praktijk en ervaringen van koplopers. De aandachts- punten krijgen hiermee handen en voeten. U ziet niet alleen wát u zou moeten doen om bouwkwaliteit te borgen, maar ook hóe u dat kunt doen. U krijgt een indruk van wat de aanpak voor de werkprocessen in uw bedrijf kan betekenen. De aandachtspunten zijn concreet en bondig toegelicht. Meer informatie zoals checklists en standaardprotocollen zijn via diverse links in het Praktijkboek te downloaden. Op iedere pagina van dit boek wordt naar relevante onderdelen verwezen.
De verzameling van voorbeelden en initiatieven in dit praktijkboek is een momentopname. Ze laten zien dat de bouw volop in beweging is. Zodra er zich nieuwe voorbeelden manifesteren, worden die op de website van het Lente-akkoord gepresenteerd.

Het Lente-akkoord werkt aan Zeer Energiezuinige Nieuwbouw: van bijna-energieneutraal tot energieleverend, met de bewoner als uitgangspunt. Het Lente-akkoord is een initiatief van Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM, NVB en de minister van BZK

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties