Antwoord op veel gestelde vragen (FAQ) tijdens BENG-webinar

Op 25 september vond een webinar plaats over de BENG eisen in nieuwbouwwoningen, georganiseerd door Bouwend Nederland i.s.m. het Lente-akkoord. In één uur tijd werd uitgelegd wat u beslist moet weten over BENG, welke gevolgen dit heeft voor uw bedrijfsvoering en hoe u zich het beste kunt voorbereiden.

Tijdens en direct na het webinar konden de kijkers vragen stellen over de BENG regelgeving. Deze vragen zijn inmiddels beantwoord door DGMR (vraag 1-12) en door Nieman RI (vraag 13-19). Het webinar kan nog een jaar lang bekeken worden. De presentatie vindt u hier. Meer informatie over BENG vindt u op onze BENG-pagina.

1. Wanneer worden de BENG eisen van kracht?
De nieuwe BENG eisen volgens NTA8800 gaan in op 1 juli 2020. De nieuwe BENG eisen gelden dan voor alle nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen.

2. Wat gebeurt er met de BENG eisen van overheidsgebouwen?
Vanaf 1 januari 2019 gelden er reeds BENG eisen voor overheidsgebouwen (volgens NEN7120). Deze eisen zijn van toepassing tot 1 juli 2020. Vanaf 1 juli 2020 gelden voor overheidsgebouwen net als voor andere gebouwen de nieuwe BENG eisen volgens NTA8800.

3. Zijn er ook BENG eisen voor bestaande bouw?
Momenteel zijn er alleen BENG eisen voor nieuwbouw. De energieprestatie van bestaande gebouwen wordt beoordeeld met het energielabel. Hier worden momenteel geen eisen aan gesteld. Alleen voor kantoorgebouwen is er vanaf 2023 een verplichting om een energielabel C te hebben.

Daarnaast worden er bij bestaande gebouwen bij vervanging of renovatie eisen gesteld aan de Rc-waarde van isolatielagen en de U-waarde van beglazing. Bij ingrijpende renovaties waar nu volgens artikel 5.6 lid 4 van het Bouwbesluit een EPC-eis geldt, gelden straks ook de BENG eisen.

4. Wat verandert er aan het energielabel door BENG?
Het energielabel wordt momenteel via verschillende methoden opgesteld: voor woningbouw is er het vereenvoudigd energielabel en de energie-index bij het maatwerkadvies. Voor utiliteit is er het energielabel nieuwbouw en het energielabel voor bestaande bouw.
Straks worden alle energielabels opgesteld met dezelfde methode waarmee ook de BENG indicatoren worden bepaald. Het vereenvoudigd energielabel voor woningbouw verdwijnt.

5. Moet je gecertificeerd zijn voor het uitvoeren van een BENG berekening?
Kort gezegd: ja. Bij de inwerkingtreding van het nieuwe energieprestatiestelsel, met ingang van 1 juli, moet je zowel als bedrijf als indiener van een BENG berekening gecertificeerd zijn. Bij het indienen van een berekening moet deze straks afgemeld worden net als nu bij het energielabel. Momenteel is nog niet helemaal duidelijk hoe het certificeringstraject er uit komt te zien. Nadere informatie hierover is pas vanaf het einde van 2019 beschikbaar.

6. Is BENG1 gelijk aan de netto warmtevraag?
Nee, hier zit een groot verschil in. BENG1 is de optelsom van de warmtebehoefte en koudebehoefte in een gebouw, waarbij in de berekening altijd uitgegaan wordt van een vast ventilatiesysteem C1. Bij de netto warmtevraag wordt alleen gekeken naar de warmtebehoefte (en niet naar de koudebehoefte). Bovendien wordt hierbij in de berekening uitgegaan van het werkelijke geïnstalleerde ventilatiesysteem.

7. Hoe verhoudt BENG1 zich tot de vangnet-eisen voor isolatie?
Bij BENG1 wordt de totale warmtebehoefte en koudebehoefte meegenomen bij een vastgelegd ventilatiesysteem C1. De factoren die van invloed zijn op BENG1 zijn hierdoor beperkt tot bouwkundige maatregelen zoals isolatie, de hoeveelheid ramen en het type beglazing, infiltratie, thermische massa en bijvoorbeeld zonwering.

Voor BENG is het niet automatisch vereist om beter te isoleren dan de vangnet-eisen. Toepassing van hogere isolatiewaarden dan de vangnet-eisen heeft een beperkte invloed op de BENG1 indicator maar hiermee kan wel de BENG1 en BENG2 indicator verlaagd worden. Een wijziging van de BENG2 indicator leidt ook altijd tot een (kleine) wijziging van de BENG3 indicator.

8. Hoe wordt er bij de bepaling van BENG3 gebruik gemaakt van primaire (hernieuwbare) energie?
Bij BENG3 wordt de totale hoeveelheid ingezette en opgewekte hernieuwbare energie gedeeld door de som van de primaire energie en die hernieuwbare energie. De ingezette en opgewekte hernieuwbare energie wordt daarvoor eerst omgerekend naar primaire hernieuwbare energie.

aandeel hernieuwbaar = primaire hernieuwbare energie/totaal van primaire (hernieuwbare + fossiele energie)

9. Wat is de invloed van koudebruggen in de BENG berekening?
De koudebruggen hebben invloed op de warmteverliezen die in de berekening worden meegenomen. Dit werkt door in alle drie de BENG indicatoren:
• bij BENG1 in de optelsom van de warmte+koudebehoefte;
• bij BENG2 door de benodigde fossiele energie die nodig is voor het compenseren van de warmteverliezen en eventueel voor het opwekken van de benodigde koude;
• bij BENG 3 doordat het resultaat van BENG2 gebruikt wordt bij de berekening van de BENG3 indicator.

Hoe groot de invloed is op de verschillende indicatoren hangt sterk af van het woningtype, de mate van isolatie van de schil en de kwaliteit van de details.

10. Moet er voor elke woning binnen een project een aparte BENG berekening gemaakt worden?
Bij meerdere vergelijkbare woningen binnen een project kon er tot op heden gebruik worden gemaakt van de meest maatgevende woning (de slechtst presterende woning). Bij BENG worden drie verschillende indicatoren beoordeeld en mogelijk moet er ook gekeken worden naar de temperatuuroverschrijding. Door de verschillende indicatoren is het niet zo eenvoudig om de meest maatgevende woning te identificeren.

Een BENG berekening moet per woning/adres afgemeld worden. Het ligt niet voor de hand om daarvoor gegevens van een maatgevende woning te gebruiken. Deze gegevens worden later mogelijk ook gebruikt voor het bepalen van het energielabel. Dus het is aan te raden om per woning een berekening te maken, tot er meer inzicht is in wat een woning maatgevend maakt.

11. Is BENG alleen maar haalbaar met een warmtepomp?
Nee, BENG is ook te realiseren met andere opwek-concepten zoals een houtpelletketel of stadsverwarming in combinatie met andere energiebesparende maatregelen zoals PV-panelen. Toepassing van een warmtepomp op buitenlucht of met een bodembron behoort natuurlijk ook tot de opties. Daarnaast is toepassing van infraroodpanelen dan wel elektrische verwarming mogelijk. Hiervoor is het wel nodig om veel aanvullende maatregelen te treffen. Bij toepassing van alleen extra PV kan het dakoppervlak onvoldoende zijn voor het plaatsen van de benodigde PV-panelen.

12. Waarom zijn de BENG eisen niet strenger?
Met BENG wordt invulling gegeven aan de Europese regelgeving voor energiezuinigere gebouwen. In Nederland waren we met de EPC al behoorlijk ver op weg. De energieprestatie eisen zijn bedoeld als minimale energiezuinigheid voor de volledige breedte van de woningmarkt. Het is voor elk project mogelijk om een betere prestatie te realiseren.

Afhankelijk van het type opwek-concept en de grootte van de woning zijn er met BENG bij de meeste woningen ongeveer evenveel of meer energiebesparende maatregelen nodig ten opzichte van de huidige EPC.

13. Het energielabel verandert hierdoor ook, daarbij moet er ook een soort gebouwdossier worden bijgehouden. In hoeverre is dit gekoppeld aan de Wet kwaliteitsborging?
Het klopt dat er een dossier van de woning moet worden gevormd. Een koppeling met de Wet Kwaliteitsborging is er (nog) niet; de BENG eisen met daarbij de bepalingsmethode NTA 8800 en de BRL 9500 worden per 1 juli 2020 ingevoerd. Dat is eerder dan de Wet Kwaliteitsborging in werking treedt.

De verplichting om een gebouwdossier te vormen volgt uit de BRL 9500; het opstellen van een BENG-berekening in het kader van de Aanvraag van de Omgevingsvergunning is een gecertificeerd product en beschreven is dat dossiervorming daar onderdeel van uit maakt. Voor de nieuwbouw is dat dus anders dan we nu gewend zijn. Het opstellen van een EPC-berekening voor de Aanvraag van de Omgevingsvergunning is immers geen gecertificeerd product.

Vragen over ventilatie

14. Hoe zullen de ventilatiesystemen zich verhouden in de BENG eisen? Kan systeem C hierin nog toegepast worden? Wat zijn de voor – en nadelen van de C- en D- varianten?
Vanuit de BENG-eisen wordt niet een specifiek ventilatiesysteem voorgeschreven, zowel een C-systeem (natuurlijke toevoer – mechanische afvoer) als een D-systeem (gebalanceerde ventilatie) is mogelijk.

De keuze voor een ventilatiesysteem heeft invloed op de BENG-resultaten. Niet op de uitkomst van de energiebehoefte (BENG 1); daar wordt gerekend met een vastgesteld ventilatiesysteem (onafhankelijk van het ventilatiesysteem dat werkelijk wordt toegepast). De overige BENG-indicatoren en ook de uitkomst van TOjuli is mede afhankelijk van de keuze van het ventilatiesysteem.

15. Er wordt aangegeven dat een balansventilatie het beste is. Maar een vraaggestuurd ventilatiesysteem kan ook een NOM woning maken. D- systeem en C-systeem kunnen ook als er maar een vraaggestuurd systeem toegepast wordt, en goede roosters (b.v. 10Pa roosters).
15 a. Kun je met een natuurlijke toevoer ventilatiesysteem een NOM woning maken?
Klopt, een NOM-woning is inderdaad ook met een C-systeem (natuurlijke toevoer – mechanische afvoer) mogelijk. Overigens is het aan de hand van de uitkomsten van de BENG-indicatoren niet direct mogelijk om te beoordelen of er sprake is van een NOM-woning. Hiervoor is een aanvullende analyse nodig; onder andere omdat bij een NOM-woning naast het gebouwgebonden energiegebruik ook gekeken wordt naar het gebruikersgebonden energiegebruik.

16. Kan een woning ook luchtdicht gemaakt worden bij toepassing van roosters?
Zeker. De aansluitingen kunnen met dezelfde aandachtspunten als bij een gebalanceerd ventilatiesysteem luchtdicht worden uitgevoerd. Dit staat los van het ventilatiesysteem. Voor wat betreft de ventilatievoorzieningen staat in de NEN 2686, de norm die beschrijft hoe een luchtdichtheidsmeting moet worden uitgevoerd, het volgende hierover: “Plak alle toe- en afvoeropeningen van de aanwezige ventilatiekanalen af, evenals de rookgasafvoerkanalen, exclusief kanalen voor open haarden en de niet-afsluitbare luchttoevoeropeningen.” Het ventilatiesysteem heeft dus geen invloed op de luchtdichtheid van de woning. De luchtdichtheid wordt voor een groot gedeelte bepaald door de bouwkwaliteit.

17. Welke invloed heeft bijvoorbeeld het plaatsen van kattenluikjes op de luchtdichtheid van de woning? (Bestaan er geïsoleerde kattenluikjes? 😉 )
Kattenluiken, maar ook bijvoorbeeld een brievenbus, hebben (uiteraard) een negatieve invloed op de luchtdichtheid van de woning. Om een goed luchtdichte woning te realiseren moeten dergelijke openingen in de schil worden voorkomen. (We kennen helaas nog geen geïsoleerd kattenluik.)

18. Raadt u het af om natuurlijke ventilatietoevoer door middel van roosters in de ramen te combineren met lage temperatuur vloerverwarming?
Aandachtspunt bij lage temperatuurverwarming is het risico op koudeval en daarmee op comfortklachten. Op het moment dat er (veel) koude lucht via natuurlijke toevoerroosters de woning binnen komt bestaat het risico op een lokaal (ter plaatse van het lucht toevoerrooster) te laag vermogen van de warmteafgifte (bijvoorbeeld vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren / convectoren).

19. Wat is de TCO van een D-systeem ten opzichte van een C-systeem? Een D-systeem lijkt me duurder bezien over 10 tot 20 jaar, klopt dit?
Het antwoord op deze vraag volgt niet uit de BENG-rekenresultaten. In de BENG-berekening wordt de woning uitsluitend energetisch beoordeeld. De investeringskosten, het onderhoud en exploitatiekosten van de maatregelen die getroffen worden om aan de BENG-eisen te kunnen voldoen zijn geen onderdeel van de BENG-berekening. Dat zijn dan ook afwegingen die naast de BENG-berekeningen gedaan moeten worden. Welk ventilatiesysteem energetisch en financieel de beste keuze is, kan het beste projectspecifiek worden beoordeeld.


Gerelateerde berichten

Tags:

BENG

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties