BENG, NTA en aardgasvrij: de stand van zaken

Verslag van de plenaire introductie door Harm Valk (Nieman RI) tijdens de ZEN-platformbijeenkomst op dinsdag 20 juni – door René Didde

Harm Valk is een man met veel kennis over BENG. Hij zit in tal van werk- en overleggroepen en bureau Nieman heeft verschillende technische evaluaties van de nieuwe BENG-eisen in woningprojecten uitgevoerd. “BENG is vaak een technisch verhaal met veel regels en energiecijfers, maar we moeten niet vergeten dat het doel is om fijne, gezonde en comfortabele woningen te bouwen”, begint Valk.

Uit een toets van inmiddels lopende nieuwbouwprojecten concludeert hij dat stedenbouwkundige plannen een lange looptijd hebben, waarbij randvoorwaarden als oriëntatie en dakvorm vastliggen. “Ook is er nog onvoldoende kennis over BENG bij opdrachtgevers en gemeenten. Ze blijven nog steeds EPC = 0 roepen.”
De ZEN-themagroep BENG gaat dit najaar ook nieuwe projecten bekijken die BENG als uitgangspunt hebben. De invloed van het ontwerp heeft grote consequenties voor de drie BENG-indicatoren (zie onderaan dit artikel).

Rol aardgas teruggedrongen
Nieuw is dat de aandacht voor BENG wordt gestimuleerd doordat in amper een half jaar tijd de rol van aardgas in de discussies sterk is teruggedrongen, constateert Valk. “Aardgas werd lang gezien als ‘transitiebrandstof’ – namelijk de minst vervuilende fossiele bron – maar nu wordt duidelijk gekoerst op een afbouw van de gaswinning in Groningen en beperking van de import uit instabiele staten.”

In de Energie Agenda van december 2016 worden ‘aardgasvrije woningen’ genoemd. In 2050 moet de fossiele energie nagenoeg zijn uitgebannen. Valk: “Dat betekent allereerst een besparing van de energievraag van een woning zoals in BENG wordt vereist. Nieuwbouw zal steeds vaker zonder aardgasaansluiting plaatsvinden, waardoor onder meer warmtenetten worden gestimuleerd, inclusief de noodzaak om deze netten te verduurzamen. Daarbij zal naar verwachting voor alle bestaande gebouwen een minimaal label gaan gelden.” Er blijft ook een niche voor groengas, een verzamelnaam voor opgewerkt biogas en synthetisch gas. Dat kan moeilijke gevallen in de bestaande bouw bedienen, zoals monumenten, aldus Valk.

Warmtenetten kunnen verduurzamen door aardwarmte of geothermie toe te passen, net als restwarmte van industrie. Het tweede alternatief is all-electric woningen waarbij meestal warmtepompen (lucht of bodem) in de warmte voorzien. Ook moderne elektrische kachels in de vorm van infraroodplaten zijn voorhanden, maar die hebben een ongunstig rendement waardoor weer meer zonnepanelen op het dak nodig zijn. “Die kunnen uiteraard niet in warm tapwater voorzien.” Ten slotte noemt Valk biomassa voor houtpelletkachels, zowel individueel als collectief.

Voorlopig is het nog zoeken naar een nieuwe standaard, waarbij ontwikkelaar, bouwer, beheerder en bewoner verschillende consequenties ondervinden. De roep om ‘aardgasvrij’ zal zeker gevolgen hebben voor het ontwerp, bouwproces, onderhoud en ruimtebeslag in een woning, aldus Valk. “Een luchtwarmtepomp heeft voorlopig het aanzien en het geluid van de airco op het Chinees restaurant. De afleverset van een collectieve warmtepomp of warmtenet lijkt wat betreft plaatsingsruimte meer op een CV-ketel. Oplossingen moeten robuust zijn. We moeten bijvoorbeeld rekening houden met het feit dat de saldering op een goed moment op de helling zal gaan.”

Van EPC naar BENG
De drie BENG-eisen verhinderen dat er compensatie kan plaatsvinden tussen gebruik, rendement en opwekcapaciteit, zoals bij de EPC. De eisen gelden per vierkante meter, er is een aparte eis voor de energiebehoefte wat een andere manier van denken vraagt. En bovendien wordt het toepassen van hernieuwbare energie standaard. Daarvoor zijn meer mogelijkheden dan PV-panelen. “Zo komt er mogelijk toch een rendabele en technische stabiele oplossing voor individuele windsystemen op gebouwen.”

De hele BENG-systematiek vergt wel een nieuwe rekenmethode die volgens Valk het ‘ratjetoe van fysica, meningen van deskundigen en beleidsregels” in één format brengt dat voldoet aan de Europese richtlijn EPBD, transparant en toetsbaar is, en tegelijk eenvoudig is en beter aansluit bij de praktijk dan de EPC-energielabels nu.

Er wordt sinds drie maanden aan een “zo fysisch mogelijke methode” gewerkt, die NTA 8800, Nederlandse Technisch Afspraak voor de energieprestatie van gebouwen gaat heten. Harm Valk: “Bepalingen over warm tapwater, verlichting, transmissie, geometrie en gebouwschil moeten moeiteloos kunnen inpluggen in de ruggengraat van NTA 8800.” In de zomer van 2018 moet NTA 8800 voor 90% klaar zijn, waarna eind 2018 de definitieve BENG-eisen worden vastgesteld. “Daarna hebben we nog twee jaar tot 2021 om ermee te oefenen.”

De drie BENG-indicatoren in een notendop
Met de introductie van BENG wordt de EPC voor nieuwbouwwoningen vervangen door drie BENG-indicatoren.

  • De eerste eis gaat over de energiebehoefte van een gebouw. De vraag naar warmte en koude, kortom hoe de bouwschil in elkaar zit. Dikkere isolatie, ligging op het zuiden of de invloed van glas wordt voortaan afzonderlijk gewaardeerd. Te vergelijken met de PHPP (passief huis) nu. De energiebehoefte wordt uitgedrukt in thermische kiloWatturen per vierkante meter gebouwoppervlak.
  • De tweede eis behelst het primaire fossiel energieverbruik. Dat is eigenlijk te vergelijken met de EPC nu. Daarin komt ook de energiedrager, bijvoorbeeld steenkool tot uitdrukking, aldus Valk. Kort gezegd: kiloWatturen in de energiecentrale, ook per m². Voor woningen komen beide indicatoren voorlopig neer op 25 kWh/m2/jaar.
  • De derde indicator geldt het aandeel hernieuwbare energie. Dat zal vooral het aandeel zonnepanelen, zonneboiler, warmtepomp gelden, en onder voorwaarden biomassabronnen, op restwarmte gestookte warmtenetten. De eis voor woningen komt neer op minstens 50 procent.

Presentatie Harm Valk


Gerelateerde berichten

Tags:

ZEN

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties