BENG themagroep rekent 10 projecten door

BENG-logoHet is al een tijdje duidelijk: de vooraf berekende EPC met energieprestatie-eisen voor nieuwbouwwoningen wordt vervangen door drie BENG-eisen. De vermoedelijke invoering van de rekenmethode staat voor januari 2019 in de planning, bij de invoering van nieuwe eisen voor overheidsgebouwen. De eisen voor woningbouw gaan gelden per januari 2021.

Verslag van de bijeenkomst van de BENG themagroep te Voorburg (19-01-16) – door René Didde

Wat zullen de nieuwe eisen betekenen voor de toekomstige woningen? En betekent de ontwikkeling richting steeds energiezuiniger woningen ook dat het comfort voor bewoners automatisch meelift? En zijn de BENG-eisen beter te begrijpen voor de consument dan zijn voorganger EPC? Het is zinvol om meer kennis te ontwikkelen over hoe de nieuwe regels gaan uitpakken.

De themagroep BENG-eisen, onderdeel van het ZEN platform, buigt zich met twintig deelnemers in deze eerste bijeenkomst over de impact van BENG. Vooral de eerste BENG-eis krijgt aandacht. Verrassend resultaat van de bijeenkomst is dat de komende weken maar liefst 10 projecten die weldra in de steigers komen te staan, worden doorgerekend naar BENG-eenheden. Om te voorkomen dat het louter getallenlijstjes worden, komen daarbij ook bewonersgerelateerde aspecten als comfort, regelbaarheid en oververhitting aan bod.

Drie BENG-eisen
In het streven naar bijna-energieneutrale gebouwen, kortweg BENG, gaan straks drie nieuwe energie-eisen gelden:

  1. De energiebehoefte van een gebouw. Dat is de vraag naar warmte en naar koeling (inclusief zomerkoeling) en ventilatie. Deze eis gaat uit van een ‘standaard-bewoning’ en ‘standaardgedrag’ en is dus vooral gerelateerd aan de bouwschil en onafhankelijk van bewonersgedrag. Deze eerste eis is te vergelijken met de norm voor het passief huis, al is die iets strenger. Voor 2021 geldt vermoedelijk de eis van 25 kWh/m2/jaar (thermische energie).
  2. Het primaire energieverbruik. Dat is het energieverbruik van alle installaties, inclusief warm tapwater. Ook de energiedrager, bijvoorbeeld steenkool of aardgas komt hierin tot uitdrukking. Wie zelf energie opwekt, mag hier energie-eenheden van aftrekken, net als een aftrekpost voor de afname van groene stroom van bijvoorbeeld Eneco. Deze eis is te vergelijken met de EPC nu. Ook hier geldt de eis van 25 kWh/m2/jaar.
  3. Het aandeel hernieuwbare energie. Dat is de hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen, zonneboiler, warmtepomp, en onder voorwaarden ook biomassa, of aansluiting op een warmtenet dat wordt gevoed met restwarmte. Voor de warmtepomp moet het aandeel hernieuwbare energie worden vastgesteld. Per 2021 geldt de eis van 50 procent.

De bepalingsmethoden voor BENG worden in de BENG-handreiking tijdelijk afgeleid uit de EPC. In 2019 is een nieuwe bepalingsmethode gereed.

Eerste eis is bottleneck
De vraag is nu wat deze eisen betekenen voor de bouwpraktijk. Dat vooral de eerste eis de meeste toelichting behoeft, blijkt uit de presentatie van Jacqueline Hooijschuur van RVO. Zij verrichtte onderzoek naar de top-30 van de meest energiezuinige woningen (gegevens medio 2014) en wat bleek? ‘Slechts 6 projecten van die toplijst van 2014 voldoen aan de eerste BENG-eis. Het primaire energieverbruik van de woning is kennelijk de bottleneck. Aan de tweede en derde eis voldoen veel meer projecten’, aldus Hooijschuur.

BENG indicatoren

Opmerkelijk is dat ook uit een latere vergelijking tussen 44 projecten met een EPC onder de 0,2, met ook de Nul-op-de-Meter-woningen (NOM), deze niet automatisch aan de eerste eis voldoen. Slechts twee van de 10 NOM-projecten voldoen aan alledrie de BENG-eisen.
Er is ook geen enkel verband tussen de eerste BENG-eis en de EPC te zien. Bij de tweede eis is er wel samenhang te ontdekken tussen primair energieverbruik en EPC. Het blijkt dat de tweede BENG-eis ongeveer overeenkomt met EPC 0,2.

Knoppen draaien
Inzoomend op de eerste BENG-eis zijn er verschillende parameters die van invloed zijn op de grens van 25 kWh/m2/jaar. Hooijschuur noemt vijf knoppen waaraan valt te draaien.

  1. Isolatie van de schil. Een goed geïsoleerd gebouw verliest minder energie. Isolatie is wel een knop van afnemende meeropbrengst. Op een gegeven moment voegt het weinig meer toe. Bovendien vergt een supergeïsoleerd huis in de zomer weer de nodige koelingsenergie. Er is een isolatie-optimum.
  2. Luchtdichtheid. Goede detaillering en vooral een goede uitvoering maken dat een woning geen ‘kieren’ vertoont. Dit bevordert ook het comfort.
  3. Compact bouwen. BENG-eisen kennen in tegenstelling tot de EPC geen correctie voor verlies aan oppervlak. Wie compacter bouwt, zal minder buitenoppervlak hebben wat de energiebehoefte van het pand verlaagt.
  4. Glasoppervlak. Zoals bekend verliezen ook moderne panden meer energie door glas dan door de gevel. Zelfs met triple-glas blijkt een gebouw met veel glas moeilijk aan BENG te voldoen. Oriëntatie op de zon en ook zonwering en overstekken zijn hier de knoppen waaraan te draaien valt.
  5. Ventilatieverlies. Niet meer ventileren dan nodig is, drukt het af te voeren debiet (V). Het temperatuurverschil (deltaT) vermindert door de aanvoer voor te verwarmen met de afgevoerde lucht (balansventilatie).

‘We moeten leren bouwen met deze vijf knoppen’, zegt Jacqueline Hooijschuur. ‘Compact bouwen is bijvoorbeeld wennen.’

Discussie
Er zijn nog steeds veel vragen over de BENG-eisen, en veel zaken moeten zich nog uitkristalliseren.

  • Warmteterugwinning op ventilatielucht bij mechanische ventilatie telt niet mee in de eerste eis, in tegenstelling tot balansventilatie. De norm past hier nog niet helemaal.
  • Veel opmerkingen gaan over het gebruik door bewoners en hoe zij de energiemaatregelen ervaren in het comfort van de woning.
    • Bewoners hebben behoefte aan zelf regelen, zoals een raam open zetten. En dat is niet de bedoeling in een goed ingeregeld huis. Koude lucht wordt als vers en fris ervaren, wat dus een argument tegen balansventilatie lijkt te zijn.
    • Vertaalt een Rc-waarde van 4, 6 of 8 van de isolatiepakketten zich ook in comfort voor de bewoners? En meer op de BENG-eisen gericht, is de vraag wat het verschil in beleving van bewoners bij een energiebehoefte van 25 kWh/m2/jaar is vergeleken met bijvoorbeeld 15 (passief huis) , of 40 kWh/m2/jaar? Wat doet dit met de eindgebruiker? Wordt het niet te technisch?
    • Is BENG beter uit te leggen aan bewoners dan EPC? Mensen hebben ook behoefte aan een stralingsbron (houtkachel, kaarsen). Zijn kortom BENG-eisen te koppelen aan comfort?
    • Andere comfortaspecten gaan over oververhitting van de woning in de zomer en geluid van installaties (wat relatief hoog kan zijn doordat er weinig straatgeluid meer is in de woning).
  • Een ander aangevoerd punt betreft de woonlasten voor de consument. Is er als een soort vierde BENG-criterium een verwachte energienota met de begrijpelijke eenheid in euro’s te maken? Dit biedt de mogelijkheid om een lagere energienota te relateren aan een eventueel hogere koop- of huursom van de woning. Verwacht wordt dat woningen die aan de eerste BENG-eis voldoen, een geringere spreiding in energielasten vertonen.
  • Tenslotte: hoe toekomstbestendig is BENG gegeven de klimaatverandering? Wat is het verwachte aantal uren oververhitting, hoeveel koelenergie brengt dit met zich mee?

De onderzoekers Harm Valk van Nieman RI en Ieke Kuijpers van DGMR gaan zich over deze – deels out of the box- vraagstukken buigen en komen daar de volgende bijeenkomst op terug.

Vervolg
Liefst 11 aanwezigen zijn bereid een op stapel staand bouwproject te laten ‘BENGen’ door HarmValk en Ieke Kuijpers. Concrete toezeggingen doen Trebbe, BPD, Era Contour, Ballast Nedam, Evanston Consulting, De Alliantie, Techniplan, Syntrus Achmea, Geveke Bouw, Synchroon en Aalberts Bouw.

Tijdens de volgende bijeenkomst op donderdag 7 april worden de resultaten van de rekenexercitie besproken. De afspraak is dat de komende weken gegevens hierover worden gemaild. Om te voorkomen dat het louter lijstjes met strikte getallen in kWh/m2/jaar worden, melden diverse aanwezigen de wens om de projecten zoals in de discussie geopperd ook te toetsen op aantal uren oververhitting in de zomer, energielasten in euro’s en comfortaspecten als regelbaarheid.

Daarnaast gaan beide experts ook met een schuin oog kijken naar BENG-eis 2 en 3 en zien wat bijvoorbeeld een vergelijking oplevert tussen het hetzelfde woningtype, uitgevoerd in de variant van een HR107-ketel, een luchtwaterwarmtepomp of een all-electric-variant. Worden BENG-eisen dan gehaald? Ook zou het zinvol zijn ‘exoten’ als een patio-bungalow mee te nemen. Vermoedelijk is dit veel voorkomende woningtype energie-onzuinig, maar heeft het weer onmiskenbare voordelen omdat het huis levensloopbestendig is.

Deelnemers worden ten slotte opgeroepen om eens te kijken naar de database Energiezuinig Gebouwd van RVO. Is deze in de huidige vorm werkbaar en leerzaam voor professionals in de bouwpraktijk? Wat ontbreekt er? Wat kan er beter?

De volgende themagroep-bijeenkomst vindt plaats op donderdag 7 april bij Trebbe Nieuwegein.


Gerelateerde berichten

Tags:

BENG ZEN

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties