Energie van buiten de kavel (slot)

Verslag van de 5e en laatste bijeenkomst van de ZEN-themagroep ‘Energie op gebiedsniveau’ o.l.v. Jan Fokkema (NEPROM) op donderdag 13 april 2017. Door René Didde.

De ZEN-themagroep ‘Energie op gebiedsniveau’ onderzoekt sinds juni 2016 de kansen voor energie op gebiedsniveau. In gevallen waar het niet mogelijk is om hernieuwbare energiebronnen aan te brengen op de woning of op de kavel, kan energie in de omgeving, bijvoorbeeld een zonneweide langs de weg of een braakliggend dak op een fabriekscomplex soelaas bieden.

Vooral voor gestapelde bouw zijn er echter veel vraagtekens en onzekerheden als het gaat om het voldoen aan de BENG-eisen met gebiedsenergie. Er zijn in de themagroep onder penvoering van Pieter Nuiten van W/E Adviseurs diverse conceptversies van een notitie geschreven. Na een zoektocht in vijf bijeenkomsten presenteert de werkgroep enkele wapenfeiten. Er ligt een memo over hoe hoogbouw middels energiemaatregelen in het gebied aan BENG-eisen kan voldoen. De memo is voorzien van enkele vernieuwende gedachten over compensatiemaatregelen, als de gebiedsenergie door allerlei omstandigheden tekort schiet. De aanbevelingen worden in een brief naar de nieuwe minister van Wonen gestuurd.

Memo ‘BENG en hoogbouw met gebiedsmaatregelen’
Wie woningen bouwt en om de een of andere reden geen duurzame energie op de eigen kavel kan opwekken, mag bronnen uit het omliggende gebied gebruiken of oprichten. De rekenregels voor deze gebiedsenergie zijn vastgelegd in NEN 7125. De deelnemers pleiten ervoor om deze norm ook bij BENG aan te wijzen als BENG in het Bouwbesluit wordt gebracht. De eis om gebiedsenergie binnen een straal van 10 kilometer van de woning(en) te brengen,verdwijnt uit de EMG. Dat vinden de deelnemers een goede ontwikkeling.

Dat is een van de conclusies na meerdere bijeenkomsten en notities van Pieter Nuiten (W/E adviseurs) waarin hij, met actieve inbreng van andere leden van deze ZEN-themagroep, de grenzen van de gebiedsenergie verkent. Vooral hoogbouw, met een structureel gering dakoppervlak en beschaduwing door uitbouwen als liftkokers, is een zorgenkindje. Dat geldt zeker indien geen warmte-koude-opslag (WKO) mogelijk is, een warmtenet ontbreekt en een collectieve houtpelletkachel vanwege de overlast in de stedelijke omgeving niet wenselijk is.

Er zijn wel noodgrepen mogelijk. Het tekort aan dakoppervlak kan worden gecompenseerd met zonnecellen in de gevel. Maar vooral de BENG-eisen 2 en 3 stuiten op dan problemen. BENG-eis 2 (het primaire fossiele energiegebruik van een gebouw, dus installaties en warm tapwater) valt in hoogbouw amper te compenseren met zonnepanelen.

Ervan uitgaande dat een ontwikkelaar of bouwer alles uit de kast heeft gehaald om energiemaatregelen op gebouwniveau te realiseren, kan blijken dat het evenmin lukt om met maatregelen in het gebied aan de BENG-eisen (vooral 2 en 3) te voldoen, of dat de kosten hiervoor uit de pan rijzen.

Compensatiefonds
Voor het geval dat de eerste BENG-eis niet kan worden gerealiseerd, presenteert de ZEN-themagroep de oplossingsrichting om een vrijstelling voor deze BENG-eis in te voeren, mits er een vastgesteld (zwaar) pakket van schilmaatregelen aan het gebouw is uitgevoerd. Welke maatregelen dat zijn dient nog nader onderzocht te worden. Om de tweede en derde BENG-eis te compenseren, is er altijd de uitwijkmogelijkheid naar gebiedsmaatregelen via EMG, als deze wordt aangewezen voor BENG en als de afstandseis vervalt.

Een optie daarvoor is het invoeren van een compensatiefonds. De woonleveranciers (de verantwoordelijke bouwer of ontwikkelaar) dragen dan financieel bij aan bijvoorbeeld de verduurzaming van een warmtenet, een windmolenpark of een zonneweide. Dit leidt wel tot extra administratie en registratie bij de verkoop van het huis via certificaten.

Een variant daarop is dat de koppeling tussen bouwproject en nieuwe duurzame opwekcapaciteit helemaal wordt losgelaten. De woningleveranciers worden dan verplicht een van te voren berekende bijdrage in een landelijk ‘BENG-compensatiefonds’ te storten. Daarmee zouden SDE-subsidies kunnen worden meegefinancierd of directe investeringen in zon-, wind- of bio-energie worden gedaan.

Er moeten nog goede berekeningen worden uitgevoerd om te kunnen vergelijken hoeveel een opgewekte kWh aan windenergie op zee kost. Een globale berekening voor een appartement van 75 m² waar 20 kWh/m² moet worden gecompenseerd, geeft een eerste indicatie van 700 tot 1000 euro zonder de nog moeilijk in te schatten netwerkkosten (de kabel van zee naar het vasteland). Het compenseren van de ene BENG-eis door een strengere andere BENG-eis wordt door de themagroep uitdrukkelijk niet als gewenste oplossing voorgedragen.

Pareltje gebiedsenergie: PV-panelen buiten de kavel in Vught
In Vught bij Den Bosch vindt een kleinschalig nieuwbouwproject plaats op een voormalig kazerneterrein. Het zijn gewilde en dure (€ 300-400.000) woningen, in een nieuwbouwplan waarvan tot nog toe twee fasen van 26 en 30 woningen zijn gebouwd. ‘Het is een bosachtige omgeving met veel schaduwwerking waardoor PV-panelen onmogelijk zijn. Ook warmtepomp en WKO zijn niet mogelijk’, zegt Stan Verheijen van Solar Green Point, facilitator van vooral zonneweiden en zonnedaken. Ontwikkelaar BDP kwam met het idee om een stuk van het dak van De Gruyterfabriek in Den Bosch, vijf kilometer noordwaarts, te huren.

De voormalige snoepjesfabriek is tegenwoordig een hippe werkplek voor tal van kleine bedrijfjes. ‘Het dak biedt ruimte voor 1000 vierkante meter zonnepanelen. Wij huren een plek voor 200 panelen voor de 26 woningen uit de eerste fase, en nog eens ruimte voor 210 panelen voor de 30 woningen uit de tweede fase. Daarmee komt de EPC op 0,31 – 0,39. Dankzij deze gebiedsmaatregel zakte de EPC ongeveer 0,1 tot 0,15 punten’, aldus Verheijen. De zaak kwam snel rond doordat de omgevingsdienst van Vught meewerkte aan een EMG en de omgevingsvergunning wilde afgeven.

De panelen zijn gekocht door de bouwer en eigendom van de bewoners, die samen een coöperatie vormen. ‘De panelen zijn aan de kavel verbonden bij de koopovereenkomst bij de notaris’, zegt Verheijen. ‘Ze horen dus niet bij de familie Janssen, maar bij hun kavel. De panelen kunnen niet verwijderd en verkocht worden.’

Elk paneel heeft een certificaat (zonder garantie van oorsprong) en er kan niet in worden gehandeld. Het certificaat heeft een marktconforme prijs van € 350-375 (voor 270 Wp). De certificaathouders ontvangen in elk geval tot en met 2020 een SDE-vergoeding voor de stroom. De stroom gaat niet fysiek naar de huizen, maar het net op.

De huur van het fabrieksdak geldt voor een periode van 25 jaar. ‘Dat geeft hen daarna de mogelijkheid de panelen te vervangen voor nieuwe exemplaren, goedkoper en met een hoger rendement’, vertelt Stan Verheijen. Er zijn afspraken over reparaties, zoals lekkages, en onderhoud aan het dak. De coöperatie legt reserves aan, ook voor de storm- en hagelverzekering.

Pareltje: Lokaal opgewekt, lokaal toegepast in Neder-Betuwe
Henk de Hartog van de ZON Energiegroep heeft een droom. Op bedrijventerrein ’t Panhuis Kesteren in de gemeente Neder-Betuwe wil De Hartog lokaal opgewekte energie totaal lokaal toepassen. Volledige zelfvoorzienendheid en gebalanceerde lokale energieopwekking en energiegebruik is het devies.

Renewable Smartfield Lab Neder-Betuwe heet het project. ‘Dus alle lokaal opgewekte elektriciteit en warmte zelf benutten, op het bedrijventerrein, of in het dorp. We willen niets terugleveren aan het net’, zegt hij. Ondernemers krijgen bij afname boven de 100 duizend kWh namelijk al een hele hoge korting op fossiele stroom. ‘Zij schieten dus niet zoveel op met saldering en vanwege de kosten voor een aansluiting duurt het veel langer voordat ze hun investering terugverdienen.’

Er staan al 8 windmolens (langs de A15) en de strook biedt zoekruimte voor meer windturbines. Het projectteam streeft voorts naar een ‘zonneveld’ van ongeveer 20 hectare, naast het zoveel mogelijk plaatsen van zonnepanelen op onbenutte daken. In de Warmtewet is het aan vergunninghouders toegestaan om de warmte onderling te verdelen. De restwarmte van het ene bedrijf kan nuttig zijn voor het andere bedrijf. De Warmtewet staat toe dat een bedrijf zowel netbeheerder/distributeur is als leverancier. In de Elektriciteitswet is dit door de scheiding van gereguleerde netbeheerder en commerciële energieleverancier vooralsnog onmogelijk. Nu moet er bij decentrale opwekking een aansluiting op het energienetwerk worden gemaakt, vaak tegen hoge kosten. De Hartog wil nu een uitzonderingspositie bewerkstelligen via de experimentenregeling van de Elektriciteitswet en vijf bedrijven op het industrieterrein aan elkaar koppelen.

‘De ondernemers doen alle gangbare investeringen zelf. De onrendabele top in de business-case wordt gesubsidieerd. De terugverdientijd daalt dan van 11 naar 7 jaar. Ze streven naar een rendement van 6 tot 7 procent.’ De vijf ondernemers denken 500 duizend kubieke meter gas per jaar te besparen en een slordige 20 mWh aan duurzame elektriciteit op te wekken. Behalve de ondernemersvereniging werken ook Hogeschool Arnhem Nijmegen, TU Delft en adviesbureau Witteveen + Bos mee. Ook de provincie Gelderland is geïnteresseerd in het experiment. Neder-Betuwe zou als casestudy kunnen fungeren om 250 industrieterreinen in de provincie ‘slim’ te maken.

Door de optimale balans tussen het aanbod van stroom en warmte kunnen de ondernemers de energie zo efficiënt mogelijk opslaan. ‘Een mix tussen industrie en consument is economisch noodzakelijk. Opslag tegen lage kosten speelt daarbij een essentiële rol’, zegt De Hartog. Daartoe werkt hij onder andere samen met Elestore en Dr.Ten. Beide bedrijven ontwikkelen opslagsystemen (respectievelijk met waterstof/bromide en zout water) die de ambitie hebben om de kostprijs voor opslag te verlagen tot 5 cent per kWh.

Met bewoners wordt uitvoerig gecommuniceerd. De locale ESCO regelt alles, inclusief eventuele storingen. De grote verscheidenheid aan opwekking staat borg voor geringe storingen. Bewoners betalen ‘niet meer dan anders’ (NMDA). De verwachting is dat de energienota uiteindelijk lager zal uitvallen, aldus De Hartog. ‘Experimenten tonen besparingen van 15 tot 30 procent. Opschaling van de experimenten zal een beter inzicht opleveren. Daardoor zal ook het draagvlak onder bewoners toenemen. Ze zullen de voordelen ervaren. De overheid moet meedoen in deze transitie.’

Zie ook:
Lokaal opgewekt, lokaal toegepast (20-1-2017)
Energie van buiten de kavel 2 (12-9-2016)
Zonnecellen buiten de kavel (8-12-2016)
Energie van buiten de kavel (10-6-2016)


Gerelateerde berichten

Tags:

ZEN

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties