Energielabel en Wet kwaliteitsborging: Be good and show it

Verslag van de ZEN Themagroep Energielabel voor nieuwbouwwoningen, 28 januari 2021, door Henk Bouwmeester

De invoering van het nieuwe energielabel per 1 januari 2021 kan worden gezien als opstapje naar invoering van de Wet kwaliteitsborging. Deze wet wordt volgend jaar van kracht. Goed bouwen met een hoge energieprestatie is niet meer genoeg. Als bouwbedrijf moet je ook aantonen dat je goed bouwt. Hilco Pekel (Invent) legt uit hoe hij de energieprestatieberekening maakt en welke bewijsstukken hij nodig heeft.

Inzicht en handelingsperspectief
Het energielabel is verplicht bij oplevering, verkoop of verhuur van een woning. Het geeft de koper of huurder inzicht in de energieprestatie van de woning en handelingsperspectief voor verdere verbeteringen. De verkoper of verhuurder is verplicht zo’n label aan te vragen. Het doel is goede communicatie. Er worden daarom wettelijke eisen gesteld aan de vorm van het label; niet aan de hoogte ervan. Bij het niet voldoen aan de labelplicht kan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een boete opleggen.

Conform NTA8800
Bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning wordt een energielabel met status ‘voorlopig’ opgesteld. De labelklasse hangt samen met de berekende waarde voor BENG 2. Dit label kan worden gebruikt bij marketing en verkoop. Bij oplevering wordt de berekening voor het definitieve label gemaakt op basis van de feitelijk gerealiseerde situatie. Een vakbekwaam EP-adviseur neemt de woning ter plekke op, maakt een energieprestatieberekening en registreert die. De rijksoverheid genereert een label op basis van de geregistreerde energieprestatie. Het bevoegd gezag toetst of de berekening aan de eisen voldoet. Het label is vervolgens tien jaar geldig.

Bewijslast
Veel elementen die bepalend zijn voor de energieprestatie van een woning, kunnen alleen tijdens de bouw worden opgenomen. Met name isolatie. Om die bij oplevering te kunnen beoordelen, moet het bouwbedrijf tijdens de bouw bewijslast verzamelen. In een bijlage bij ISSO 82.1 staat welke bewijslast nodig is. Het belangrijkste is om vóór de schil wordt gesloten, goede overzichtsfoto’s te maken (waaruit blijkt om welke woning het gaat) en goede detailfoto’s (bijvoorbeeld van aansluitingen bij kozijnen, doorvoeren en hoeken). Verder zijn foto’s van labels op verpakkingen belangrijk en foto’s waaruit de dikte van isolatiemateriaal blijkt. Hilco: “Beter teveel foto’s dan te weinig. Als je op vakantie bent, maak je de ene foto na de andere. Wen daar ook aan in de bouw”.

Tekeningen en facturen
Behalve foto’s gebruikt een EP-adviseur tekeningen, facturen, leveringsbonnen, rekeningen voor meer- en minderwerk en bestekken als bewijsstuk. Het is daarbij van belang dat er altijd een relatie is met de specifieke woning. Op de factuur moet dus zijn vermeld aan welk adres, kavelnummer en/of bouwnummer is geleverd. Hilco: “Momenteel voldoet 90 procent van de documenten niet aan die eis”. De EP-adviseur is verantwoordelijk voor controle van de aangeleverde informatie en maakt dus een inschatting of de bewijslast toereikend is.

IR-fotografie
De kwaliteit van thermische isolatie kan in principe ook worden aangetoond met IR-fotografie. Maar dat is alleen mogelijk bij een groot verschil tussen binnen- en buitentemperatuur. Dus als het buiten koud is en er binnen flink wordt gestookt. In negen van de tien gevallen past dat niet in de planning van het bouwbedrijf voor oplevering en overdracht van de woningen.

Blowerdoortest
Voor bepaling van de luchtdichtheid geeft een blowerdoortest uitsluitsel. Voor het energielabel is zo’n test alleen nodig als gerekend wordt met een betere luchtdichtheid dan welke forfaitair voor het betreffende bouwjaar geldt. En als dat zo is, kan onder bepaalde voorwaarden met een steekproef worden volstaan. De woningen moeten door dezelfde aannemer zijn gebouwd en binnen dezelfde aanvraag vallen. Dan is een proef in één op tien woningen voldoende. Daarnaast moet in elk geval één meting per woningsubtype gedaan worden.

Bekijk de volledige presentatie van Hilco Pekel (en download de bijbehorende pdf)

Onvoldoende bewijslast
Als de bewijslast in het projectdossier volgens de EP-adviseur voldoende is dan wordt de energieprestatie berekend op basis van de werkelijk toegepaste materialen. Hilco: “Dat is wat je uiteindelijk wilt”. Maar wat nu als dat niet het geval is? Als er wel bewijs is, maar het voldoet niet aan de eisen, dan wordt in de berekening een reductie van 10 procent op de isolatiewaarde toegepast. Bij gebruik van isolatiemateriaal met een Rc-waarde van 6,0 wordt in de berekening dus 5,4 meegenomen. Erger is het als er helemaal geen bewijslast is. Dan wordt de berekening gemaakt op basis van de minimale Rc-waarden uit het Bouwbesluit minus 10 procent. Zo is de Rc-waarde van de gevel conform Bouwbesluit minimaal 4,7. In de berekening wordt dan 4,23 meegenomen. Dat leidt zeer waarschijnlijk tot een minder gunstig energielabel.

Kwaliteitsverklaringen
Andere componenten, systemen of installaties worden in de energieprestatieberekening meegenomen op grond van gecontroleerde kwaliteitsverklaringen conform de NTA8800. Als zo’n kwaliteitsverklaring in de databank van het BCRG is opgenomen, is het verplicht die te gebruiken. De EP-adviseur controleert bij opname of de component, het systeem of de installatie inderdaad is toegepast. Dat kan visueel of op grond van een schriftelijk document waaruit blijkt dat het element aan het betreffende adres is geleverd. Als er geen nieuwe, maar wel een oude kwaliteitsverklaring conform de NEN7120 in de databank zit, kan de verklaring in een beperkt aantal gevallen worden gebruikt. Meer hierover staat op de website van de BCRG.

Eén jaar om te oefenen
We moeten zorgen dat de energielabeling geen ‘moetje’ is, maar een middel om de kwaliteit op de bouw te borgen, zegt Hilco tot besluit. “We moeten het goed tussen de oren krijgen. Opdrachtgevers, aannemers, onderaannemers, leveranciers en alle zzp-ers op de bouw moeten eraan wennen. Als je het goed onder de knie hebt, is het volgend jaar makkelijk om door te schakelen naar de wet Kwaliteitsborging. We hebben één jaar om te oefenen.”

Vragen en antwoorden
De Themagroep Energielabel van 28 januari 2021 was de tweede in een serie. De eerste bijeenkomst vond plaats op 17 december 2020. Er zijn tijdens deze bijeenkomsten ook veel praktijkvragen beantwoord over het energielabel.

Download de presentatie van Hilco Pekel


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties