De energietransitie: een gezamenlijke uitdaging

smallenbroekVerslag van de plenaire inleiding door Meindert Smallenbroek (directeur Energie en Ontwikkeling, Ministerie Economische Zaken) tijdens de ZEN platformbijeenkomst op 21 juni, door René Didde.

Op weg naar Groningen waar hij Minister Kamp begeleidt, die later op de dag gaat verklaren dat hij de gaskraan nog verder dicht gaat draaien, licht Meindert Smallenbroek, directeur Energie en Ontwikkeling van EZ toe dat hij het Lente-akkoord vaak noemt als geslaagd voorbeeld van innovatie op energiegebied in een sector waar private en publieke partijen succesvol samenwerken. ‘Sinds anderhalf jaar is er sprake van een grote dynamiek in de energiewereld’, zegt Smallenbroek. ‘In de fossiele wereld is zekerheid niet langer gegarandeerd en in de duurzame wereld zijn er grote ontwikkelingen.’

Tegelijkertijd lijkt er sprake van opstand tegen zowel de oude als de nieuwe energiewereld, aldus Smallenbroek. ‘Groningen loopt te hoop tegen de aardbevingen en in andere provincies keert men zich tegen windmolens.’ De energiewereld trilt kortom op zijn grondvesten, aldus de topambtenaar. Wie had kunnen denken dat er een serieuze discussie woedt over het sluiten van kolencentrales die amper zijn geopend. Voor politici is het kortom danig schipperen, maar tot 2020 vormt het Energieakkoord het onomkeerbaar ankerpunt. Energiebesparing en duurzame energievormen daarvan de kernpunten.

Naar een CO2-arme toekomst
Recent kwam het ministerie van EZ met een energierapport waarin de transitie naar duurzaam verder wordt uitgewerkt. ‘Belangrijk verschil met voorheen is dat we niet langer spreken van doelen als zoveel MW zonne- en windenergie en zoveel procent energiebesparing’, legt Smallenbroek uit. ‘De ambitie is om een CO2-arme energievoorziening te bewerkstelligen die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is.’

Daar horen misschien ‘andere subsidieregelingen’ bij, al haast Smallenbroek zich te zeggen dat de salderingsregeling tot 2020 is gegarandeerd. Tegenover voordelen als eenvoud en effectiviteit staat dat de saldering een dure vorm van CO2-reductie is, die leidt tot verzwaring van het net, soms een rem op innovatie vormt en ook niet geschikt is voor mensen zonder een geschikt dak.

Vertaald naar de gebouwde omgeving betekent ‘een CO2-arme toekomst’ dat de productie van energie voor lage temperatuurverwarming tot 2035 de belangrijkste opgave wordt. Ruimteverwarming moet zo min mogelijk met aardgas plaatsvinden. Energiebesparing en verduurzaming van de restvraag zijn sleutelbegrippen. Hetzelfde geldt voor ‘kracht en licht’, aldus Smallenbroek. ‘Energiebesparing, flexibele, decentrale elektriciteitsopwekking, noviteiten als ‘power to gas’, en speciale aandacht voor de ruimtelijke inpassing. Want decentrale energievoorziening vergt nu eenmaal meer ruimte in het landschap dan fossiele energie.’ Dat vraagt om een heldere rolverdeling tussen Rijk, provincies en marktpartijen en vooral ook een vroegtijdige betrokkenheid van burgers.

Energiedialoog
Mede daarom is sinds april dit jaar de Energiedialoog in het leven geroepen. Kernwoorden: informeren, bewustworden, meedenken en meedoen. ‘Niet zomaar een praatcircus, zoals sceptici beweren, maar een wereld te winnen’, aldus Smallenbroek. ‘Niet alleen kansen verzilveren voor de Nederlandse economie, maar ook in de hoofden van mensen. Uit onderzoek blijkt dat zij het huidige aandeel duurzame energie (en kernenergie) schromelijk overschatten. Tot 4 juli kan iedereen bijdragen plaatsen aan de dialoog op www.mijnenergie2050.nl.

Download de presentatie


Gerelateerde berichten

Tags:

ZEN

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties