Gebiedsenergie: balanceren tussen milieu, woonlasten en haalbaarheid

gebiedsniveauVerslag van de werksessie Energie op gebiedsniveau door Jos de Vries (BPD) o.l.v. Helen Visser (Bouwend Nederland) tijdens de ZEN platformbijeenkomst op 22 maart – verslag door René Didde.

BPD is niet alleen projectontwikkelaar maar ook een gebiedsontwikkelaar. ‘We proberen klanten en stakeholders te betrekken bij nieuwe samenwerkingsvormen voor planologie en grondexploitatie’, zegt Jos de Vries van BPD. ‘Energie op gebiedsniveau’ is zo’n nieuwe vorm: geen opwekking van energie op de eigen kavel maar in de omgeving ervan.

Een warmtenet is vermoedelijk het bekendste voorbeeld van gebiedsenergie. Maar ook warmte-koudeopslag, biogasopwekking en elektriciteitsopwekking op een ander perceel komen steeds meer voor. Deze werksessie gaat in op de organisatie, schaalgrootte, de rol van gemeenten, betaalbaarheid en het rendement van gebiedsenergie.

Wettelijk kader
Voor de niet aan de kavel gebonden energievormen bestaan twee normen, vertelt Jos de Vries. De Energieprestatienorm voor Maatregelen op Gebiedsniveau (EMG), geregeld via NVN 7125 en de Energieprestatienorm voor Gebouwen (EPG), geregeld via NEN 7120. Het wettelijk kader ligt in het Bouwbesluit, met de gemeente als bevoegd gezag, en daarvoor geldt maximaal 1,33 x de EPC-eis. Bij de huidige EPC-eis van 0,4 betekent dit dus dat de EPC lager moet zijn dan 0,53 in geval van forfaitaire warmte. Het is altijd mogelijk om duurzamer te bouwen dan wettelijk verplicht is. De Vries wijst ook op een vergeten artikel in de Woningwet, namelijk artikel 1b, lid 2. ‘Dat zegt dat een woning zo milieuvriendelijk moet blijven als hij is gesticht. Dus uitbreiding met een dakkapel zou in feite aanvullende energiemaatregelen vereisen’, zegt hij. ‘Voorlopig wordt er niet gehandhaafd op dit artikel, maar het zou een rol kunnen gaan spelen.’

Stadsverwarming bijft omstreden
Stadswarmte heeft veel positieve effecten op de EPC en heeft verder als voordeel dat er lokaal geen rookgassen ontstaan. Bewoners worden ook ontzorgd. Er is altijd warmte. Toch blijft stadsverwarming omstreden, ook nu er een Warmtewet is. Er is een monopolie, het vastrecht is langdurig hoog en het systeem is star en lijkt NOM-woningen te blokkeren. Omgekeerd lijkt de komst van BENG het business-model van de stadsverwarming negatief te beïnvloeden, zo merkt iemand op. Verbeterde isolatie zal de warmtevraag immers doen dalen. Laagwaardige warmtesystemen, zoals vloerverwarming kunnen wellicht soelaas bieden.

Zonnepanelen op een ander dak worden door BPD onder meer toegepast in Vught. Vanwege de schaduwwerking van de lommerrijke omgeving van een nieuwbouwproject op een kazerneterrein is op 5 kilometer afstand een geschikt dak gevonden op de oude De Gruyter-fabriek in Den Bosch. Dat is conform de NVN 7125-eis van een maximale afstand van tien kilometer. Ze voldoen ook aan de eis om ‘toegevoegde duurzame energie in de buurt’ op te wekken. Vanwege ingewikkelde verschillen in compensatie van normen moeten er in plaats van 4 panelen op het eigen dak vijf panelen per woning liggen op het De Gruyter-dak.

De bewoners kunnen niet salderen, en, belangrijk, ze kunnen de kosten van de panelen niet in hun hypotheekaanvraag meenemen. ‘De panelen zitten immers niet ‘aard- en nagelvast aan hun dak”, zegt De Vries. In geval van starterswoningen in het goedkopere segment lijkt dat dus een probleem voor ZEN-woningen. In Vught betaalden de bewoners de panelen zelf. Ze ontvangen wel SDE-subsidie voor vijftien jaar.

Zelf biogas produceren
Lokale biogas-productie vindt plaats in Eerbeek, ten behoeve van een bestaand kantoor van het waterschap. Negentig procent van de warmtevraag wordt met biogas verduurzaamd door de vergisting van slib van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het is betrouwbaar en lokaal en er is altijd aardgas als back-up beschikbaar. Het is wel noodzaak om elektrisch te koken en een speciale multigasketel is nodig voor de verwarming. ‘Een bezwaar is mogelijk lokale geurhinder en ook over het uitzicht op de koepel van de vergister valt te twisten’, aldus De Vries. In Nijkerk staat een project van 200 tot 400 woningen op stapel.

Met gebiedsenergie zijn meer mogelijkheden buiten het gebouw te benutten. Ook reststromen die anders ongebruikt blijven, worden nu toegepast. Er is een forse CO2-besparing mogelijk. Er is ook meer keuze in esthetiek. Zonnepanelen zijn overbodig. Er is sprake van goede prestatiegaranties en afnemers worden ontzorgd. Nadelen zijn er ook. Er zijn hogere eisen aan de continuïteit nodig, de schaalgrootte maakt minder flexibel en er is sprake van ruimtebeslag elders. Biogas kan bovendien niet meer voor vervoer worden ingezet.

Vervolg
Veel vragen zijn nog niet beantwoord en ook aan de stellingen van Jos de Vries komt deze werksessie niet toe. Past gebiedsenergie wel in een BENG- en ZEN-toekomst? De berekeningen en vertaling zijn nog onduidelijk. Ook de rol van de gemeente in collectieve systemen is heel grillig. En het verdienmodel is evenmin altijd duidelijk. Als een woning naar een energievraag van 0 toegaat, is er geen warmtenet meer nodig. De deelnemers willen in een themagroep deze vragen nader aan de orde laten komen.

Download de presentatie van Jos de Vries


Gerelateerde berichten

Tags:

ZEN

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties