Gedrag belangrijke schakel in gat tussen ontwerp en gebruik

Verslag van de sessie over Bewonersgedrag en NOM-monitoring tijdens het ThuisCongres ‘BENG! ZO DOE JE DAT’, met Dennis van Goch (BAM), Marleen Spiekman (TNO) en Edwin van Kessel (BeNext) – door Joop van Vlerken.

Om werkelijke prestaties van woningen te kunnen meten is monitoring essentieel. Alleen met deze data kan onderzocht worden waardoor het verschil tussen ontwerp en gebruik veroorzaakt wordt. Een belangrijke component hierin is de bewoner. Als die in de winter bijvoorbeeld 11 uur per dag het slaapkamerraam open heeft staan, heeft dit een behoorlijke impact op het energieverbruik. Dennis van Goch van BAM, Marleen Spiekman van TNO en Edwin van Kessel van BeNext vertellen over de resultaten van een datagedreven onderzoek naar NOM-woningen.

“Monitoring is heel belangrijk”, benadrukt programmamanager Dennis van Goch van BAM. “De theorie is niet altijd de praktijk. Met monitoring kijk je hoe het ontwerp in de praktijk presteert.” BAM, Van Wijnen, TNO en BeNext hebben twee jaar lang metingen verricht in twee totaal verschillende NOM-projecten: een nieuwbouwproject van Van Wijnen in Ermelo en een renovatieproject van BAM in Emmen. Van Goch: “We hebben onder meer onderzocht hoe we afwijkingen kunnen duiden en wat we daarmee kunnen doen. Monitoring voorkomt verrassingen. En we kunnen verder gaan in de interpretatie. Als je niet meet, kun je niet verbeteren.”

Geleerde lessen
Marleen Spiekman van TNO vertelt over de geleerde lessen uit het onderzoek. “We kijken te veel naar theoretische prestaties, in plaats van werkelijke prestaties. Zo kwamen we er in het onderzoek achter dat er veel energieverlies optreedt via open ramen in onverwarmde slaapkamers. Dit effect is zo groot dat als men de ramen dicht zou houden en ervoor kiest om wel te verwarmen men maar beperkt extra energie verbruikt ten opzichte van onverwarmd met ramen open. Gebruikersgedrag heeft grote invloed; sommige mensen hebben het slaapkamerraam in de winter 11 uur per dag open staan!” Van Goch legt uit dat het belangrijk is om deze informatie terug te koppelen aan de bewoner. “Dan kun je zeggen: ‘Je raam staat open en je verliest veel energie. Is het niet comfortabeler als je raam dicht maakt?’ Op deze manier gebruik je data om de bewoner voor te lichten.”

Sensoren
Edwin van Kessel van BeNext vertelt hoe de data verzameld en geanalyseerd werden. “De koopwoningen in Groevenbeek werden nog niet gemonitord dus die hebben we uitgerust met zichtbare en niet-zichtbare sensoren en een display voor de bewoners. Zo konden we bijvoorbeeld meten of de deuren openstonden en wat de gewenste temperatuur van de bewoners was. De woningen van Lefier in Emmen werden al door ons gemonitord. Dit systeem hebben we uitgebreid om ook de warmtepomp uit te kunnen lezen. In overeenstemming met de bewoners hebben we deze data gedeeld met TNO.”

Inzichten
Vervolgens ging TNO aan de slag met de data, vertelt Spiekman. “We hebben de data gefinetuned om vergelijkingen te kunnen maken. Dat is nodig omdat je veel verschillen ziet in de data en daar de oorzaken van wilt weten. Het is vrij goed gelukt om een model te maken op basis van wat er werkelijk gebeurt.” Ze legt uit dat de data over het werkelijke verbruik inzichten geven waarmee in het ontwerp geen rekening is gehouden. “Uit de analyse bleek dat slaapkamers ook verwarmd worden terwijl dat niet altijd logisch is. Dit komt door een gebrek aan naregeling op de vloerverwarming boven. Het zou juist slim zijn om de woning te zoneren zodat je de vloerverwarming boven apart kunt regelen. Daarnaast is het slim om vloerisolatie tussen woon- en slaapkamers te plaatsen. Dat lijkt gek, maar hierdoor treedt er minder warmteverlies op via openstaande slaapkamerramen.”

Data niet heilig
Dat data niet heilig zijn, wordt benadrukt door Van Goch. “Interpretatie van data is niet altijd eenvoudig. Kunstmatige intelligentie is daarom geen vervanging van expertise. Een kleine verstoring kan al invloed hebben op de modellen. Denk bijvoorbeeld aan de stand van de ramen of de temperatuur bij de buren. Het komt er dus op neer dat je data uit de praktijk moet combineren met modellen, kunstmatige intelligentie en expertise. Dan kom je bij bruikbare modellen uit die niet alleen in de exploitatiefase maar ook in het ontwerp een rol kunnen spelen. Naast focus op goede ontwerpprincipes moet je kijken hoe de woning echt functioneert. Daar kun je de meeste winst halen.” Spiekman vertelt dat ze uit het onderzoek heeft geleerd dat gebruikers veel invloed hebben op de prestatie van een woning. “Gedrag is de belangrijkste schakel als verklaring voor het gat tussen ontwerp en gebruik. De bewoner gedraagt zich niet als algoritme. Daar moeten we veel beter onze vinger achter zien te krijgen.” Van Kessel bevestigt dat: “NOM is NOM tot er een bewoner in zit. Het kan snel de verkeerde kant op gaan. Daarom is meer voorlichting nodig.“

Download de presentatie


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties