Het opnameprotocol nader toegelicht

Het opnameprotocol voor het Energielabel Nieuwbouw is een toets om het gebouw bij oplevering te controleren. Kees Arkesteijn, projectcoördinator van het Energielabel bij het kennisinstituut ISSO, ziet een dergelijk, uniform protocol als een goede zaak. “De inspanningen die men bij oplevering moet doen, levert belangrijke winst op voor de uiteindelijke kwaliteit van het gebouw.”

ISSO heeft in opdracht van AgentschapNL het opnameprotocol voor het Energielabel opgesteld en vastgelegd in ISSO-publicaties 82.1 voor woningen en 75.1 voor de utiliteitsbouw. Dat deed het kennisinstituut in nauwe samenwerking met diverse marktpartijen om een breed draagvlak te creëren. Kees Arkesteijn stond aan de wieg van het opnameprotocol en volgt het ook in de praktijk op de voet. “Het opnameprotocol is er op gericht om de oorspronkelijke EPC-berekening te toetsen aan de praktijk. De EPN-adviseurs lopen de hele checklist van energiebesparende maatregelen door en controleren of ook daadwerkelijk is gerealiseerd wat er in de bouwvergunning is beloofd. Aan de hand van de verzamelde bewijslast en de zichtbare situatie ter plekke kijken de EPN-adviseurs bijvoorbeeld of de dikte van het isolatiemateriaal klopt, of de installaties voor warmte-opwekking en tapwaterverwarming zijn gerealiseerd zoals aangegeven, of de leidingen naar de tappunten zo lang zijn als was opgegeven in de EPC-berekening. Als er ongeoorloofde afwijkingen zijn, moet men maatregelen nemen om toch aan de beloofde energieprestatie te komen.

Op 27 november heeft het Centraal College van Deskundigen van het KBI (het informatieloket voor certificering in de bouw- en installatiesector) beslist over de aanvullingen op de verplichte controlepunten bij opname. Het gaat in dit geval om controle van de inregelstaat van installaties, een verplichte meting van de luchtdoorlatendheid van de woning en een controle van de manier waarop het isolatiemateriaal is aangebracht. Kees Arkesteijn: ”De luchtdoorlatendheid is een cruciaal punt. Daarvan is afgesproken dat men de gegevens van een blowerdoormeting moet overleggen wanneer iemand in de EPC-berekening een andere dan de forfaitaire waarde wil aanhouden.”  De verplichte controle op de aanbrengkwaliteit van het isolatiemateriaal zal waarschijnlijk later van kracht worden dan de andere twee aanvullingen. Omdat men dit al in een vroege fase van de bouw moet aantonen, zullen de eerste bouwprojecten daar nog niet aan kunnen voldoen. In het opnameprotocol zijn al wel de eisen opgenomen waaraan de foto’s voor deze bewijslast moeten voldoen.

Om de opnames straks gecertificeerd te kunnen uitvoeren, is de opleidingsmarkt druk bezig opleidingen te ontwikkelen voor adviseurs. “Voor zover ik weet zijn ongeveer vijf opleidingsinstellingen daar serieus mee bezig. ISSO stelt in opdracht van de overheid opleidingsmateriaal en examens samen die we aan hen beschikbaar stellen. Daarbij gaan we uit van de kwaliteitseisen uit de BRL 9500-05 die begin volgend jaar definitief wordt. Waarschijnlijk zullen vanaf april 2013 de eerste EPN-adviseurs met een bewijs van vakbekwaamheid de markt betreden. Dat kunnen mensen zijn van grote adviesbureaus, maar ook éénpitters die gespecialiseerd zijn in energieprestaties,” aldus Arkesteijn. De EPN-adviseurs moeten de energieprestatie kunnen berekenen volgens de NEN 7120. Ze moeten  de normen kunnen toepassen voor het bepalen van de thermische eigenschappen van bouwconstructies (NEN 1068). Daarnaast is kennis nodig van de ventilatienorm NEN 8088, maar ook van de NVN 7125 om gebiedsmaatregelen te kunnen verwerken in de energieprestatie van de woning. Tot slot moeten ze uiteraard de opnameprocedure goed in de vingers hebben.

Volgens Arkesteijn zouden ook grote beleggers, bouwers of woningcorporaties een of meerdere medewerkers uit de eigen gelederen kunnen opleiden. “De kwaliteit van de adviseurs wordt gewaarborgd door de certificerende instelling. Zij controleren op basis van de BRL of deze adviseurs goede labels afgeven. Dit zullen strenge controles zijn, maar dat is ook in het belang van de bouwwereld. Ik ben ervan overtuigd dat de komst van het Energielabel Nieuwbouw een opschonend effect heeft. Het kan niet anders dat door de controles de kwaliteit omhoog gaat.”
In het eerste kwartaal van 2013 zal de website elabel.info volledig zijn ingericht voor het faciliteren van vragen en ervaringen van adviseurs op het gebied van energielabels voor de nieuwbouw. Nu richt dit platform van Agentschap NL, ISSO en KBI zich alleen nog op de bestaande bouw. “Er komen al wel wat algemene vragen binnen over de datum van invoering en de inhoud van de opnameprotocollen, maar als de praktijk er straks echt mee aan de slag gaat, gaat Agentschap NL op de site alle vragen met betrekking tot de wetgeving over het nieuwbouwlabel beantwoorden en ISSO de vragen over de technische inhoud. Het is een uitstekend platform om alle vragen te kanaliseren en antwoorden te concentreren op de meest gestelde vragen bijvoorbeeld. Ook gebruiken we de vragen vanuit de markt om in eventuele nieuwe versies van het opnameprotocol specifieke verduidelijkingen mee te nemen,” zegt Arkesteijn.

De Tweede Kamer blies op 20 november de Wet Kenbaarheid Energieprestatie Gebouwen af. Het betekent dat het Energielabel voor de bestaande bouw wel degelijk verplicht is, maar de handhaving vrijblijvend is en blijft. Het Energielabel voor de nieuwbouw mag dan op dit moment nog vrijblijvend zijn, maar Arkesteijn ziet dat puur als een vertraging. “Het wettelijk kader is er voorlopig onder vandaan gehaald, maar wij blijven positief doorgaan met onze voorbereidingen. Ook de markt ziet het Energielabel Nieuwbouw als een goed instrument om de energieprestatie aantoonbaar te maken en kwaliteit beter te kunnen garanderen. Het is toch meer dan logisch dat we bij oplevering niet alleen kijken naar eventuele krassen op de ramen en of de muren goed zijn gestuuct, maar ook naar de kwaliteit van de energetische maatregelen en wat die in de portemonnee opleveren? En of we het nu even uitstellen of niet, Europa gaat ons dit uiteindelijk toch opleggen. De normen die Europa ontwikkelt om de energieprestaties in kaart te brengen, liggen in 2016 klaar voor implementatie in de lidstaten. Nederland kan wel zeggen ‘we doen het eenvoudiger’, maar in 2016 staan er methodes klaar waar we ons allemaal aan te houden hebben. Dan kunnen we ons daar beter zo snel mogelijk goed op voorbereiden.”

In opdracht van Agentschap NL, en in nauwe samenwerking met de partners van Lente-Akkoord, vindt toetsing plaats van het officiële opnameprotocol ten behoeve van het Energielabel Nieuwbouw. Dit gebeurt tijdens een pilot waarin 12 woningbouw- en 5 utiliteitsprojecten zijn opgenomen. Het project dient als voorbereiding op de invoering van de herziene EPBD. Na invoering van deze EPBD-wetgeving moet alle nieuwbouw bij oplevering zijn voorzien van een Energielabel. Dit biedt de toekomstige eigenaar van een woning of gebouw een belangrijke controlemogelijkheid of het bouwwerk aan de vooraf beloofde energieprestatie voldoet.

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties