Je doet het er niet zo maar even bij

Oktober Update

De invoering van het Energielabel Nieuwbouw (onderdeel van de EPBD, de Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen) dat vanaf 1 juli 2013 verplicht is, vereist een degelijke bewijsvoering. Het verzamelen van de vereiste informatie is geen ‘tussendoortje’, zo laten de twaalf nieuwbouwprojecten zien die nu in een pilot als leerobjecten dienen. Het eist van de verantwoordelijke mensen op de bouwplaats nieuwe vaardigheden en een groter bewustzijn.

Uit de eerste ervaringen van betrokkenen komt naar voren dat de ontwikkelaars de behoefte hebben om weer nadrukkelijker met toezichthouders te (gaan) werken. De bouwbedrijven richten zich vooral op bewustwording en het verankeren in de workflow. Bouwbedrijven die dat al deden, hebben duidelijk een voorsprong in dit proces. Het ontsluiten van bewijslast vraagt minder inspanning wanneer bedrijven dit goed meenemen in bestaande werkprocessen.“Het kost ons zeer zeker extra tijd om alle bewijsstukken te verzamelen die nodig zijn om de vooraf berekende EPC uiteindelijk om te zetten in een Energielabel”, vertelt Marij Ummels van Hurks Vastgoedontwikkeling. “Hoewel wij de komst van het Energielabel toejuichen, moeten we in ons bedrijf nog flink aan bewustwording werken. Door deelname aan de pilot weten we nu vroegtijdig waarop we moeten letten. Zo blijkt dat het voor onze uitvoerder lastig is om op de bouwplaats de controles en bewijsverzameling voor het Energielabel uit te voeren. In deze pilot doet hij dat er bij; hij maakt foto’s, verzamelt aankoopfacturen en bewaart andere materialen die als bewijs dienen. Maar voor de toekomst is het geen klusje ‘voor erbij’. We overwegen om voor dit werk een aparte medewerker aan te stellen. Je zou het een kwaliteitsman kunnen noemen die steeds op de juiste momenten aanwezig is om het dossier te kunnen opbouwen. Eventueel kunnen we ook een externe adviseur inschakelen.”

“Ik heb de indruk dat bedrijven in de bouwsector het Energielabel nog te veel als een apart onderdeel zien dat even om de hoek komt kijken”, zegt Rudy Gort van Heembouw. “Met die insteek zet je jezelf echt op het verkeerde been. Het Energielabel moet onderdeel zijn van een brede manier van kwaliteitsborging. Denk niet te veel in tools of extra werk, want dan kost het tijd. Zodra je het Energielabel in de organisatie integreert, dan kun je de werkzaamheden meteen goed doen. Neem het mee in elke werkbespreking en je hoeft naderhand bijna niet te controleren. Dan bespaar je tijd.”

Bedrijven die denken dat het wel los loopt, kunnen nog wel eens flink hun neus stoten. Zo bemerkte Peter Geerlings van Huib Bakker Bouw dat het verzamelen van bewijsmateriaal flink wat extra tijd kost. “Wij wilden wel eens weten of de theoretische bewering dat de administratieve last van het Energielabel Nieuwbouw meevalt, ook waar is. Op dit moment valt het in de praktijk, wat mij betreft, toch tegen. Een uitvoerder of projectleider is er geen hele dagen mee bezig, maar als je alle uren optelt, dan kost het je toch een aantal dagen per project. Of die inspanning straks opweegt tegen de waarde die de koper aan het Energielabel toekent, valt te bezien. In elk geval is het Energielabel Nieuwbouw kostenverhogend.

“Kwaliteitscontroles deden we altijd al”, zegt Ron van der Stege van Bouwbedrijf Van der Gragt, “maar nu moeten we meer gegevens vastleggen en bewaren.” Deze pilot is een belangrijke leerschool die ons vroegtijdig informeert over wat er nodig is. Het zal een positief effect op de verkoop hebben als we hard kunnen maken wat we hebben beloofd. Dat is ook nodig, omdat de tijd die tussen het maken van de plannen en de realisatie van woningbouw vaak enkele jaren bedraagt. In die periode kan er veel veranderen. Bij ons zullen de uitvoerders zich bezig houden met het verzamelen van alle informatie. Het wordt wel complexer omdat we ook casco woningen opleveren. In tijden van crisis willen afnemers nogal eens zelf de afbouw op zich nemen. In dat geval kun je geen volledig afgebouwde woning met bijvoorbeeld een douche-wtw opleveren. Dat zal consequenties hebben voor het Energielabel. Dit moeten we duidelijk communiceren.”

Veenstra Bouw uit Dokkum ziet de uitvoerder als meest aangewezen persoon om de controles op zich te nemen. “Het past in zijn takenpakket”, vindt de heer W. Veenstra die, in tegenstelling tot eerder genoemde collega’s, de extra werkdruk niet zo hoog inschat. “De uitvoerder moet altijd al goed nagaan of het bouwproject volgens de eisen uit de bouwvergunning wordt uitgevoerd. De bewijsmaterialen die hij voor het Energielabel moet verzamelen zijn, wellicht op het maken van wat foto’s na, niet extra belastend. Het zal wél een aardige klus zijn om elke uitvoerder bekend te maken met de zaken waarop hij moet letten. Vooral het luchtdicht bouwen vind ik een activiteit die in de totale bouwsector veel meer aandacht vereist. De oplettendheid bij de verantwoordelijken en de zorgvuldigheid bij de uitvoerders zal over de hele breedte verder omhoog moeten.”

Deze tussenstand van meningen onder deelnemers aan de pilot is een eerste journalistieke peiling. Aan het eind van de projecten volgt een nieuwe evaluatie waaruit nog duidelijker zal blijken wat het de partijen heeft gekost en wat het hen oplevert.

Foto: Bouwproject De Kroeven (Allee Wonen)

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties