Lezersvraag: Is een blowerdoortest afdwingbaar?

De Lente-akkoord redactie ontving een juridische vraag: “Als een Bouwinspecteur vraagt om de gerealiseerde luchtdichtheid aan te tonen, dient de bouwer hieraan dan gevolg te geven? Hoe zit dit juridisch?”

We hebben deze vraag voorgelegd aan Jacco Huijzer, juridisch adviseur/senior specialist bouwregelgeving bij Nieman RI.

“Dat is wel een spannende vraag, die zich bevindt in het grensgebied tussen enerzijds de preventieve toetsing van het bouwplan artikel 2.10 lid 1 van de Wabo en de anderzijds de repressieve toetsing van het bouwen aan artikel 2.1 lid 1 van de Wabo / 1b lid 1 Woningwet.

Bij een aanvraag omgevingsvergunning moet op grond van art. 2.10 lid 1 van de Wabo aannemelijk gemaakt worden dat het bouwplan voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Luchtdoorlatendheid kan uiteraard maar beperkt preventief worden getoetst, omdat de eis nu eenmaal op gebruiksfunctieniveau wordt gesteld en de door het Bouwbesluit 2012 voorgeschreven bepalingsmethode (net als met brandwerendheid en waterdichtheid) een meting impliceert.

Er kan echter wel degelijk preventief getoetst worden, bijvoorbeeld met behulp van de SBR-publicatie ‘Luchtdicht bouwen’, en door méér details op te vragen. De luchtdoorlatendheid die uiteindelijk wordt gerealiseerd is voornamelijk afhankelijk van de wijze van uitvoering: het bouwen. Dat is echt een aspect dat zich uitsluitend leent voor repressieve toetsing.

Uitgestelde toetsing van het bouwplan door middel van het opnemen van een voorschrift is toegestaan; uitgestelde toetsing ten aanzien van luchtdoorlatendheid is daarom mijns inziens ook wel mogelijk. Er mag daarentegen geen voorschrift worden opgenomen dat iets zegt over de wijze van uitvoering. Een voorschrift waarin geëist wordt dat aannemelijk gemaakt wordt dat er is gebouwd volgens de vergunning / het Bouwbesluit, is mijns inziens ook niet mogelijk. Dat gaat immers om repressief toezicht, waarbij de bewijslast voor het niet voldoen aan het Bouwbesluit in eerste instantie bij de gemeente ligt; de in de Awb gegeven bewijslastverdeling mag niet door middel van een voorschrift worden omgekeerd.

In mijn optiek kan het dus wel, maar de wijze van formulering van het voorschrift is hierbij van belang (bouwplan vs. bouwen). Ik ken overigens geen jurisprudentie die hier klip en klaar antwoord op geeft. Ik denk wel dat het de moeite waard is om hier nog wat dieper in te duiken. Kortom: bouwjuridisch een interessante case, die sterk afhangt van hoe een en ander wordt vastgelegd en geformuleerd.”

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties