Luchtverontreiniging oorzaak droge lucht-klachten

Dit artikel is geschreven door bba binnenmilieu

Werknemers in woningen, kantoren en scholen hebben vaak klachten over “droge lucht”. Wat zij hierbij ervaren is irritatie of prikkeling van de slijmvliezen van de keel, de neus en de ogen en soms ook de huid. Mensen voelen dit aan als “droogheid” en ervaren dit alsof het veroorzaakt wordt door lage vochtigheid van de lucht. Vroeger werd vaak gedacht dat lage luchtvochtigheid de hoofdoorzaak is voor droge lucht-klachten.

Bij veldonderzoeken over de hele wereld is echter gebleken dat in gebouwen met natuurlijke ventilatie – ook ‘ winters – weinig klachten over droge lucht voorkomen en in gebouwen met luchtbevochtiging veel klachten over droge lucht voorkomen (o.a. Mendell 1993). Dit is moeilijk te verklaren als lage luchtvochtigheid de oorzaak van de klachten is.

Wetenschappelijk onderzoek
Naar aanleiding van de frequente discussies over droge lucht klachten en toepassing van luchtbevochtigingsinstallaties hebben wetenschappers (o.a. Fang et al. 2003; Wyon et al. 2002; Sundell & Lindvall 1993) onderzocht wat nu precies klachten over “droge lucht “ veroorzaakt. Daarbij is gebleken dat het droge gevoel in de meest gevallen niet door een te lage luchtvochtigheid veroorzaakt wordt maar door irritatie van de slijmvliezen; waarbij deze irritatie op zijn beurt veroorzaakt wordt door verontreinigingen in de lucht (stof, gassen en dampen), soms in combinatie met (m.n. ’s winters) een te hoge luchttemperatuur.

Relatieve luchtvochtigheid niet onder 15%
Los daarvan is het zo dat ook het effect van sec de luchtvochtigheid uitgebreid onderzocht is. Daarbij bleek dat voor alle proefpersonen gold dat hoe lager de luchtvochtigheid is, hoe beter de ervaren luchtkwaliteit, mits de relatieve luchtvochtigheid (RV) niet onder de 15% kwam (zie bv. Fang et al. 2003). Met andere woorden: in de basis is het zo dat juist een verhoogde luchtvochtigheid leidt tot meer klachten / meer ontevredenheid ten aanzien van de luchtkwaliteit.

Ook beneden een RV van 15% hadden de meeste personen geen klachten, maar gevoelige personen (contactlensdragers en mensen met huidproblemen of hooikoorts) hebben bij een relatieve luchtvochtigheid onder 15% iets meer klachten dan andere personen.

Relatieve vochtigheden onder 15% komen in Nederlandse gebouwen zelden of nooit voor, onder andere omdat de winters bij ons relatief zacht zijn (in relatie tot bv. Scandinavië) en doordat werknemers en andere bronnen in gebouwen (denk aan koken en douchen) vochtbronnen zijn.

Nadelen van bevochtiging
Voor het voorkomen van klachten over “droge lucht” of andere klachten over de luchtkwaliteit is in Nederland bevochtiging daarom niet nodig. Ook niet als de vochtigheid lager dan 30% is, wat nog steeds een veel gehoorde maar dus niet correcte ‘streefwaarde’ is. Bevochtiging heeft wel duidelijke nadelen: de luchtvochtigheid kan te hoog worden waardoor meer klachten ontstaan. Ook kan een relatief hoge luchtvochtigheid leiden tot microbiologische verontreiniging (bacteriën, schimmels) waardoor juist meer klachten ontstaan.

Samengevat worden klachten over ‘droge lucht’ dus doorgaans niet veroorzaakt door een lage luchtvochtigheid, maar door een lage luchtkwaliteit oftewel een overmaat van verontreinigingen in de lucht (stof, chemische stoffen etc.). Oplossingen moeten dus gezocht worden in het verbeteren van de luchtkwaliteit (bv. door voldoende verse lucht toe te voeren) en niet in het bevochtigen van de lucht.

Literatuur
Bronsema, B., Thierauf, G.J., Duysens, M.A. (1995) Protection against Allergies in Offices. In: Proceedings of Healthy Buildings 1995, Vol. 3, pp. 1463-1468.
Fang, L., Wyon, D.P., Fanger P.O. (2003) Sick building syndrome symptoms caused by low humidity. In: Proceedings of Healthy Buildings 2003, Vol. 3, pp. 1-6.
Mendell, M.J. (1993). Non-specific symptoms in office workers: a review and summary of the epidemiologic literature. Indoor Air 3, 227–237.
Sundell, J., Lindvall, T. (1993). Indoor air humidity and sensation of dryness as risk indicators of SBS. Indoor Air 3, 382–390.
Wyon, D.P., Fang, L., Meyer, H.W. et al. (2002). Limiting Criteria for Human Exposure to Low Humidity Indoors. In: Proceedings of Indoor Air ’02, Vol. 4, pp. 400–405.


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties