Milieuprestatie gebouwen: leerervaringen

Naar verwachting wordt per 1 januari 2018 een grenswaarde voor de MPG in het Bouwbesluit opgenomen. Wat betekent deze milieuprestatie van gebouwen voor zeer energiezuinige nieuwbouw? Hoe scoren PV-panelen op milieugebied? Kunnen we BENG- en NOM-woningen realiseren én aan de MPG voldoen? En wat betekent dit voor het ontwerpen van woningen in het algemeen?

Op deze vragen moeten in de loop van dit jaar antwoorden komen. Als eerste antwoord fungeert een rapport van W/E adviseurs uit februari 2017, met daarin de neerslag van de leerervaringen sinds 2012.

De milieuprestatie wordt uitgedrukt in een score per m2 bruto vloeroppervlakte. De milieuprestatie moet na 1 januari 2018 lager zijn dan 1,0.  Een analyse van milieuprestatieberekeningen van woningen en woongebouwen (grondgebonden en gestapeld) die afgelopen periode zijn gebouwd, leert dat de milieuprestatie gemiddeld ligt op 0,44. 10% van de woongebouwen scoort lager dan 0,30 en 10% hoger dan 0,66. De rest zit daar tussenin.

Grote vissen
Bij de optimalisatie van een woningontwerp op milieuprestatie blijken de ‘grote vissen’ binnen de bouwdelen te zijn:

  • Installaties 35% waarbij PV: 15 % bij EPC 0,4
  • Gevels 19%
  • Vloeren 16%
  • Daken 13%

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste ontwerp-‘knoppen’.

EPC nul
Uit de analyses blijkt dat de stap van EPC:0,4 naar EPC:0,2 leidt tot gemiddeld een 15% – 20% hogere (dus slechtere) milieuprestatie. De stap van EPC:0,2 naar EPC:0,0 leidt tot een vergelijkbare verhoging. De gemiddelde milieuprestatie bij een EPC van 0,0 is 0,71. Door een afgewogen keuze van energieconcept en installatieproducten is de toename in de milieuprestatie te beperken. Hierbij zijn de installaties, en daarbij vooral de hoeveelheid m2 zonnepaneel/PV, het meest relevant. Bij het passiefhuis-concept is ook de bijdrage van het extra (isolatie)materiaal merkbaar.

Positief is dat de EPC-verlaging per saldo een nettowinst in de totale milieueffecten oplevert (de EPC kijkt naar energieverbruik, terwijl de MPG ziet op materiaalgebruik). Als we kijken naar dat totale effect van EPC en MPG leidt de stap van EPC:0,4 naar EPC:0,2 tot een 30% – 35% lagere milieubelasting als gevolg van energie- en materiaalgebruik. Bij de stap van EPC:0,2 naar EPC:0,0 wordt een vergelijkbare reductie behaald.

De consequenties voor BENG en NOM  zijn in dit onderzoek van W/E Adviseurs niet bekeken. Hiermee gaat de ZEN themagroep MPG aan de slag.

Bruto vloeroppervlakte (BVO)
De invloed van het bruto vloeroppervlak op de milieuprestatie is relatief hoog bij kleine woningen of woon- en kantooreenheden. Dit komt door de ongunstige verhouding tussen vloer- en omhullende oppervlakte in combinatie met de noodzakelijke installaties en voorzieningen, die onafhankelijk zijn van de grootte van de woning. Ten opzichte van een standaard eengezinswoning met een gemiddelde milieuprestatie van 0,50 kan de milieuprestatie snel oplopen bij hele kleine woningen. Aan de andere kant zal de milieuprestatie afnemen naar mate de bruto vloeroppervlakte groter wordt.

Aantal bouwlagen
De milieuprestatie is bij woongebouwen van enkele lagen relatief hoog (dus relatief ongunstig). Dit komt doordat materialen ten behoeve van gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de fundering, entree en ontsluiting over een beperkt aantal woningen kunnen worden verdeeld. Bij een toename van het aantal bouwlagen neemt de milieuprestatie per woning af.

Verdiepingshoogte
Per 10% verhoging van de verdiepingshoogte neemt de milieuprestatie met 2% tot 3% toe. Dit heeft dus slechts een beperkte invloed op de milieuprestatie.

Uitbouwen, verspringingen en meer glas in de gevel
Een vierkant gebouw, zonder in- en verspringingen in de gevel, is materiaalefficiënt en scoort daardoor gunstig. Een patiowoning, of een woning met bijvoorbeeld erkers, uitbouwen en siergevels, heeft relatief meer materiaal per m2 bruto vloeroppervlakte. De toename is beperkt: per 10% toename gevel/bvo gaat het om enkele procenten. De open delen in de gevel hebben een hogere milieubelasting dan de dichte delen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de milieubelasting per m2 beglazing hoog is (zeker bij drievoudige beglazing). De milieuprestatie neemt per 25% extra open gevel met enkele procenten toe. Ook dit heeft dus een beperkt effect op de milieuprestatie. Ondanks de kleine stappen kan de combinatie van extra geveloppervlak met drievoudig glas tot een relevante toename leiden, bijvoorbeeld bij vrijstaande woningen.

Meer informatie


Gerelateerde berichten

Tags:

MPG

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties