Niets staat NOM in de weg

Verslag van de sessie Nul-op-de-Meter en nieuwbouw tijdens de ZEN platformbijeenkomst NOM-nieuwbouw i.s.m. Stroomversnelling op 12 oktober – door Joop van Vlerken.

Niets weerhoudt bouwers, ontwikkelaars, gemeenten en woningcorporaties ervan aan de slag te gaan met NOM. Zeker nu allerlei beperkende wetgeving op de schop gaat. Dat is de boodschap die Merel Philipart en Sander Nieuwenhuis van Stroomversnelling brengen tijdens de bijeenkomst over NOM-nieuwbouw in Utrecht. Dat de praktijk weerbarstiger is, krijgen ze terug van het aanwezige publiek.

“In 2050 moet de gehele gebouwde omgeving energieneutraal zijn. Hoe logisch is het dan om vanaf nu in ieder geval alle nieuwbouw energieneutraal te maken?” Deze vraag van Merel Phillipart van Stroomversnelling tijdens haar presentatie over Nul-op-de-Meter en nieuwbouw vraagt om een positief antwoord, maar toch is de realiteit anders. “Zo’n 73% van de nieuwbouw wordt momenteel nog aangesloten op gas. Hoe kan dat?” Een genuanceerd antwoord op Philliparts vraag komt even later, tijdens de discussie, uit de zaal. Johan Lako van de gemeente Zoetermeer vertelt dat alle ontwikkelprojecten in zijn gemeente in principe energieneutraal zijn, maar dat dat om verschillende redenen nog niet altijd lukt. “Tegenwoordig komen we er voor de meeste projecten wel uit. Maar met name in gestapelde bouw is het nog wel eens lastig om energieneutraliteit te halen. Daarnaast zitten er ook nog heel veel oude projecten in de pijplijn, die bijvoorbeeld nog met een gasaansluiting opgeleverd worden.” Voor investeerders is energieneutraliteit simpelweg nog geen gesneden koek, blijkt uit een opmerking van een institutionele belegger van Vesteda in de zaal. Voor haar is nog niet duidelijk dat de duurzame alternatieven zich al in de praktijk bewezen hebben en ze voegt daaraan toe dat investeerders afhankelijk zijn van ontwikkelaars die nog geen haast maken met energieneutraal bouwen.

Omgevingswet uitgesteld
Aanvankelijk was het plan dat Sander Nieuwenhuis en Merel Phillipart een presentatie zouden geven met de naam ‘NOM, nieuwbouw en Omgevingswet’. Maar doordat de Omgevingswet opnieuw tot nader order is uitgesteld en waarschijnlijk pas na 2020 wordt ingevoerd, zijn er nog te veel onduidelijkheden om daar echt iets zinnigs over te zeggen. Wat volgens Phillipart wel duidelijk is, is dat het de grootste wetswijziging ooit wordt, omdat er 26 wetten gebundeld worden in één wet. “Wat we wel weten is dat de mogelijkheden voor duurzame energie in de wet aanzienlijk vergroot worden.” Een aantal voorbereidende maatregelen, zoals het schrappen van de aansluitplicht voor aardgas, laten dat volgens haar al zien. “Nu staat sommige wet- en regelgeving NOM-nieuwbouw nog in de weg. Er worden in het Bouwbesluit bijvoorbeeld maar beperkte energieprestatie-eisen gesteld aan nieuwbouw. Toch mag je als gemeente niet strenger uitvragen dan de eisen uit het Bouwbesluit.” Ook hier komt volgens haar door de nieuwe Omgevingswet vanaf 2020 verandering in. En ze voegt toe dat gemeenten nu al in de geest van de nieuwe Omgevingswet mogen handelen.

Nu al geen gasaansluiting meer
En dat gebeurt al volop vertelt Nieuwenhuis. “Zo wil de gemeente Woerden alleen nog CO2-neutrale nieuwbouw vanaf 2018 en heeft de gemeente Ede besloten dat er geen gasaansluitingen meer gemaakt worden in nieuwbouw. En ook corporaties bewegen de goede kant op. Thuisvester heeft ervoor gekozen alle nieuwbouw NOM te bouwen. En woningcorporatie Elkien wil alle woningen voor 2030 energieneutraal maken.” Philipart besluit aan het einde van de presentatie haar eerste vraag nog scherper te stellen. “Is het een probleem als NOM voor nieuwbouw morgen verplicht wordt?”, vraagt ze aan de zaal. Patrick Vos van woningcorporatie Omnia denkt van niet. “Het kan wel, mits we niet allerlei eisen opgelegd krijgen die nog niet oplosbaar zijn, zoals NOM in hoogbouw. Maar zelfs daarvoor komt misschien in de nabije toekomst wel een oplossing als de techniek er klaar voor is.”


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties