• Nieuws
  • 17/03/2022

Biobased voor CO2-neutraal circulair bouwen

Het toepassen van biobased materialen kan een flinke impact hebben op de circulaire business case van nieuwbouw. Door lokaal verbouwen en verwerken ontstaat een gesloten keten die CO2-negatief kan zijn. Wat kunnen we doen om biobased initiatieven op te schalen en een plek te geven naast andere duurzame oplossingen? Tijdens het Startcongres van het Lente-akkoord 2.0 gingen Onno Dwars en Rosa Bos (Ballast Nedam), Jan Willem van de Groep (Kwartiermaker Biobased Bouwmateriaal voor het ministerie van Landbouw/PIANOo) en Ruben Zonnevijlle (DGBC) hierover in gesprek. Sander Woertman (NEPROM) modereerde de sessie.

Ballast Nedam Sluisbuurt5 C2 Lets Do It copyright WAX header
Horizons Amsterdam Sluisbuurt van Ballast Nedam, foto: WAX

In een bevlogen betoog laat Onno Dwars zien dat de urgentie voor CO2 neutraal bouwen hoog is. Nederland is een kwetsbaar land wat betreft het stijgen van de zeespiegel. Onno pleit er daarom voor om een leidersrol te pakken. Als de krachten worden gebundeld kan de Nederlandse bouwsector het voorbeeld geven van hoe je toekomstbestendig kunt bouwen. Daarnaast moet er gekeken worden hoe de CO2-uitstoot teruggedrongen kan worden om als mens te kunnen voortbestaan. Het belang van een transitie is groot, en wordt ook door de deelnemers erkend. Dit belang wordt nog eens extra benadrukt door de uitspraak van Onno dat elk gebouw dat niet CO2-neutraal is, een milieudelict is. Als er niet CO2-neutraal gebouwd wordt, wordt de maatschappij gedwongen om ergens anders windmolens of zonnepanelen neer te zetten waardoor er meer ruimte wordt ingenomen. De transitie naar biobased bouwen moet daarom snel en goed worden ingezet. Het Lente-akkoord 2.0 kan daarin een belangrijke rol vervullen. Om van minder slecht naar goed te gaan, moeten er nieuwe standaarden gecreëerd worden. Bij Ballast Nedam wordt er daarom gasloos gebouwd, vegetarisch gegeten en elektrisch gereden. Deze keuzes en overtuigingen zijn vertaald naar een Bouwbesluit. Hiermee wil Ballast Nedam bijdragen aan een positieve impact aan het milieu.

De bouw is in transitie

Dan is het woord aan Jan Willem van de Groep. Hij trapt af met de stelling dat de bouwsector een mindsetverandering moet ondergaan die zich richt op sociale innovatie en een cultuuromslag. Uiteraard is de transitie nodig om de aarde leefbaar te houden. Maar er speelt ook een andere actuele reden, namelijk de afhankelijkheid van energie en grondstoffen uit het buitenland. In de bouwsector zijn de prijsstijgingen goed merkbaar. De bouw is een grote verbruiker van materialen en energie. Om een CO2-lockdown te voorkomen moet men binnen de carbonbudgetten blijven anders zou een vergelijkbare situatie als de stikstofcrisis niet ondenkbaar zijn. Om een dergelijke crisis te voorkomen moet er biobased gebouwd worden.

Opslag van CO2 kan ook op lange termijn plaatsvinden, bijvoorbeeld in constructies, maar om de impact van deze aanpak correct te kunnen waarderen, moeten de huidige rekenmethodes worden aangepast. Maar al te vaak blijkt het meest duurzame concept qua CO2-uitstoot, de slechtste mpg-score te hebben.

Ballast Nedam Sluisbuurt5 C2 Greenfall copyright WAX
Horizons in de Sluisbuurt, ontworpen door Paul de Ruiter Architects en ontwikkeld door Ballast Nedam.

De zoektocht naar een klimaatneutrale rijwoning

Net als het Bouwbesluit van Ballast Nedam is ook de Natuurhuis-competitie die het bedrijf in december 2021 lanceerde, een voorbeeld van hoe het bedrijf vooruitloopt op de troepen. De voorwaarden waaraan de inzendingen moeten voldoen zijn niet mals: er moeten biobased materialen worden toegepast, er moet meer CO2 worden opgeslagen dan uitgestoot en de energiebalans moet positief uitslaan. En uiteraard moeten de woningen bijdragen aan de gezondheid en welzijn van de bewoners.

Rosa Bos wijst op de diverse uitdagingen die bovenstaande eisen opwerpen. Een energiepositief huis is namelijk gebaat bij een flink installatiepakket, terwijl diezelfde installatie verantwoordelijk is voor minstens 30% van de CO2-uitstoot bij productie. Er moet dus goed gekeken worden welke installatietechnieken wenselijk zijn en hoe biobased bouwen hierin geïntegreerd kan worden. Een andere voorwaarde voor het natuurhuis is dat er meer groen moet komen. Het moet natuurinclusief en biodivers worden. Mensen worden gelukkiger van groen in hun leefomgeving. Tot slot is betaalbaarheid belangrijk. Zestig procent van Nederland woont in een rijwoning. Deze woningen moeten daarom duurzaam en betaalbaar zijn zodat ze voor huidige en toekomstige generaties geschikt zijn.

Op het moment van dit startcongres is de selectieprocedure in nog volle gang en zijn er vier partijen in strijd voor de uitvoering. Er zijn echter veel interessante inzendingen opgestuurd die de moeite waard zijn om verder te onderzoeken. Bij Ballast Nedam wordt nog onderzocht hoe ook deze inzendingen de nodige aandacht kunnen krijgen.

Een ander voorbeeld van Ballast Nedam waar ze biobased bouwen is Horizons Amsterdam. In dit project is 62% van de materialen biobased en hergebruikt. Het gebouw slaat maar liefst ruim 3000 ton CO2 op. Er wordt dus meer opgeslagen dan uitgestoten. Van alle gebruikte materialen kan 96% aan het einde van de levensduur weer worden hergebruikt.

Volgens Rosa wordt de rekensom rond de opslag van koolstof in Horizons pas echt interessant zodra je een prijs gaat hangen aan de hoeveelheid CO2 die je als bouwer mag uitstoten. Met de hoeveelheid CO2 die met Horizons wordt afgevangen, heb je er opeens een goede business case bij als ontwikkelende bouwer!

Het publiek stelt vragen

Via de chat komen opvallend veel vragen langs van gemeentes. Terugkerend thema: wat kun je als gemeente doen om Biobased bouwen te stimuleren? Rosa benadrukt dat je hier echt om moet vragen. De gemeente mag natuurlijk best eisen stellen, maar ook meekijken naar hoe je oude plannen kun ombouwen naar de huidige vraag. Het gesprek aangaan is hierbij erg belangrijk. Vanuit Green Deal Houtbouw Convenant (MRA) en City Deal (ministerie van LNV) kan er ondersteuning worden geboden.

Sander merkt op dat er binnen de gemeente nog flink wat hobbels te nemen zijn op het vlak van biobased bouwen. Als voorbeeld noemt hij een corporatie die een gedeeltelijk biobased woonconcept voorstelde bij een gemeente die vooraf duidelijk had gevraagd om een duurzaam plan. Het voorstel van de corporatie sneuvelde bij de welstandscommissie. En enorme domper voor de duuraamheidsambitie van de corporatie. Jan Willem wijst erop dat een welstandsnota altijd aangepast kan worden, en in de chat wordt gesteld dat een gemeenteraad altijd een advies naast zich neer kan leggen, maar dat alle suggesties tot enorme vertraging van het proces zullen leiden.

De sessie wordt afgesloten met de vraag wat een actie van het Lente akkoord 2.0 kan zijn om Biobased toepassingen in de bouw te stimuleren. Jan Willem stuurt aan om vooral naar het eindproduct te kijken. Er moet een overzicht komen van alle aanbieders van Biobased woonproducten.