• Nieuws
  • 08/07/2024

Interview met Architect Boris Zeisser: 'Het interessante van hout is, dat het helemaal niet zo snel brandt.'

Architect Boris Zeisser bouwt al meer dan twintig jaar in hout. Hij snapt de zorgen die bij brandweer en verzekeraars leven over de veiligheid ervan en pleit daarom voor gestructureerd vooroverleg: “Liefst aan het eind van de VO-fase. Zoals we ook met Welstand op dat moment een ‘collegiaal overleg’ hebben. Dat is superefficiënt en de bouw wordt er beter van.”

Boris Zeisser project
Boris Zeisser portret

Boris Zeisser is architect en verbonden aan Natrufied Architecture in Bergen NH.

Op Centrumeiland IJburg, Amsterdam staat het gebouw van Wooncoöperatie De Warren. Vijf verdiepingen, 36 woningen: kleine studio’s, starterswoningen en gezinswoningen, gecombineerd met veel gemeenschappelijke ruimtes. In opdracht van de bewonersgroep zelf is het gebouw ontworpen door Natrufied Architecture, het bureau van de architecten Boris Zeisser en Anja Verdonk. In 2023 kregen zij voor dit gebouw de publieksprijs van de Amsterdamse Architectuurprijs.

Biophylic ontwerp

De Warren is een voorbeeld van een ‘biophilic ontwerp’: “Laat je inspireren door de natuur. Wat kunnen we ervan leren? Wat kunnen we ervan meenemen in de woningen? Het gaat met name om hout, maar ook om andere natuurlijke elementen.” Zeisser heeft als architect al meer dan twintig jaar ervaring met houtbouw: woningen, scholen, kantoorgebouwen,…: “We doen in Nederland net of we voor het eerst met hout bouwen, maar dat is absoluut niet het geval. Ver vóór beton bouwden we al in hout. De Amsterdamse grachtenpanden zijn allemaal gebouwd in hout: funderingen, draagconstructies, vloeren. Alleen de gevels zijn metselwerk. Dat vergeten mensen wel eens. Die panden staan er al 400 jaar.”

CLT als gamechanger

Niettemin is er sinds een jaar of tien houtbouwgebied sprake van een ‘buzz’, ingegeven door de ontdekking van de mogelijkheden van CLT: kruislaags verlijmd hout. Het kan in oneindige lengtes worden gemaakt, het is maatvast en het leent zich uitstekend voor industriële productie. CLT is de grote gamechanger, zegt Zeisser: “Dat is zeker een innovatie. Daarbij zie ik de meeste kansen bij woongebouwen met vijf tot tien bouwlagen die we in binnensteden nodig hebben. Daar verwacht ik de grote CLT-bulk.”

BORISZ2
BORISZ1

beeldmateriaal fotograaf Jeroen Musch

Niet zo brandgevaarlijk

Bij brandweer en verzekeraars leven echter zorgen als dit innovatieve materiaal op grote schaal en ondoordacht in de bouw wordt toegepast. Hoe veilig is houtbouw en wat is de schade bij een eventuele brand? Hoe houd je een brand binnen de perken? De eisen in het BBL zijn immers geënt op traditionele betonnen gebouwen, niet op houtbouw. Zeisser snapt de zorgen, maar wijst er ook op dat hout helemaal niet zo brandgevaarlijk is als mensen vaak denken: “Het interessante van hout is, dat het helemaal niet zo snel brandt. Als het brandt, ontstaat er een koollaag aan de buitenzijde die ervoor zorgt dat het vuur niet verder binnen kan dringen. Dus als een muur bijvoorbeeld 30 centimeter dik is, kan het aan beide zijden een paar centimeter inbranden. Dan blijft er nog minstens 20 centimeter over en behoudt die muur z’n sterkte. Bij gevelbekleding zorgen we dat het aan de juiste brandvoortplantingsklasse voldoet, bijvoorbeeld door gebruik van bepaalde soorten hardhout of door hout te laten behandelen waardoor het minder snel brandt.”

Voorspelbaar

Voor houten gebouwen gelden dezelfde brandveiligheidseisen als voor gebouwen van staal of beton. En die eisen zijn best streng, meent Zeisser: “Als een gebouw daaraan voldoet, kunnen bewoners bij een brand op tijd het gebouw verlaten.” Hij stelt dat het bij een houten woongebouw bovendien redelijk goed voorspelbaar is hoe het zich bij een brand gedraagt, zelfs beter dan een gebouw van beton of staal:

“Je weet dat een houten gebouw een tijd overeind blijft omdat de constructie z’n sterkte behoudt. Dat is voor de brandweer een fijne gedachte. Een stalen constructie verliest z’n sterkte als er een brand woedt waardoor het gebouw plotseling en tamelijk onverwacht in elkaar kan zakken.”

Schade

Schade door brand kan in sommige gevallen worden hersteld, al is dat tamelijk ingewikkeld, erkent Zeisser: “Je kunt een brandvlek herstellen door uitschuren of uitzagen en de plek daarna weer opvullen. Maar dat is meestal moeilijker dan het herstel van brandschade in een gebouw van beton.” En hoe zit het met schade door vocht? Hout kan immers gevoelig zijn voor water? Zeisser: “Dat klopt, al kan hout best wat vocht hebben en is het ook in staat om dat vocht weer af te geven. Tijdens de bouw staan vloeren en wanden soms een paar weken in de regen. Daar kan het tegen. Daarna verdampt het gewoon weer. Dat geldt ook voor gevelbekleding. Als je het goed ventileert, is er niets aan de hand. Lijm van CLT kan ook tegen vocht. Niet als je het vijf maanden in een zwembad legt, maar wel als het een paar weken in de regen staat of als er sprinklerwater overheen gaat.”

Structureel overleg

Omdat het gaat om innovaties, willen verzekeraars en brandweer graag eerder in het proces betrokken worden. Niet pas aan het eind van de rit als er alleen nog ‘ja’ of ‘nee’ kan worden gezegd. Zeisser juicht dat toe: “Wij willen heel graag overleggen en dat gebeurt ook zeker. Ik ben een pleitbezorger om dat gestructureerd in te lassen. Liefst aan het eind van de VO-fase: als de hoofdcontouren zijn bedacht maar veel details nog niet. Zoals we ook met Welstand op dat moment een ‘collegiaal overleg’ hebben. Dat is superefficiënt. Je kunt een visie delen, vragen stellen en suggesties doen. De bouw wordt er beter van en het officiële toetsmoment gaat dan ook veel sneller, want dan hebben ze er al een keer naar gekeken. Zo’n overleg zou ik met de brandweer en het bevoegd gezag ook graag willen hebben. Structureel. Ik merk helaas dat gemeenten daar soms terughoudend in zijn omdat het ze extra tijd kost.”

Geen mysterie meer

Zeisser: “Ik snap de zorgen die bij brandweer en verzekeraars leven. Maar in mijn visie is het een kwestie van tijd dat houtbouw geen grote zorg meer is. Er zijn nu al een aantal gebouwen in Nederland in hout opgetrokken. Al onze gebouwen zijn gewoon verzekerd. Zonder problemen. Er is al veel tot stand gebracht. Ik zou verzekeraars willen aanbevelen: zorg dat je de kennis over die gebouwen vergaart. Deel die kennis met elkaar. Het is geen mysterie meer.”