• Nieuws
  • 03/07/2024

Losmaakbaar detailleren? ‘Venijn zit hem in de start’

Al bij het ontwerp moet er rekening worden gehouden met toekomstig demonteren en hergebruik van het gebouw. “Het venijn zit hem in de start,” zegt Peter Musters, adviseur bouwconcepten bij VBI. Standaardisatie van materialen is hiervoor wel een belangrijke voorwaarde.

WEB HEIJBLOM FOTOGRAFIE 240619 15 01 8218

Peter Kuindersma van Ingenii Bouwinnovatie opende als moderator de deelsessie Losmaakbaar detailleren tijdens het Lente-akkoord Congres 2024 op 19 juni. In zijn visie vergroot losmaakbaarheid het adaptieve vermogen van gebouwen. Tegelijkertijd is het volgens hem lastig om voor langere tijd vooruit te kijken. “Vaak gaan we pas aan het einde van de levensduur van een gebouw kijken wat we ermee doen. Dan kiezen we voor sloop of herbestemmen.” Toch gingen de meeste vingers van de aanwezigen wel omhoog op zijn vraag of we elk gebouw losmaakbaar moeten ontwerpen? “Ik zou niet weten waarom niet,” gaf een aanwezige als motivatie, “anders zijn we toch niet optimaal bezig.”

De Nieuwe Post

Thijs Huijsmans, programmamanager duurzaamheid bij Heijmans, kreeg vervolgens van Peter Kuindersma de vloer om het project ‘De Nieuwe Post’ in Arnhem toe te lichten. Heijmans gaat dit gemeentelijk monument flink onder handen nemen. Het kantoorgebouw heeft op dit moment zo’n 11.000 vierkante meter vloeroppervlak. Daar voegt het bedrijf een kleine 3,5 duizend vierkante meter aan toe. Daarvoor heeft Heijmans samen met Kraaijvanger Architecten en Karres en Brand het plan voor ‘De Nieuwe Post’ gemaakt. Bij het benoemen van de ambities is door het ontwerpteam Het Nieuwe Normaal als leidraad gebruikt. “Dat hebben we gedaan, omdat we ons in dit project richten op de materiaalstromen en de herkomst ervan. Vanuit een puur circulaire gedachtegang: hoe hou je de materialen in de kringloop? We zetten vooral in op wat er aan materiaal nodig is en hoe we nu die impact maken.” Dat resulteert er volgens Huijsmans in dat circa zeventig procent van de materialen die in het gebouw gaat, een secundaire of hernieuwbare herkomst heeft. “Negentig procent van alles wat we toepassen, kunnen we straks in de toekomst hoogwaardig hergebruiken of recyclen.”

WEB HEIJBLOM FOTOGRAFIE 240619 15 02 8239
WEB HEIJBLOM FOTOGRAFIE 240619 15 03 8245

Adaptief vermogen

Thijs Huijsmans benadrukt dat het adaptief vermogen van het kantoorpand in het ontwerp een belangrijk uitgangspunt is geweest. “Dus hoe adaptief moet het gebouw zijn en wat betekent dat voor de aanpasbaarheid van de onderdelen van het gebouw? En in het verlengde daarvan zijn we de vraag welke details en elementen in het gebouw moeten losmaakbaar zijn, gaan beantwoorden. Zo wordt de houten optopping volledig losmaakbaar en dat geldt ook voor veel van de installaties die we in ‘De Nieuwe Post’ plaatsen.” Vanuit de zaal kreeg hij de vraag over wat de MPG van ‘De Nieuwe Post’ is. “We gaan dat nog berekenen, maar we hebben vooraf gezegd dat we ons niet zouden gaan uitdagen om onder de 0,5 te komen.”

Herbruikbare kanaalplaten

Na Huijsmans mag Peter Musters, adviseur bouwconcepten bij VBI, zijn visie op losmaakbaar bouwen geven. “Door te ontwerpen met het oog op hergebruik, maar ook door gebruik te maken van zo min mogelijk, liefst circulaire, materialen, maken we als sector grote stappen,” benadrukte Musters. De producent van kanaalplaten ziet een belangrijke toekomst in het hergebruik van kanaalplaatvloeren, maar vooral ook in het toepassen van kanaalplaatvloeren die later eenvoudig weer kunnen worden losgemaakt. “Als het gaat om het hergebruik van kanaalplaatvloeren, krijgen we inmiddels bijna wekelijks vragen vanuit het land of we die hebben. Toen we die vraag nog niet kregen, werden de platen gecrusht en laagwaardig hergebruikt.” Voor wat betreft het tweede aspect is VBI volop bezig met het ontwikkelen van platen met verbindingen die makkelijk weer kunnen worden losgemaakt. “Een goed voorbeeld daarvan is het gebruik van onze vloeren in de tijdelijke rechtbank in Amsterdam. Dat gebouw is inmiddels weer helemaal uit elkaar gehaald.”

Toekomst

Dat VBI hier een belangrijke toekomst in ziet, wordt volgens Musters bewezen, door het feit dat VBI hier zelf een visiedocument genaamd Remontabel bouwen over heeft opgesteld. “We moeten nu eenmaal naar een forse CO2-reductie en dit is daar echt een oplossing voor.” VBI zet zich er ook voor in, om kanaalplaten weer in te nemen. Daarvoor heeft het ook een retournamecertificaat opgesteld. “Het retournamecertificaat staat garant voor herkomst, kwaliteit en de constructieve veiligheid van de producten. Zowel nu als in de toekomst. Interessant voor de gebouweigenaar, is dat de kanaalplaat daarmee ook zijn waarde behoudt. Een beloning voor de investering in het remontabele ontwerp van het gebouw.”

Maar het begint allemaal in zijn ogen bij het begin. “En dan bedoel ik bij het ontwerp. We moeten allemaal toekomstdenkers worden. Met andere woorden: we moeten vooraf bedenken hoe we het gebouw in de toekomst weer uit elkaar kunnen halen.” Volgens een aantal aanwezigen is dan standaardisatie van materialen essentieel. Musters is het daarmee eens: “Je moet veel meer met generieke producten werken.”

Om hergebruik te stimuleren is aldus de aanwezigen een soort van ecosysteem nodig van aanbod en vraag. Kuindersma benadrukte in dit kader dat het ontbreken van gegevens van materialen nog wel een bottleneck is. “Ook zijn we er nog niet als het gaat om het waarderen van de materialen die je voor hergebruik terugkrijgt.”

Monumenten

Vanuit de zaal kwam aan het eind van de sessie nog de vraag of, als we altijd uitgaan van losmaakbaarheid, we nog wel monumenten bouwen? Thijs Huijsmans vond dit een interessante vraag. “Hangt ook af van de dynamiek van de architectuur. De toekomst laat zich lastig voorspellen en we zullen bandbreedtes moeten bepalen. En of iets een monument is, hangt van veel factoren af en is zeker niet bij het ontwerp al een feit.”