NOM in een smart grid

Nul-op-de-meter woningen beïnvloeden de performance van het elektriciteitsnet doordat het surplus aan opgewekte zonnestroom terug wordt geleverd aan het net. Hoe meer NOM-woningen er gerealiseerd worden, hoe groter het effect zal zijn van dit tweerichtingsverkeer. In het slechtste geval kan deze ontwikkeling leiden tot technische problemen, zoals onbalans. Daarom ging in september 2015 het Europese innovatieproject REnnovates van start, met BAM als penvoerder. Een belangrijk doel van dit project: het ontwikkelen van praktische oplossingen op wijkniveau die het elektriciteitsnet stabiliseren. De leerpunten zijn ook voor nieuwbouw NOM-woningen relevant.

BAM zocht voor REnnovates samenwerking met acht Europese partners, waaronder de Belgische smart grid start-up Enervalis en het Finse MassiveCell Technologies (innovatieve batterijsystemen). In september 2018 werd het Europese project afgesloten met een congres in Utrecht, waarbij ook minister Wiebes aanwezig was. Dankzij REnnovates heeft BAM Energy Systems de afgelopen jaren een beter inzicht gekregen in de collectieve effecten van all electric woningen. Er is geëxperimenteerd met technische oplossingen op wijkniveau die de netbeheerder deels ontzorgen, door schommelingen en pieken in de belasting van het elektriciteitsnet tot een minimum beperken. Hoewel er in Nederland binnen het Rennovates-project tot nu toe alleen ervaring is opgedaan in het kader van NOM-renovatie, zijn de vergaarde kennis en de gebruikte technieken – zoals de inzet van een buurtbatterij voor kortdurende opslag – ook relevant voor nieuwbouw.

Wijkaanpak
Dennis van Goch is manager REnnovates bij BAM Energy Systems. De afgelopen drie jaar heeft hij meegewerkt aan REnnovates. “Ik heb me verdiept in het vraagstuk hoe we in een nul-op-de-meter wijk op een goede manier energie kunnen gaan uitwisselen. De belangrijkste vraag is: hoe kunnen we collectieve negatieve effecten voorkomen? Bij BAM vinden we dat al onze woningen positief moeten bijdragen aan de energietransitie, maar daarvoor moet je wél verder kijken dan de voordeur van een NOM-woning. De kennis die we vanuit de Stroomversnelling hierover hebben opgedaan, is ook toepasbaar in nieuwbouw, want ook bij NOM-nieuwbouw is een wijkaanpak nodig.”

Als het puur gaat om kortdurende opslag vindt Dennis van Goch het voorbeeld van de buurtbatterij in de wijk De Keen in Etten-Leur  bijvoorbeeld bruikbaar. “Die batterij is deels ingegraven. Maar inmiddels zijn er meer batterij-projecten: elk met een eigen focus. In het REnnovates project in Woerden gebruiken we een kleine container, ongeveer zo groot als een transformatorhuisje. We hebben deze batterij bewust zo ontworpen dat je hem ook gemakkelijk kunt verwijderen. Op dit moment levert de inzet van een buurtbatterij nog geen sluitende businesscase op, omdat we ons nu puur richten op het ondersteunen van netbeheer. Een sluitende business case voor een wijkbatterij wordt pas mogelijk als we ook andere diensten zouden gaan aanbieden, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit. De batterij heeft een vermogen van 200 kW en levert 200 kWh energie. Je zou er maximaal 50 woningen op kunnen aansluiten. Dit betreft puur de kortdurende opslag. We zijn uiteraard ook met technieken voor seizoensopslag bezig, zoals waterstofopslag en WKO, al dan niet gecombineerd met collectieve energie. Voor de hogere temperatuur-opslag kijken we onder andere naar Ecovat.”

De rol van energie-collectieven
Energiecoöperaties zijn de laatste tijd steeds meer in het nieuws. Omdat Rennovates zich met name verdiept in collectieve effecten van nul-op-de-meter vragen we Dennis van Goch om eens te reageren op enkele uitspraken die Siward Zomer, directeur van ODE Decentraal, recentelijk deed in een interview met Xella. Zomer stelt onder andere: “Netbeheerders kunnen decentrale opwekkers en gebruikers onmogelijk allemaal individueel benaderen, dat is onpraktisch en duur. Daarom is het nodig dat energieprosumenten zich verenigen in collectieven die als één partij met netbeheerders onderhandelen over levering en gebruik van flexibiliteit.”

Dennis van Goch is het ten dele eens met Zomer: “Ik denk dat het samenbrengen van actieve consumenten en samen onderhandelen zeker interessant is om barrières weg te nemen, bijvoorbeeld op het gebied van kosten. De vraag is wél of consumenten dat allemaal zelf gaan doen, of dat de markt dit gaat oppikken, want deze rol bestaat in feite al. De zogenaamde aggregator kan mensen samenbrengen in één portfolio. Binnen REnnovates heeft het consortium deze rol opgepikt. Wat we ons ook moeten realiseren is dat je een juiste marktwerking creëert door niet alleen met netbeheerders samen te werken, maar juist ook met energieleveranciers. Wat ik vervolgens zie in de praktijk is dat vooral standaardisatie heel belangrijk is. Bijvoorbeeld als het gaat om data-monitoring of het plug-and-play aan elkaar koppelen van sub-systemen. Want als je energie wilt delen zul je een goede demand response moeten hebben: een fijnmazig centraal systeem dat vraag en aanbod soepel kan beheren. Als je zoiets als consumentencollectief zelf zou willen doen, dan is dat volgens mij nogal een technische uitdaging. Een belangrijke vraag is ook: wie gaat de benodigde standaarden definiëren? Het Universal Smart Energy Framework (USEF) is wat mij betreft een goed uitgangspunt voor slimme samenwerking op wijkniveau; een standaard die helemaal functioneel is gespecificeerd.”

De slimme wijk als service
“Ik denk dat marktpartijen een dienstenpakket gaan aanbieden waarin je onder andere beheer en onderhoud van installaties, energiebesparende diensten en energie-uitwisseling binnen de wijk onderbrengt. Mobiliteit hoort daar zeker ook bij; denk aan het opladen van elektrische (deel)auto’s met zonnepanelen. Daarnaast kun je ook denken aan aanvullende diensten die zijn gericht op comfort, gezondheid en sociale cohesie. Oftewel de slimme wijk als een service; deels aangestuurd door de bewoners zelf. In principe kan REnnovates dergelijke diensten al binnen een paar jaar gaan leveren. Voor ons is daarbij de technische standaardisatie van belang, maar ook de standaardisatie van het concept.”

Besparen op netbeheer?
We leggen een tweede stelling van Siward Zomer voor aan Dennis van Goch: “Flexibel leveren of afnemen wordt aantrekkelijk als burgers zich verenigen in energiecoöperaties die ook verantwoordelijk worden voor het netbeheer. Als zij het net in handen krijgen, is er namelijk een stimulans om te besparen op netbeheer.” Van Goch vindt dit een vrij optimistische voorstelling van zaken. “Het is niet ondenkbaar dat bewoners dit zelf gaan doen. Er zitten zeker voordelen aan, je kunt bijvoorbeeld slimme dingen doen met energiebelasting. Maar de rol van de netbeheerder moet niet worden onderschat. En de kennis en ervaring van deze partij is in de markt niet erg ruim beschikbaar. Daarom moet je volgens mij toch vanaf het begin – zeker bij nieuwbouw – samen met de netbeheerder bekijken hoe je zoiets gaat uitrollen en dan kijken waar je bijvoorbeeld samen tot besparingen kunt komen. Wat mij betreft is het antwoord niet om de netbeheerder aan de kant te schuiven. Ik zie meer in samenwerking. Robuustheid is essentieel; leveringszekerheid is voor de consument enorm belangrijk. Mijn eigen drive is vooral dat ik wil zien dat we overal in Nederland echt slimme wijken gaan bouwen, die niet alleen energiezuinig zijn, maar ook zorgen voor meer comfort, een betere gezondheid en goede sociale cohesie.”

Zie ook: “39 woningen nul-op-de-meter in Woerden” (bamwonen.nl)


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties