Verslag: NOM Keur voor nieuwbouw – lastig te verkopen?

Verslag van de kennissessie NOM Keur met Simon Verduijn (Stroomversnelling) o.l.v. Maarten Georgius (Aedes) tijdens de ZEN platformbijeenkomst op 7 maart – door Anton Coops.

Ruim een maand geleden werd het NOM Keur label van de Vereniging Stroomversnelling officieel gelanceerd. In eerste instantie biedt het corporaties en particulieren de mogelijkheid om sneller een geschikte renovatiepropositie te selecteren. Over ongeveer twee maanden is ook de nieuwbouw-versie van het NOM Keur gereed. Wat kunnen we verwachten? Simon Verduijn, manager NOM Keur bij de Stroomversnelling, gaf op 7 maart jl. een uitgebreide toelichting en hij beantwoordde de vele prangende vragen van de aanwezigen.

In 2017 gaat de Vereniging Stroomversnelling het NOM Keur uitrollen. Dit kwaliteitskeurmerk voor Nul-op-de-Meter woningen is ontwikkeld door de partijen die lid zijn van de Stroomversnelling. Het NOM Keur dient onder andere om het kaf van het koren te scheiden als het gaat om NOM-proposities: je kunt gemakkelijker een verantwoorde keuze maken. Daarnaast is het NOM Keur volgens Simon Verduijn ook een middel om de continue verbetering van producten te stimuleren.

Geen fundamenteel verschil
Met het renovatie-label is al geruime tijd praktijkervaring opgedaan. “De nieuwbouw-versie van NOM Keur is niet fundamenteel verschillend”, zegt Simon Verduijn. Hij legt uit hoe de ‘drietraps-raket’ in elkaar steekt. “Tijdens de propositie-fase worden de technische en procesmatige eigenschappen van het concept beoordeeld. Als de propositie voldoet, ontvang je als aanbieder hierop het NOM Keur. De tweede trap gaat over de toepassing. Nu wordt beoordeeld of het concept goed wordt uitgevoerd bij een concreet project. Als aanbieder moet je nu onderbouwen en bewijzen dat je de kwaliteit in de uitvoering hebt gewaarborgd en gemeten, en dat de beloofde prestaties worden gehaald. Als dit goed gaat krijg je het NOM Keur op Toepassing. De derde stap is de controle op instandhouding van de kwaliteit in de praktijk. In jaar één en jaar drie worden de prestaties gecheckt.”

Veel kritische vragen
Bij de officiële lancering van het NOM Keur, ruim een maand geleden tijdens het Energy-Up event, was er veel enthousiasme, en zelfs gretigheid te proeven bij de aanbieders van NOM renovatie-proposities. Het nieuwbouw Keur lijkt echter wat lastiger te verkopen. Uit de vragen en opmerkingen van de aanwezigen blijkt dat lang niet iedereen staat te springen om direct met het NOM Keur aan de slag te gaan. Uiteraard zit niemand te wachten op extra rompslomp of onnodige regeltjes. Een logische reactie. Daarnaast wordt er vrij plichtmatig gemord over “door de bomen het bos niet meer kunnen zien met al die keurmerken”. Maar volgens Simon Verduijn is er geen enkel ander label dat comfort en duurzaamheid goed inzichtelijk maakt: “De meerwaarde is dat je weet dat er op die punten iets extra wordt gedaan”.

Een vraag uit de zaal betreft de relatie tussen het NOM Keur en het keurmerk van Netwerk Conceptueel Bouwen: wordt er niet langs elkaar gewerkt? Verduijn geeft aan dat het NOM Keur team al geruime tijd in gesprek is met het NCB, en hij benadrukt dat er wel degelijk wordt samengewerkt: “Het NCB kijkt meer naar het proces en de organisatie erachter. Het NOM Keur is meer product gericht.”

Een andere vraag gaat over de relatie tussen de Vereniging Stroomversnelling en het NOM Keur. Hoe zit dat? “Stroomversnelling heeft het NOM Keur geïnitieerd, maar we willen het wel uit handen geven” aldus Verduijn. “Het NOM Keur moet uiteindelijk terecht komen bij een organisatie als – bijvoorbeeld – SWK.”

Terugkomend op het punt van de continue productverbetering pleit één van de aanwezigen voor een open source benadering van het NOM Keur: “Geef inzicht in wat er mis gaat, en welke concepten de keuring niet halen. Als we van tevoren weten welke oplossingen kansrijk zijn, hoeven we het wiel niet opnieuw uit te vinden”, maar volgens Simon is dat voorlopig een brug te ver.

Concreet is er vooral weerstand tegen de elementen in het NOM Keur waarvan de toegevoegde waarde niet direct wordt gezien. “Een politiekeurmerk, flora en fauna, daar heb ik niet om gevraagd” redeneert een van de critici in de zaal. Een ‘tough crowd’ dus, zoals voorzitter Maarten Georgius (Aedes) het later zou samenvatten. De bijeenkomst maakt in ieder geval duidelijk dat de Vereniging Stroomversnelling nog wat zendingswerk te verrichten heeft.

Download de presentatie van Simon Verduijn


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties