Echt nul-op-de-meter vereist goede bewonerscommunicatie

Verslag van de deelsessie over het project De Spoelerij in Almelo met Johan Riezebos (directeur Ter Steege Advies & Innovatie bv) tijdens de ZEN Platformbijeenkomst op 18 juni 2019 – door Anton Coops.

Drie rijtjes van zes nieuwbouw huurwoningen, ingebed in de oude spoelerij van voormalig textielbedrijf Ten Cate in Almelo. Op het eerste gezicht zien de 18 woningen er allemaal hetzelfde uit, maar het energieconcept verschilt per rij. Zes woningen hebben een standaard cv-ketel. (Bij de oplevering van deze huurwoningen – ruim drie jaar geleden – was dat nog heel normaal.) De tweede rij heeft een hybride systeem: cv-ketel én een luchtwarmtepomp. De derde rij is nul-op-de-meter.

Ter Steege Bouw Vastgoed is een ontwikkelende bouwer die gespecialiseerd is in locaties waar industrieel erfgoed aan te pas komt. Het project De Spoelerij is opgezet als een soort proeftuin, met als doel het monitoren van het gebruik van de drie verschillende typen woningen. Johan Riezebos (directeur Ter Steege Advies & Innovatie bv) vertelt over de aanleiding: “Wij wilden in eerste instantie vooral weten wat het qua techniek betekende om nul-op-de-meter concepten te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan het onderhoud. We hebben wél meteen alle woningen NOM-ready gemaakt, dus we zouden ze kunnen aanpassen.”

De bewoners van alle woningen in De Spoelerij hebben – mits ze het energieverbruik binnen de normale gebruiksbundel weten te houden – dezelfde woonlasten. Het gaat dan om de combinatie van huur en energiekosten. Huurders van een energiezuinig huis hebben een hogere huur, maar (als het goed is) geen of weinig energiekosten. Een huurhuis met gasaansluiting heeft daarentegen een lagere huur, maar hogere energiekosten. Voor bewoners van alle drie de varianten geldt: zodra het verbruik buiten de bundel schiet, moet er worden bijbetaald voor de extra energie die ze verbruikt hebben. “Wat we tegenkomen als er meerdere woningen vrij zijn, is dat huurders consequent kiezen voor de woning met de laagste huursom. De belofte van lage energielasten weegt niet op tegen de zekerheid van een lage huur,” aldus Riezebos.

‘Oud gedrag’ betekent onnodig hoge energierekening
Wat heeft Ter Steege in de afgelopen drie jaar geleerd dankzij dit unieke vergelijkende project? De belangrijkste les is – wat Riezebos betreft – het eminente belang van goede bewonerscommunicatie. De manier waarop de bewoners omgaan met hun woningen bepaalt immers in grote mate het energieverbruik en daarmee ook de hoogte van de energierekening. De grootste problemen ontstaan als bewoners weigeren hun ‘oude gedrag’ los te laten nadat ze zijn verhuisd naar een NOM-woning. Zo bleek bijvoorbeeld uit de monitoringgegevens dat een alleenstaande huurder 2,5 keer meer energie gebruikte dan zijn buren (gemiddeld drie-persoons huishoudens).

“In de beleving van die bewoner was het volstrekt ondenkbaar dat hij meer energie verbruikte dan de buren: hij leefde juist heel erg energiezuinig. Hij draaide de verwarming altijd omlaag draaide zodra hij de deur uit ging, want dat had zijn moeder hem zo geleerd. Maar dat moet je in deze woningen juist niet doen. Dat deed ons beseffen dat we meer tijd moeten besteden aan het geven van instructies aan nieuwe bewoners. We hebben met deze bewoner afgesproken dat hij 14 dagen niet aan de thermostaat zou komen. Zijn energieverbruik daalde spectaculair, maar hij dacht in eerste instantie wél dat we de grafieken gemanipuleerd hadden!”

Goede instructies geven
“Wij hebben geleerd dat je iedere nieuwe huurder steeds weer moet voorlichten,” vervolgt Johan Riezebos. Dit punt wordt herkend en aangevuld door de zaal: “Je moet het ook herhalen, zeker bij oudere bewoners. En het uitleggen van de energierekening moet je bijzonder goed doen, wil dat beklijven. Na drie maanden zijn mensen gesetteld en kun je beter uitleg geven over installaties.” Een andere veelgehoorde reactie: “Huurders lezen niet. Er zouden instructiefilmpjes gemaakt moeten worden. Misschien zou je dit moeten doen samen met de Woonbond.”

Rebound-effect
Uiteraard heeft Ter Steege in de afgelopen jaren meer lessen geleerd over het NOM-concept. Technische zaken, zoals de fijne kneepjes van het inregelen van warmtepompen. Maar de belangrijkste lessen hebben toch echt te maken met de psychologie van de bewoner. Zo bespeurt Riezebos een rebound-effect als het gaat om de benodigde hoeveelheid warmwater: “Een boiler van 150 liter is te krap en zelfs 200 liter kan onvoldoende zijn. Dat heeft te maken met het feit dat mensen denken dat ze gerust langer kunnen douchen, omdat ze immers al in een energiezuinige woning zitten”.


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties