Onder de motorkap van TOjuli

Verslag van de bijeenkomst van de ZEN Themagroep Oververhitting op 27 november 2020, door Henk Bouwmeester

Op 1 januari 2021 wordt TOjuli van kracht. Dit is een indicator die iets zegt over de kans op temperatuuroverschrijding. Als TOjuli groter is dan 1,2 is er een grote kans dat het ’s zomers te warm wordt in de woning. Dan mag deze woning niet worden gebouwd. Onder de motorkap van de berekening zijn echter nogal wat knelpunten te vinden.

Voorbeeld Rosmalen
De eis die aan TOjuli wordt gesteld, is streng. Deze eis is dan ook vaak een knelpunt. Vaker zelfs dan de eisen die aan de drie BENG-indicatoren worden gesteld. Dat laat Bram Gubbens (Hoedemaker Bouw en Ontwikkeling) zien aan de hand van een appartementengebouw in Rosmalen. Hij rekent voor dat BENG niet veel strenger is dan de EPC. Sterker nog: BENG is haalbaar zonder zonnepanelen, terwijl er 84 nodig zijn om een EPC van 0,4 te halen. Dat is opmerkelijk. Zonder PV-panelen is een energiezuinig gebouw kennelijk mogelijk; met PV-panelen kun je een nul-op-de-metersituatie realiseren. De grootste knelpunten doen zich echter voor bij het voldoen aan de eis voor TOjuli. Toepassing van screens en/of zonwerend glas is dan nodig in de meeste appartementen.

Lage TOjuli →  hoge BENG 1
Rob Daniëls (Cauberg Huygen) wijst er echter op dat maatregelen die leiden tot een lagere TOjuli een hogere primaire energiebehoefte opleveren en dus leiden tot een hogere uitkomst voor BENG 1. Dat geldt voor de isolatiewaarde van de gevel, de U-waarde van glas, de thermische massa en de luchtdichtheid (Qv;10). Ook CO2-sturing op de ventilatie verhoogt de waarde voor TOjuli. “Het voelt gek als je in de bouw goed werk levert waardoor de luchtdichtheid erg goed is, maar dat daardoor de TOjuli de grenswaarde overschrijdt en er aanvullende maatregelen nodig zijn.” Harm Valk (Nieman RI) bevestigt dat maatregelen voor TOjuli en BENG 1 soms tegengesteld werken. “Maar dat is fysica! Beter isoleren vergroot de kans op oververhitting, tenzij je tegelijk iets doet aan het weren van invallende zomerzon. Je moet het meenemen in het energieconcept en opnieuw nadenken over de integrale kwaliteit van een woning.”

Twee (of meer) rekenzones
Rob Daniëls duikt dieper onder de motorkap van TOjuli en stuit op enkele ongerijmdheden. Zo wijst hij erop dat TOjuli altijd per rekenzone en per oriëntatie moet worden berekend. De zone waar de berekening leidt tot de hoogste uitkomst is maatgevend. Meestal is een woning één rekenzone, behalve als je bijvoorbeeld op de begane grond een ander verwarmings- of ventilatiesysteem hebt als op de verdieping. Of als je beneden actieve koeling hebt en boven niet. Dat leidt soms tot onverwachte (en ongunstige) uitkomsten. Zo kan een actief koelsysteem op de begane grond er soms toe leiden dat op de verdieping zonwering nodig is om aan TOjuli te voldoen. Terwijl als je dezelfde woning zonder actieve koeling bouwt, de hele woning als één rekenzone geldt en in z’n geheel wél aan TOjuli voldoet. Dus zonder zonwering.

Overstekken en belemmeringen
Een andere ongerijmdheid zit in de rekenuitkomst bij overstekken en overige belemmeringen. Die houden directe zoninstraling tegen en hebben daardoor een gunstig effect (TOjuli wordt lager). Er zijn echter altijd combinaties van belemmeringen te bedenken waarbij de uitkomst van de TOjuli-berekening totaal anders is dan je zou verwachten. Iets vergelijkbaars zie je bij doorrekening van een woning met (of zonder) een erker en/of een dakkapel. In de methodiek is gesteld dat een geveldeel van 3 m2 of kleiner niet wordt meegenomen in de TOjuli-berekening. Dat geldt bijvoorbeeld voor een erker. Dan is er niets aan de hand. Maar als je een erker combineert met een dakkapel, is het geveldeel van beide uitbouwen opeens groter dan 3 m2 en telt het in de rekensom wel mee en dan kan de TOjuli misschien te hoog worden. In een project waarbij een dakkapel in de optiesfeer wordt aangeboden, kan dat tot gekke uitkomsten leiden: wie kiest voor een dakkapel, moet ook screens nemen.

Zonwering
Zonwering is in veel woningontwerpen effectief om de kans op temperatuuroverschrijding te beperken. Het heeft in de meeste situaties echter een negatieve invloed op BENG 1 en 2 (die worden hoger). Dat is logisch, maar onderliggend hangt veel af van de aannames over de momenten waarop bewoners de zonwering neerlaten. Daar plaatst Ivan Pollet (Renson Ventilatie) kanttekeningen bij. Onder de motorkap gaat de rekenmethodiek ervan uit dat bewoners ook in het stookseizoen best vaak de zonwering neerlaten, soms wel vaker dan in het koelseizoen. Dat is volgens Ivan niet terecht. Ook al zijn de tijdsfracties afgestemd met branchepartijen.

Conclusie
De TOjuli is gedefinieerd als een vereenvoudigde methode waarmee je kunt beoordelen of de kans op temperatuuroverschrijding acceptabel is. Het is slechts een stoplichtindicator: een woning voldoet wel of voldoet niet. Er is bewust gekozen voor vereenvoudiging. Doordat de TOjuli-berekening een vereenvoudigde methode is, heeft die ook z’n beperkingen en zijn er altijd situaties te bedenken met moeilijk te rijmen rekenuitkomsten. Bovendien is TOjuli niet bedoeld als ontwerpinstrument. Dat zou snel tot onjuiste conclusies leiden. Misschien moet je niet onder de motorkap willen kijken. Wie wil ontwerpen op zomercomfort, moet een dynamische temperatuuroverschrijdingsberekening (GTO-berekening) maken. Ondanks deze kanttekeningen wordt de methode zoals die nu in de NTA 8800 staat, op 1 januari 2021 wettelijk van kracht. Tegelijk wordt de methode op onderdelen waar mogelijk verbeterd, bijvoorbeeld ook wanneer er nieuwe producten voor de woningbouw beschikbaar komen.

Vervolgbijeenkomst
De themagroep Oververhitting komt enkele keren digitaal bijeen om doorrekeningen en dilemma’s te bespreken en aanbevelingen voor aanscherping van de regelgeving te doen. De derde bijeenkomst zal op vrijdagmorgen 22 januari 2021 plaatsvinden van half 10 tot half 12.

Presentatie TOjuli Bram Gubbens
Presentatie TOjuli Rob Daniëls
Presentatie TOjuli Ivan Pollet


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties