“Opdoen van ervaringen met energielabel nieuwbouw is beste leermeester”

Jaap Neeleman, projectleider bij DWA, gaat de komende maanden in opdracht van Agentschap NL het implementatietraject Energielabel Nieuwbouw begeleiden. In aanloop naar de verplichte invoering van het Energielabel Nieuwbouw op 1 juli 2013 willen de Lente-Akkoordpartners en andere (markt)partijen middels dit implementatietraject meer ervaring opdoen met het nieuwe opnameprotocol en de vrijwillige ventilatietoets. Het doel is om door toetsing van het opnameprotocol (inclusief de vrijwillige ventilatietoets), verbeterpunten zichtbaar te maken en kinderziektes op te sporen. Het traject draagt bij aan het verkleinen van de afwijkingen tussen het voorlopige en het definitieve energielabel. Neeleman zal hiervoor bij twaalf woningbouwprojecten de procedures en protocollen toetsen om daar voor alle nieuwbouwprofessionals lessen uit te kunnen trekken. Sinds 2000 is Neeleman werkzaam bij DWA waar hij een specialisme heeft ontwikkeld in energieprestaties en controletrajecten. Eén van zijn recente projecten is BouwTransparant, een door DWA voor de provincie Noord-Holland ontwikkeld instrument dat het toezicht op de bouw verbetert, vooral waar het gaat om het nastreven van energie-efficiency en een goed binnenmilieu.

“Vanuit BouwTransparant weten we dat een betrouwbare methodiek van het grootste belang is om waarde aan het nieuwbouwlabel te geven. Hiermee kan aangetoond worden dat men in de praktijk doet wat er van tevoren is beloofd. We zullen in dit implementatietraject ons primair richten op de betrouwbaarheid van het label en de uitvoerbaarheid. We vragen nogal wat van de bedrijven, namelijk dat zij de EPC van begin tot eind inzichtelijk en aantoonbaar maken. De centrale vraag is of die inspanning te veel, te weinig, te lastig, werkbaar of tijdrovend of precies goed is. Zelf heb ik het idee dat we geen onmogelijke dingen vragen, maar de wijze waarop we het vragenpakket vorm geven, zal bepalen of de markt het als een last en papieren tijger gaat zien of niet.

Allereerst gaan we de woningprojecten in een matrix plaatsen, zodat we de variabelen die we controleren voor iedereen inzichtelijk maken. Vervolgens lichten we de bedrijven en corporaties in over de bewijslast die we van hen verwachten en vragen we hen inzicht te geven in hun tijdsinspanningen die ze steken in projectdossiers, extra controles en tussentijdse bijstellingen van de EPC. Rond de oplevering bekijken we voor elk project wat er aan gegevens beschikbaar is en welke EPC-waarde en label daar uit rolt. We hopen daarmee te achterhalen of de gekozen manier ook de handigste en meest efficiënte is om de juiste informatie boven water te krijgen.

De geselecteerde projecten in dit implementatietraject vormen een interessante mix die de bouwwerkelijkheid goed representeert. Er zijn grondgebonden woningbouwprojecten en appartementencomplexen, projecten die zich in het begin-, het midden- en het eindstadium bevinden, groot- en kleinschalige projecten, verschillende niveaus van technische toepassingen en er is een goede verdeling in bouwondernemingen, projectontwikkelaars en woningcorporaties. Dat maakt dat het project een breed spectrum aan leerervaringen zal opleveren.

Kijkend naar de ervaringen vanuit het BouwTransparant project, verwacht ik dat kierdichtheid de meeste problemen zal opleveren. Aan het eind van de rit kun je immers pas testen of de gekozen bouwmethode het gewenste effect heeft. Daarbij zien we in de praktijk dat appartementen en woningen die met prefab elementen zijn gebouwd – over het algemeen – de beste resultaten boeken als het gaat om kierdichtheid. Ook de berekening van het glasoppervlak vereist aandacht. Een uitbouw of dakkapel in het meerwerk wordt soms makkelijk vergeten. En volgens de norm moet men ook de kozijnen meerekenen, maar dat gebeurt niet altijd. Dit zorgt al snel voor een afwijkende EPC-waarde ten opzichte van de EPC in de bouwvergunning. Ook worden in het bouwproces soms zaken achterwege gelaten, zoals het plaatsen zonweringen, die in de aanvankelijke aanvraag punten opleverden maar dan bij de oplevering voor een achteruitgang zorgen.

In het begin verwachten we best veel afwijkingen tussen het voorlopige en het definitieve energielabel. Als tip wil ik daarbij meegeven dat het verzamelen van zinvolle bewijslast en het tussentijds bijwerken van de EPC ervoor zal zorgen dat men het dichtst bij de waarheid blijft en de afwijking minimaal zal zijn. Het opdoen van ervaringen zal uiteindelijk de beste leermeester zijn. Het feit dat het Energielabel Nieuwbouw niet op 1 januari aanstaande maar op 1 juli 2013 wordt verplicht, geeft de markt wat meer lucht om zich er op voor te bereiden. Er is straks meer tijd om de ervaringen uit dit traject voor het voetlicht te brengen en als leidraad in te zetten voor de nieuwe praktijk.”

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties