Oplevertoets ZEN: bewijs wat je levert

Verslag van de kennis-sessie met Kees Arkesteijn (ISSO) tijdens de ZEN platformbijeenkomst op 7 maart, aangevuld met een interview – door Henk Bouwmeester.

Op 21 februari van dit jaar is de Tweede Kamer akkoord gegaan met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Doel is de werkelijk gerealiseerde kwaliteit van gebouwen te borgen in plaats van alleen de kwaliteit van bouwplannen. Om de gerealiseerde energieprestatie van een gebouw te bepalen, kan de Oplevertoets ZEN worden gebruikt. Deze is op verzoek van het Lente-akkoord ontwikkeld. Kees Arkesteijn (ISSO) schetst hoe de toets werkt.

Al in 2011 is op verzoek van de partners van het Lente-akkoord een eerste oplevertoets vastgesteld op basis van een opnameprotocol conform ISSO 82.1 (woningbouw) en ISSO 75.1 (utiliteitsbouw). Het idee was toen om de werkelijke energieprestatie van een gebouw rechtstreeks te vertalen in een energielabel. Een wetsvoorstel waarin dat zou worden verankerd (Wet kenbaarheid energie) is in 2012 echter verworpen. Het ging de Tweede Kamer te ver dat een bestaande woning zonder energielabel niet meer zou kunnen worden verkocht. Daarop werd het energielabel vastgesteld met behulp van een webtool. Voor utiliteitsgebouwen is het opnameprotocol wel wettelijk vastgesteld en per 1 juli 2014 in werking getreden.

Energieprestatievergoeding
Voor woningen in de huursector is er daarnaast wetgeving ontwikkeld over de Energieprestatievergoeding (EPV). Een verhuurder mag naast de huur deze vergoeding vragen als hij kan aantonen dat getroffen maatregelen tot een lagere energierekening leiden. Om dit aan te tonen heeft ISSO het opnameprotocol uit 2011 aangevuld met de ervaringen uit de opnames van utiliteitsgebouwen. Tevens is het opnameprotocol gesplitst in een bouwkundig en installatiedeel.

Opnameprotocol warmtevraag
De netto warmtevraag van een woning wordt bepaald door de bouwkundige kwaliteit vast te stellen en te kijken naar de kwaliteit van de ventilatievoorziening. Het meest recente opnameprotocol hiervoor is ISSO 82.5. Dit protocol gaat uit van de EPC-berekening zoals die vooraf is gemaakt. Is er geen EPC-berekening beschikbaar (bijvoorbeeld in oudere woningen) dan moet de woning eerst worden opgenomen.

Bij nieuwbouw moet tijdens het bouwproces bewijs worden verzameld in de vorm van foto’s en documenten. Foto’s moeten laten zien dat isolatiemateriaal goed is aangebracht. Als er geen foto’s zijn, dan gelden forfaitaire waarden. Maar let wel: die zitten aan de veilige kant en leiden er dus toe dat de berekende warmtevraag hoger zal zijn. In de berekeningen wordt veelvuldig gebruik gemaakt van verklaringen van fabrikanten. Ook wordt gecontroleerd of de betreffende materialen daadwerkelijk zijn aangebracht en wordt ter plekke gecontroleerd of alle vooraf bedoelde bouwkundige maatregelen inderdaad zijn uitgevoerd. De thermische eigenschappen van constructies worden nagerekend, eigenschappen van ramen nagemeten en de luchtdichtheid wordt gemeten.

Toegestane afwijkingen
Is alles uitgevoerd zoals bedoeld, dan zijn bepaalde afwijkingen binnen de berekening toegestaan. Zo valt een afwijking 0,3 m2K/W binnen de toegestane Rc-marges. De qv;10 mag maximaal 10 procent afwijken. Als de vooraf bedoelde maatregelen zijn gerealiseerd en de afwijkingen vallen binnen deze marges, dan volgt de netto warmtevraag uit de berekende EPC. Zijn de afwijkingen meer dan is toegestaan, dan moet eerst een herberekening van de EPC plaatsvinden.

Projectdossier
De leverancier van een woning moet een projectdossier aanleggen. Dat dossier bevat onder andere een schriftelijke opdrachtbevestiging, de EPC-berekening, herleidbaar vastgelegde opnamegegevens, een beschrijving van de manier waarop isolatie is bepaald en bewijsstukken zoals facturen en certificaten. Het dossier bevat ook foto’s van isolatiemateriaal en van ingestorte leidingen die op een voorgeschreven wijze zijn gemaakt. Het dossier moet minimaal tien jaar bewaard blijven.

Opnameprotocol Installaties
Installaties voor verwarming en warmwater vallen nu nog buiten de controle in het kader van de EPV. Deze hebben uiteraard wél veel invloed op het energiegebruik van een woning. Er is wel een opnameprotocol voor beschikbaar en dat is daarom opgenomen in bijlage 4 van ISSO 82.5, zodat alle informatie toch bij elkaar voorhanden is. Mogelijk wordt dat in de toekomst ook wettelijk vastgesteld. Dit protocol gaat uit van controle ter plekke van onder andere het type verwarmingstoestel, de manier waarop een installatie is ingeregeld, het type warmwatertoestel, leidinglengten, de aanwezigheid van een douche-wtw, ventilatie-wtw en zonnesystemen.

Dé oplevertoets ZEN
Bij oplevering van het project worden energieprestatie en ventilatie getoetst door middel van het ISSO-opnameprotocol voor nieuwbouwwoningen: ISSO publicatie 82.5 Energieprestatie woningen – Opnameprotocol netto warmtevraag zeer energiezuinige woningen en Bijlage 4: Informele bijlage behorend bij ISSO 82.5 – Opnameprotocol installaties Energiezuinige woningen (zie ook de ISSO-website). Deze documenten vormen samen de meest actuele manier om een oplevertoets voor energieprestatie in een nieuwbouwwoning uit te voeren. Daarom adopteren de partners van het Lente-akkoord dit protocol als dé oplevertoets voor ZEN woningen.

Basis voor meer kwaliteit
Een klant wil zeker weten dat hij krijgt wat hij denkt te kopen. De leverancier van een woning moet dat aantonen. Dat is het doel van de oplevertoets én van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Maar er is meer, stelt Kees Arkesteijn. Het controleren, fotograferen en systematisch documenteren van de gerealiseerde kwaliteit leidt ook tot kwaliteitsverbetering, zo leert de praktijk. Op de werkvloer stimuleert het om (nog) nauwkeuriger te werken. Wie fouten maakt, komt er niet ongezien mee weg. Daarnaast levert het leerwinst. We willen energiezuinige gebouwen en we stellen daaraan steeds strengere eisen. Wie zijn prestaties systematisch bijhoudt, beschikt ook over gegevens om de kwaliteit steeds verder te verhogen.

Download de presentatie van Kees Arkesteijn


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties