Praktijkonderzoek opleveringstoets Energielabel Nieuwbouw

Lars van de KampLeerpunten Energielabel Nieuwbouw – door Lars van de Kamp (Nieman Raadgevende Ingenieurs)

De praktijk is doorgaans de beste leerschool. Dat zal straks ook gelden wanneer in 2013 het Energielabel Nieuwbouw van kracht is. Om u als bouwprofessional te laten profiteren van die praktische leerschool, hebben we de belangrijkste valkuilen op een rij gezet. Deze zijn gebaseerd op zeer bruikbare praktijkervaringen van Nieman Raadgevende Ingenieurs. Zij verzorgden in de winter van 2011-2012 in opdracht van Agentschap NL een pilot met opleveringstoetsen bij vijftien bouwprojecten. De lessen uit deze winterpilot geven houvast voor een juiste werkwijze. 

Uit de pilot blijkt dat slechts de helft van de onderzochte woningen en gebouwen het voorlopige energielabel aan het eind van de rit kon behouden. In de meeste gevallen moest men onverhoopt een stap terug. Kopers van een woning zullen daar straks waarschijnlijk geen genoegen mee nemen. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Daarmee valt of staat het slagen van het Energielabel Nieuwbouw. Hoe zorgt u ervoor dat het voorlopige energielabel vanuit de aanvankelijke EPC-berekening ook na de oplevertoets overeind blijft? Een overzicht van bruikbare handvatten:

1. De berekening van de EPC voor de bouwvergunning moet vanaf 1 juli 2012 volgens de richtlijnen in NEN 7120 (de EPG) en NEN 8088 (ventilatie) gebeuren. Daar gaat het in de praktijk al vaak mis. Vanaf 1 juli 2013 verdwijnt die berekening in geen geval meer in ambtelijke laden. Ze vormt de basis voor het voorlopige energielabel, de rode draad tijdens de bouw en het belangrijkste uitgangspunt voor de opleveringstoets. Het is dus van groot belang om de EPC-berekening nauwkeurig en realistisch uit te voeren en gunstige aannames te vermijden.

Drie tips:
• Reken je niet rijk in de EPC-berekening om optimaal profijt te maken van marktvoordelen die een energiezuinig label biedt, maar reken realistisch en waarheidsgetrouw. Dat beetje extra dat net dat extra plusje oplevert, moet wel uitvoerbaar zijn.
• Architecten die aannames doen voor het werk van nog onbekende installateurs of bouwers, doen er goed aan om daarbij voorzichtigheidshalve veilige marges aan te houden.
• Een onjuiste berekening is te voorkomen door een deskundige partij in te schakelen die bij voorkeur ook gecertificeerd is om het Energielabel Nieuwbouw af te mogen geven.

2. De uitgangspunten uit de EPC-berekening moet u één op één overnemen in het bestek. Op dit moment gebeurt dat zeker niet altijd. Zorg ervoor dat materialen en merken die zijn opgenomen in de EPC-berekening ook daadwerkelijk worden toegepast. De architect kan een ketel van merk X opnemen in de berekening, terwijl de woningcorporatie afnameafspraken heeft met leverancier Y of de installateur liever werkt met fabrikant Z. Andere ketels, glassoorten of isolatiematerialen hebben niet altijd even gunstige prestaties. Zoek dus naar exacte aansluiting bij het programma van eisen van de opdrachtgever. Zorg bij de toepassing van alternatieven altijd voor bewijsbaar kwaliteitsbehoud in de vorm van een erkende kwaliteitsverklaring. Maak bij een afwijking altijd de consequenties voor het label inzichtelijk.

3. Het toevoegen van kopersopties heeft vrijwel altijd effect op de energieprestatie. Kiest de koper voor een grotere ketel met een voorraadvat, een dakkapel of een extra boiler in de keuken, dan is dat van invloed op de aanvankelijk aangenomen energieprestatie van de woning. Twee tips:

• Maak inzichtelijk voor de koper wat de consequenties zijn van extra wensen en veranderingen. Iets meer comfort leidt vaak tot het schrappen van een plusje bij het energielabel. Als de koper dat van tevoren weet, kan hij of zij een duidelijke afweging maken.
• Zet gedegen advisering in om eventueel tot alternatieve invulling van de extra wensen te komen, die niet hoeven te leiden tot lager rendement. Wenst de koper een grotere ketel met een voorraadvat, wijs hem of haar dan op de mogelijkheid van bijvoorbeeld een zonneboiler met voorraadvat. Op die manier wordt hetzelfde comfort bereikt en valt er zelfs een plusje te winnen.

4. Fouten tijdens de bouw lijken onvermijdelijk. Toch zal er bij de invoering van het energielabel nieuwbouw veel meer aandacht moeten komen voor het uitsluiten van fouten. Waar gaat het doorgaans mis? Kierdichtingen die niet juist zijn aangebracht, een verkeerde werkvolgorde die tot ketenfouten leidt, slecht aangebracht isolatiemateriaal, het indeuken van ventilatiekanalen bij het storten van beton. Het zijn vaak niet terug te draaien fouten die grote consequenties hebben voor de energieprestatie bij oplevering. Drie tips:

• Door van tevoren aan te kondigen dat er kierdichtheidsmetingen zullen komen, zal er nauwkeuriger worden gewerkt.
• Roep bij geconstateerde fouten zo snel mogelijk de verantwoordelijken terug zodat zij de fouten zelf – en nog relatief eenvoudig – terug kunnen draaien.
• Regelmatige controles tijdens de bouw zijn onmisbaar. Maak tijdens die controles ook foto’s van kritische punten.

5. De projectdossiers die voor de opleveringstoets zijn vereist, vormen een nieuwe discipline en administratieve last voor de bouwwereld. Het vereist allereerst een nieuwe denkwijze: het zijn nu eens niet de fouten die men moet aantonen, maar juist dat wat goed gaat en bewijslast nodig heeft omdat het achteraf niet meer achter muren en onder vloeren is terug te vinden.

• Het is van het grootste belang om tijdens alle fases van de bouw, de toegepaste materialen en installaties nauwkeurig te documenteren in de vorm van inkoopfacturen, productomschrijvingen en relevante foto’s.
• De mate van documenteren is bepalend voor de tijd en de kosten die zijn gemoeid met de opleveringstoets en het opstellen van het definitieve energielabel.
• Hier ligt een taak voor adviseurs. Zij kunnen checklists maken van benodigde documenten, zodat uitvoerders, opzichters of externe adviseurs aan de hand van deze lijsten de zaak op orde kunnen krijgen.

6. Belangrijk is verder om vooraf goed in te schatten hoeveel marge er nodig is om van begin tot eind binnen de labelstap te blijven. Er kan tussentijds – zoals hiervoor beschreven – veel fout gaan. Dat moet worden ingecalculeerd bij het indienen van de EPC-berekening. Komt u bij de geplande maatregelen tot een EPC van 0,55 dan kunt u er vrijwel zeker van zijn dat u uiteindelijk niet over de grens van 0,6 zult gaan. Komt u precies uit op de grenswaarde van een labelstap, dan is het misschien verstandig om in het voorlopige label op een plusje minder te gaan zitten. Achteraf verbeteringen aanbrengen om toch tot de aangegeven labelstap te komen is kostbaar en tijdrovend. Bovendien schaadt u er het marktvertrouwen mee.

Voor meer informatie over de winterpilot met de opleveringstoetsen, kunt u contact opnemen met Lars van de Kamp, senior projectleider bij Nieman Raadgevende Ingenieurs, op telefoonnummer 030 – 241 34 27. Deze pilot is uitgevoerd in opdracht van Agentschap NL, op verzoek van de Lente-akkoord partijen. Het doel van deze winterpilot was het testen van de eerste versies van het ISSO-protocollen BRL9500-05 en BRL9500-06. Voor meer informatie over het Energielabel Nieuwbouw kunt u contact openen met Ruud van Wordragen en Claudia Bouwens.

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties