Samen verder na het Lente-akkoord – blik op de toekomst

Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM, WoningBouwersNL en het ministerie van BZK hebben na 13 jaar een punt gezet achter het succesvolle Lente-akkoord programma. De initiatiefnemers hebben hun doel immers bereikt: vrijwel alle nieuwbouwwoningen zijn tegenwoordig op z’n minst ‘bijna energieneutraal’ (BENG).

Op 28 september kwamen de deelnemers aan het Lente-akkoord ZEN platform voor de laatste keer bij elkaar in de Prins Maurits-kazerne in Ede. Tijdens het afsluitende congres werd er teruggeblikt op wat er is bereikt in energiezuinige nieuwbouw, maar er werd ook vooruitgekeken naar nieuwe opgaven: circulair bouwen, industrialisatie, natuurinclusiviteit en energieleverende nieuwbouw.

Bart van Breukelen – Circulariteit en industrialisatie
Bart van Breukelen (voorzitter RvB TBI Holdings) begint met een openhartige bekentenis: “Bij mijn aantreden als voorzitter van de Raad van Bestuur van TBI vond ik eerlijk gezegd dat circulariteit onvoldoende sturend was voor onze business, hoewel het door mijn voorganger als strategische pijler was benoemd. We hebben ons toen meer gericht op industrialisatie en de energietransitie. Maar wat ik nu zie in gesprekken met onze directies is dat de thema’s energietransitie en circulariteit hand in hand gaan. Ze versterken elkaar niet altijd, maar we kunnen ze niet meer los van elkaar zien.”

“De belangrijkste trigger voor ons om te gaan denken in termen van modulariteit, standaardisatie en industrieel bouwen is de menselijke factor. We hebben een enorm tekort aan arbeidskrachten in de bouw. We lossen dat op door bijvoorbeeld in de Oekraïne te zoeken naar mensen die voor ons het werk willen doen, maar ik denk dat dit model geen stand houdt. Overigens is die schaarste aan menskracht in de installatietechniek een nog veel groter probleem.”

“Productiviteit is de andere reden om te kiezen voor industrialisatie. Grondstoffen worden duurder, de faalkosten moeten omlaag en de kwaliteit moet omhoog. Maar industrialisatie draagt tegelijkertijd ook bij aan circulariteit. Je materiaalgebruik loopt immers terug, je produceert minder afval, je bent beter in staat om installaties en gebouwen demontabel te maken, maar misschien wel het belangrijkste punt is dat je in een industriële omgeving beter in staat bent om te innoveren.”

“Je zou dus denken dat industrialisatie een no-brainer is, maar er zijn ook voetangels en klemmen, zoals de planning. Je hebt rust en regelmaat nodig, een continue productiestroom. Ik kan u zeggen dat het in de praktijk helaas niet zo werkt. Daarnaast zit diep in onze genen het idee dat elk gebouw uniek hoort te zijn. Op dat punt is een omslag in het denken nodig.”

“Overigens is standaardiseren iets anders dan zelf investeren in productiecapaciteit. Als iedereen zijn eigen fabriek gaat bouwen krijgen we problemen met de continuïteit. Denk dus in termen van wat er nu al beschikbaar is in de industrie, en ga daarmee een gebouw ontwerpen.”

Harwil de Jonge – Verbindingen maken met natuurgebieden
Harwil de Jonge is directeur bij Heijmans, en hij is ook lid van de stuurgroep van het KAN platform, de groen-blauwe opvolger van het Lente-akkoord ZEN platform. De Jonge begint zijn presentatie met een foto van een vlinder: “Dit is het boswitje, voor mij persoonlijk een symbool van wat er aan de hand is. Wij zijn in Nederland bijna wereldkampioen biodiversiteitsverlies. Tegelijkertijd hebben we een belangrijke functie binnen Europa als het gaat om biodiversiteit. Bijvoorbeeld door het vele water, waar vogels gebruik van maken bij hun oversteek van Noord naar Zuid en terug. We hebben op het gebied van natuurbehoud dus een veel grotere rol dan alleen het beheer van onze inheemse soorten, waarvan op dit moment wel 40% bedreigd wordt, waaronder het boswitje.”

“We hebben te maken met droogte, hittestress en extreme regenval. Een aantal jaar geleden was een ondergelopen straat nog een uitzonderlijk beeld. Tegenwoordig is watersnood regelmatig in het nieuws. Daarom zouden we intussen met z’n allen toch moeten begrijpen dat het gaat om een urgent probleem, maar daarvan merk ik in de praktijk nog niet genoeg. Ik ben zelf geen voorstander van normering, maar toch hebben we in maart met een brede coalitie een oproep gedaan aan de politiek om te komen tot strengere regelgeving, via het manifest Bouwen voor Natuur.”

“In Nederland hebben we Natura 2000-gebieden, en de natuur daaromheen. Eigenlijk wil je die twee met elkaar verbinden in ecosystemen. Neem dat vooral mee in je projecten, want het leidt uiteindelijk tot hele mooie natuurinclusieve wijken. Een voorbeeld is de Maanwijk in Leusden, die recent onderdeel is geworden van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.”

“Tot slot wil ik iedereen oproepen om zich aan te sluiten bij het KAN platform. Hoe meer deelnemers hoe beter. Wat we daar beogen is opnieuw kennis delen, net zoals in het Lente-akkoord.”

Harm Valk – Toekomstbestendig bouwen
Een bijeenkomst van het Lente-akkoord is uiteraard niet compleet zonder het vertrouwde stemgeluid van Harm Valk. “De reis naar BENG heb ik heel intensief met jullie mee mogen maken. Die ‘B’ van bijna energieneutrale nieuwbouw werd trouwens al in 2010 vastgelegd in de tweede versie van de EPBD-richtlijn. Jullie hoorden zojuist Diederik Samsom de vierde versie van de EPBD aankondigen. En Ferdi Licher zei dat we er als sector rekening mee moeten houden dat energieneutrale nieuwbouw mogelijk al in 2025 de nieuwe eis wordt. Dat is ook hard nodig, want die anderhalve graad opwarming uit het Parijse akkoord hebben we al bijna te pakken. In de praktijk betekent dit op de eerste plaats dat we aan de Nederlandse bouwers duidelijk moeten maken wat er nu al mogelijk is. Kennisuitwisseling is dus essentieel, en dat is ook de verdienste geweest van het Lente-akkoord.”

Harm Valk vergelijkt het ontwerpen van een energieneutrale of energieleverende woning met jongleren, maar dan met steeds meer ballen tegelijk. “Het begon met de drie BENG-eisen, toen kwam TOjuli erbij, de MPG en circulair bouwen. Het wordt dus steeds complexer. Wat mij betreft moeten we vooral leren denken vanuit de situatie in de winter én in de zomer. De zomer hebben we in eerste instantie nogal verwaarloosd, maar juist hittestress wordt een flinke uitdaging. Uiteindelijk moeten de woningen die we gaan maken in alle opzichten toekomstbestendig zijn. Dus ook klimaatadaptief en gezond en energieleverend. Energieneutraal moeten we heel snel achter ons laten. Wie investeert er nou nog in dakpannen? Daarnaast moet de woning van de toekomst ook tegen een stootje kunnen, vanuit het oogpunt van klimaatbestendigheid. Maar ik pleit vooral voor integrale kwaliteit. Waarom? Omdat alleen goed ontworpen gebouwen uiteindelijk duurzaam zullen zijn. Alleen mooie gebouwen die de menselijke maat hebben en goed bruikbaar zijn zullen de tand des tijds doorstaan. En alleen comfortable gebouwen zullen langdurig gebruikt worden. Daar zal altijd een nieuwe gebruiker en een nieuwe rol voor zijn.”

Thalia Verkade – De nutteloze strijd tegen fileleed
De middag wordt afgesloten door Thalia Verkade. Zij is correspondent Mobiliteit en Straatleven bij De Correspondent en ze schreef het boek ‘Het Recht van de Snelste’. Thalia daagt de zaal uit om te reflecteren op de ietwat filosofische vraag of méér duurzame woningen bouwen een oplossing is die tegelijkertijd ook een probleem in stand houdt. We weten bijvoorbeeld dat het bouwen van energiezuinigere woningen kan leiden tot een toename van het energieverbruik: het zogenaamde rebound-effect (dat onder andere door hoogleraar Dirk Brounen is onderzocht).

“Het systeem mag vooral niet vastlopen, en als het dichtslibt krijg je een verkeersinfarct.” De jarenlange nutteloze stijd tegen fileleed – tegen de achtergrond van de noodzaak tot verduurzaming van mobiliteit – laat volgens Verkade zien dat je moet oppassen voor holle retoriek. “Er zitten allerlei keuzes besloten in de taal waarin we praten over mobiliteit. Het draait allemaal om reistijdwinst: zo snel mogelijk van A naar B gaan. Daardoor worden andere dingen, zoals verkeersongevallen, minder belangrijk. Maar je kan files niet oplossen door de weg te verbreden, want meer infrastructuur nodigt tegelijkertijd uit tot verder en langer reizen. Kijk dus goed naar de aannames die je maakt.”

Presentatie Bart van Breukelen
Presentatie Harwil de Jonge
Presentatie Harm Valk
Presentatie Thalia Verkade

Tekst: Anton Coops
Beeld: Loesje Praktijken

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties