Spoedcursus BENG – Hoe zit het eigenlijk?

Verslag van de introductiesessie over BENG tijdens het ThuisCongres ‘BENG! ZO DOE JE DAT’, met Harm Valk (Nieman RI) en Edgar van Niekerk (Bouwend Nederland), inclusief Q&A – door René Didde.

‘BENG, hoe zit het eigenlijk? Je hoeft je nog niet te schamen als je dat niet weet. Grijp deze kans en laat Harm Valk (Nieman ri) je het uitleggen in een sessie ‘BENG voor beginners.’ Deze wervende tekst in de aanloop van het thuiscongres mist zijn uitwerking niet. Want meer dan tweehonderd deelnemers zijn aanwezig bij deze deelsessie.

Eigenlijk is dat best begrijpelijk. Want enerzijds is het nieuwe instrumentarium een flinke stap vooruit ten opzichte van de oude EPC, maar de taal en rekenregels zijn nieuw en complex.

‘Het gaat allemaal om de energietransitie’, begint expert Harm Valk. Iedereen weet dat we de mono-oplossing aardgas voor warmtevoorziening achter ons moeten laten. We moeten de weg inslaan naar een energieneutrale gebouwde omgeving met een CO2-uitstoot van 0 in het jaar 2050. Een ander ijkpunt is 2030, het jaar waarin we volgens het regeerakkoord 49% minder CO2 moeten uitstoten ten opzichte van 1990. ‘In plaats van fossiel aardgas komt daar een scala van alternatieven voorhanden. Zonnepanelen, warmtepompen, biomassa, warmtenetten. Dat is een lastige zoektocht naar welke optie waar mogelijk is. En dan nog is dit alles omgeven met onzekerheden, zeker in het begin.’

BENG – bijna energieneutrale gebouwen –  moet een helpende hand bieden in die zoektocht. BENG is een soort minimum-eisen-pakket voor het jaarrond gemiddelde energiegebruik van een woning. ‘BENG wordt de bezemwagen voor de nieuwbouw, die in heel Europa geldt. In België spreekt men van BEN, in Duitsland van ENEV.’ Om de berekening uniform uit te voeren is BENG ondergebracht in de rekenregels van NTA 8800, en vervangt NEN 7120 en een aantal andere normen. Een van de begrenzingen van BENG is dat het – net als bij de EPC of het Energielabel – alleen gaat om de zogenaamde ‘gebouwgebonden’ energie, voor klimaatinstallaties, verwarming en koeling, warm tapwater, hulpenergie. Het heeft dus niet te maken met je televisie, laptop, koelkast en wasmachine.

Drie eisen
BENG telt drie indicatoren of eisen, die de ruggengraat vormen van het nieuwe stelsel.

• BENG-eis 1 spreekt van ‘gebouwgebonden gebruik’. Kort gezegd: hoeveel warmte en koude heeft een woning nodig? Het gaat dus om de energie die nodig is voor  verwarming en koeling. ‘Deze thermische energie heeft niets te maken met de apparatuur die je daarvoor gebruikt., aldus de expert. Aan BENG-eis 1 kan een woning voldoen door een goede isolerende schil (dak, vloer, gevel) te bouwen, goed luchtdicht te bouwen (kieren vermijden) en bijvoorbeeld triple glas te gebruiken. De eenheid is kWh per vierkante meter per jaar.

• BENG-eis 2 is het primair fossiel energiegebruik (ook uitgedrukt in kWh per vierkante meter per jaar). ‘Eigenlijk is dat de energie die in de energiecentrale wordt opgewekt voor de woning’, zegt Valk. ‘En dat heeft niets te maken met kWh’s die de meter in je woning aangeeft.’

• BENG-eis 3 is de hoeveelheid energie die voor je woning is opgewekt door hernieuwbare bronnen. ‘Dus uit de zonnepanelen op je dak, maar ook de omgevingsenergie die de bron is voor de warmtepomp. Daar is een verplicht minimum aan gesteld’, zegt Valk. ‘BENG 2 en 3 zijn communicerende vaten. Hoe meer duurzame energie je opwekt, hoe minder fossiel nodig is. En ook hier: mooi als je 100% groene stroom afneemt van een energiebedrijf, maar dat heeft er niets mee te maken, want dat is geen eigenschap van je woning.’

Temperatuuroverschrijding juli
Sinds een jaar is er nog een vierde onderdeel aan dit nieuwe eisenstelsel toegevoegd, de zogeheten TOjuli-indicator, voluit temperatuuroverschrijding juli. ‘Dit is een getal voor het risico dat het in de zomermaanden te warm wordt in huis. Tot nu toe zijn huizen nooit ontworpen op de kans dat ze in de zomer gezondheidsklachten kunnen opleveren doordat het te warm wordt.  Goede isolatie helpt om de opwarming af te remmen, maar beperkt ook de snelheid van afkoelen. Maar de grootste invloedsfactor is het glas. Ontwikkelaars en ontwerpers worden zo uitgedaagd rekening te gaan houden met warmere en langere zomers. ‘We moeten natuurlijk voorkomen dat iedereen een energievretend aircootje gaat kopen’, aldus Valk.

Variërende eisen
Dit nieuwe ontwerpframe, dat voorlopig alleen voor nieuwbouw geldt, heeft voor elk type woning (grondgebonden woning, hoek- tussenwoning, of woongebouw) of utiliteitsgebouw andere eisen voor BENG 1, 2 of 3 (sheet 10). Voor een woongebouw (meerlaags appartementencomplex) geldt bijvoorbeeld een lagere BENG-3 eis. ‘Flatgebouwen hebben immers minder dakoppervlak voor zonnepanelen.’

Daarnaast gelden nog uitzonderingen en vereffeningsfactoren die het nieuwe stelsel wat onoverzichtelijk maken. Simpel is dat woningen in skeletbouw (hout of metaal) een ‘bonus’ van 5 kWh/m²/jaar krijgen omdat ze minder massa hebben en minder goed energie vasthouden.

Hoe compacter, hoe scherper de eis
Complexer is dat er een differentiatie is aangebracht voor de compactheid van de woning. Hoe compacter het huis, hoe scherper BENG-eis 1 is. De grondslag om dit te bepalen is de verhouding tussen het verliesoppervlak (de thermische schil: gevel, vloer en dak) en het vloeroppervlak. Een grote vrijstaande villa met veel glas verliest meer energie in de schil dan een rijtjeshuis. De villa wordt daarom meer ontzien in BENG-eis 1. Het ziet er allemaal ingewikkeld uit, maar Harm Valk zegt dat deze schilverlies-verhoudingen in grondgebonden woningen grofweg tussen 1,3 en 2,6 liggen (en maximaal 30 kWh/m²/jr toeslag  toucheren op de eis van 55 kWh/m²/jr). Voor woongebouwen leidt de schil/vloerverhouding meestal niet tot compensatie.

Oriëntatie
Om aan de TOjuli-eis  voor het zomercomfort te voldoen, is het zaak om in een vroeg stadium met de stedenbouwkundige in contact te komen over een optimale oriëntatie van de woning in het plan voor de wijk. Ook de architect kan veel betekenen door bijvoorbeeld een dakoverstek op het zuiden te tekenen. Let wel op dat TOjuli van invloed is op BENG-eis 1, waarschuwt Valk. ‘Zonwerend glas helpt in de zomer, maar verlaagt de energieprestatie in de winter’, zegt de expert. Haal je TOjuli-eis net niet, dan kan in deze twijfelgevallen de meer secure GTO-rekenmethode (gewogen temperatuuroverschrijding) soelaas bieden.

‘Maar ook voor ontwikkelende bedrijven is er een handelingsperspectief door je te verdiepen in (beweegbare) zonwering, zonwerend glas, zomernachtventilatie’, aldus Valk. Vooral het meenemen van zonwering in het verkoopproces is een nieuwe tak van sport, geeft hij toe. ‘Maar het is een mooie uitdaging. Het gebeurt immers ook al jaren in geval van adviezen over keukens en badkamers’, zegt hij monter.

Tenslotte toont Harm Valk hoe de puzzel van de rekensommetjes en de wisselwerking tussen de BENG-eisen en TOjuli in zijn werk kunnen gaan. Een hoekwoning die TOjuli niet haalt, kan met zonwering op de zuid-oostgevel de eis wel halen (en BENG-eis 2 en 3 nog wat verbeteren).

Download de presentatie van Harm Valk

Zie ook de ZEN brochures ‘Woningbouw volgens BENG’ en ‘Eisen aan temperatuuroverschrijding in nieuwe woningen’. NB: de brochure ‘Woningbouw volgens BENG’ is uit november 2019. Het is helaas nog steeds niet mogelijk om betrouwbare uitkomsten te geven van BENG berekeningen met UNIEC 3. Zodra deze beschikbaar zijn, wordt deze brochure geactualiseerd.


Q&A: alle vragen die deelnemers stelden in de chat, beantwoord door Marit Cornelisse en Harm Valk (Nieman RI)

1. Waarom is er niet één Europees term en/of concept om de energieprestatie in uit te drukken en mee te berekenen?

Er is zeker al sprake van Europese afstemming. In de EPBD is afgesproken om de energieprestatie vast te stelen aan de hand van het gebouwgebonden energiegebruik (en welke posten daar bij horen) en deze uit te drukken in kWh/m2.jr. Ook is er een grote stap gemaakt in het harmoniseren van de rekenmethode. NTA 8800 is dan ook voor het grootste deel gebaseerd op onderliggende CEN (=Europese) normen. Deze set normen kent echter beperkingen: de onderlinge aansluiting is nog niet feilloos en er moeten altijd land-specifieke keuzes worden gemaakt en aanvullingen worden gedaan, bijvoorbeeld ten aanzien van de klimaatgegevens, de bouwmethoden en de structuur van de bouwregelgeving. In 2016 is een analyse gemaakt van de stand van zaken en is besloten dat het voor de Nederlandse markt nu nog het meest praktisch was om een zelfstandig leesbare eigen methode uit te werken, gebaseerd op de Europese (deel)normen. In de toekomst zal dit naar verwachting verder naar elkaar toe groeien. Verschillen tussen lidstaten zullen er echter voorlopig nog wel blijven bestaan.

2. Hoe verhouden de Nederlandse BENG-eisen zich tot de eisen die in andere EU-landen worden gesteld?
In de EPBD is vastgelegd dat de energieprestatie in alle lidstaten van de EU wordt vastgesteld aan de hand van het gebouwgebonden energiegebruik (en welke posten daar bij horen) en dat deze wordt uitgedrukt in kWh/m2.jr. Bij het vaststellen van de exacte grenswaarde hebben de lidstaten behoorlijk veel vrijheid, daarom is het ‘bijna’ uit ‘B’ENG niet voorgeschreven. Daarbij speelt ook de hoogte van de huidige eisen een rol en ook die verschilt per land. Wat wel is vastgelegd is dat alle landen zich moeten verantwoorden voor de hoogte van de eis aan de hand van een kostenoptimaliteitstoets volgens vastgelegde rekenregels.

3. Is de Rekentool Energieprestatie Installaties (conform EPBD III) bij invoering van de BENG per dd.01-01-2021 nog van toepassing? Volgt deze toets dan uit de BENG? Worden de eisen aan zelfregulerende apparatuur (EPBD III) ook geborgd/ getoetst in de BENG?
Nee, deze eisen uit de EPBD III bestaan naast de eis aan de energieprestatie van het gebouw. Deze worden dan ook elders in de bouwregelgeving geborgd en hebben geen (directe) samenhang met de BENG-eisen.

4. Wanneer is de NTA8800 beschikbaar?
Die is op dit moment al openbaar beschikbaar. De NTA 8800 is kosteloos te downloaden via de website van NEN in de NEN-shop.

5. Geldt de BENG voor woningen die na 1 januari 2021 worden gediend. of na 1 januari 2021 worden opgeleverd.
Deze geldt voor woningen die na 31 december 2020 worden ingediend voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Voor een bouwaanvraag die voor die tijd is ingediend blijft de EPC-eis van kracht. Bij oplevering na 1-1-2021 wordt het Energielabel wel vastgesteld volgens het nieuwe stelsel.

6. Kun je aangeven in hoeverre het straks ‘verplicht’ wordt om bewijslast aan te leveren dat ook in de as-built situatie (dus tijdens de realisatie) wordt voldaan aan de BENG-eisen. Zeg maar wat we nu ook moeten doen bij EPV-projecten.
Dit wordt straks inderdaad verplicht. Voor de aanvraag omgevingsvergunning en bij oplevering na 1-1-2021 geldt het opnameprotocol zoals beschreven in de ISSO 82.1 (en ISSO 75.1 voor utiliteitsbouw).

7. Waar kan ik vinden welke bewijslast gegeven moet worden?
Dit wordt beschreven in het opnameprotocol ISSO 82.1 (en ISSO 75.1 voor utiliteitsbouw).

8. Komt de EPC eis nu geheel te vervallen of maakt deze onderdeel uit van BENG 2?
De EPC-eis en de rekenmethode van de EPC vervalt helemaal.

BENG 1
9. Wat zegt de BENG 1 over de werkelijke energieverbruik? Hoe verhoud een BENG berekening zich t.o.v. een PHPP berekening.
BENG 1 zegt niet direct iets over het werkelijke energiegebruik op de meter. BENG 2 is hier een betere indicator voor, maar kan nog steeds niet gebruikt worden om het energiegebruik van de bewoner te voorspellen. De NTA 8800 is hier niet voor bedoeld, omdat deze rekent met het ‘primaire’ energiegebruik en alleen de gebouwgebonden energie meerekent en bovendien rekent met een gemiddeld bewonersgedrag. De uitgangspunten van een BENG-berekening zijn ook anders dan een PHPP berekening. Deze zijn dus slecht met elkaar te vergelijken. (zie hiervoor ook het antwoord op vraag 5).

10. Hoe goed moet de luchtafdichting zijn?
Er wordt in de bouwregelgeving een slechts een vangnet-eis gesteld aan de luchtdichtheid van gebouwen. De forfaitaire waarde in de BENG-berekening voldoet hier (ruim) aan. Een betere luchtdichtheid zorgt wel voor gunstiger BENG-resultaten. Als er een lagere luchtdichtheid dan forfaitair wordt aangehouden in de berekening, moet deze worden aangetoond met een meetrapport.

11. Waarom is er (toch) voor gekozen balansventilatiesystemen met WTW niet te waarderen in BENG1, zoals dat bij PassiefBouwen wel gebeurt? En de WTW zorgt toch juist voor een lagere energiebehoefte, dus BENG1?!
Er is beleidsmatig voor gekozen om BENG 1 zoveel mogelijk techniekneutraal te houden en alle vormen van warmteterugwinning te waarderen in BENG-2 en -3. Daarom wordt BENG 1 berekend met een vastgesteld ventilatiesysteem (type C1). De WTW zorgt inderdaad voor een lagere netto warmtevraag en een beperking van de koelbehoefte. Deze wordt dan wel niet gewaardeerd in BENG 1, maar kunt u wel berekenen met NTA 8800, omdat deze elders in de bouwregelgeving wel een rol speelt, bijvoorbeeld bij de grenswaarden voor de energieprestatievergoeding (EPV). Die netto warmtevraag is beter vergelijkbaar met de uitkomsten uit een PHPP-berekening voor Passief Bouwen.

12. Zegt het primaire energieverbruik gecorrigeerd met de PER iets over de werkelijke energiebehoefte?
De PER wordt in Nederland ook vaak aangeduid met PEF. De PEF/PER is bedoeld om het berekend energiegebruik (dus inclusief de invloed van opwekkers, rendementen, distributie, etc. etc.) om te zetten naar primair energiegebruik. Daarmee is er dus geen directe relatie naar de energiebehoefte, die is namelijk (volgens de in de EPBD, NTA 8800 en bouwregelgeving gehanteerde definities) techniek-onafhankelijk en wordt bepaald door het ontwerp en uitvoering van een gebouw (thermische schil, luchtdichtheid, grootte van ramen e.d.). Zowel het (primair) energiegebruik als de energiebehoefte zijn dan weer exclusief het de gebruiksafhankelijke energieposten (‘huishoudelijk’ gebruik). Een direct berekenen van het werkelijk energiegebruik vanuit de uitkomsten van een NTA 8800/ BENG-berekening is daarom niet mogelijk.

13. Waarom worden er niet hogere Rc-waarden geëist in de schil via BENG? Huizen staan er weer voor jaren. Als het ‘wet’ is kan in de bouwwereld ineens alles. Daarvoor wordt steevast gezegd dat het onmogelijk is.
De BENG-eisen en de ‘vangnet-eisen’ aan de thermische isolatie zijn twee separate eisen in de bouwregelgeving. De hoogte van de BENG-eisen is vastgesteld op basis van een studie van de kostenoptimaliteit; daarbij worden verschillende oplossingsrichtingen vergeleken. Doel van de systematiek van prestatie-eisen op gebouwniveau (zoals voor de energieprestatie) is om de ontwerpers en bouwers ruimte te geven om op projectniveau en eigen oplossing te zoeken. En extra isoleren dan de minimum-vangnet-eisen uit het Bouwbesluit mag natuurlijk altijd.

BENG 2
14. Waarom moet er toch gerekend worden met een hoge Primaire Energiefactor (PEF) als iemand 100% groene stroom afneemt?
Het energiecontract van een gebouwgebruiker is geen gebouweigenschap. Daarom wordt er in de NTA 8800 gerekend met een gemiddeld rendement van alle centrales in Nederland, inclusief duurzame opwekking (zon en wind). Een specifiek contract wat een bewoner afsluit bij een energieleverancier kan hierin niet meegenomen worden, omdat dit ‘bewonersgedrag’ is.

15 Wordt de Primaire Energiefactor van energiecentrales dan jaarlijks aangepast?
Nee. De PEF is vastgesteld met als aanname van centrales in de komende jaren gaan verduurzamen. Maar het is een beleidsmatige factor, dus hij kan wel aangepast worden op termijn; het voornemen is deze in elk geval iedere vijf jaar te herzien.

16. Een verduidelijkingsvraag voor BENG2. Bij stroom, dient men 0.5 Kg CO2/kWh aan te houden? (Emissiefactor NL stroombron ‘onbekend’)
Nee, volgens de NTA 8800 heeft elektriciteit een CO2-emissie van 0,34 kg/kWh. Deze waarde is beleidsmatig vastgesteld en kan niet worden gewijzigd.

17. Kan ik de uitgangspunten voor nul op de meter woningen afleiden uit de BENG 2.
Ja, een nul op de meter woning heeft een BENG 2 die een stuk lager is dan 0, omdat het gebruiksgebonden energiegebruik ook gecompenseerd moet worden. Bij een BENG 2 van 0 is het gebouwgebonden energiegebruik 0.

BENG 3
18. Er zijn veel plannen voor zonnevelden. Missen we nu geen slag met alle nieuwe daken door ze niet vol te leggen?
Er wordt niet verplicht gesteld dat alle daken volledig vol worden gelegd, maar het wordt ook niet verboden. Door woningen met een volledig PV-dak uit te rusten wordt veelal een zeer hoge score haalbaar op de tweede en derde BENG-indicator. Daarmee wordt een gebouw eerder ‘ENG’ dan ‘BENG’.

19. Mogen PV-panelen op de gevel aangebracht worden bij appartementengebouwen?
Ja, dit mag en kan meegenomen worden in de berekening

20. Hoe neem je PV-gevelpanelen mee in de berekening? aan de gevel? Borstwering balkon?
PV-panelen in de gevel kunnen ingevoerd worden in de berekening. Ze zullen dan een helling hebben van 90 graden. Dit is minder gunstig dan panelen op een dak.

21. Zijn er bij het woongebouw (zoals besproken in de presentatie) mogelijkheden om de BENG 1 zo aan te passen dat je toch aan BENG 3 kan voldoen?
Dit zou gedeeltelijk kunnen. Maar je kunt de energiebehoefte nooit zover verlagen dat je de eis aan BENG-2 en BENG 3 geen rol meer speelt. Het tapwaterverbruik en de noodzakelijke hulpenergie spelen hier namelijk een grote rol en dit kan je niet verminderen door een betere thermische schil. Je kunt dus niet zonder de inzet van hernieuwbare energie (PV-panelen, of de inzet van omgevingsenergie, bijvoorbeeld via een warmtepomp).

22. Moet je bij het woongebouw niet met stadswarmte maar met een WKO aan de slag?
Ja, dit pakt over het algemeen gunstiger uit in de BENG-resultaten, afhankelijk van het rendement en de duurzaamheid (% hernieuwbaar) van het warmtenet. Het is niet altijd mogelijk, vanwege de aansluitplicht die vaak een rol speelt.

Compactheid
23. Hoe wordt Als en Ag bepaald?

De verliesoppervlakte moet berekend worden volgens paragraaf 6.7 van de NTA 8800. Deze wordt automatisch bepaald in de software. De Ag moet ingevoerd worden en bepaald worden volgens NEN 2580.

24. Hoe wordt een onderkeldering opgenomen in de berekening van de oppervlakte van de gebouwschil (Als)?
Een onderkeldering is ook een onderdeel van de gebouwschil. Scheidingsconstructies grenzend aan grond of een kruipruimte krijgen een weegfactor van 0,7.

25. Zit in Als ook dakvlak als verliesvlak?
Jazeker

26. Komt het netto vloeroppervlak overeen met het gebruiksoppervlak van een woning?
Ja, de Ag (in Als/Ag) is het gebruiksoppervlak bepaald volgens NEN 2580.

27. Is de Ag afhankelijk of dit een verwarmde ruimte is?
Nee. De Ag is de gebruiksoppervlakte van de rekenzone van het gebouw, berekend volgens NEN 2580.

28. Wordt er bij appartementengebouwen ook onderscheid gemaakt tussen individuele woningen bij Als/Ag? Daar liggen immers ook woningen op een hoek of op de bovenste verdieping.
De BENG-eisen gelden op woongebouwniveau. De Als/Ag wordt dus ook bepaald op woongebouwniveau.

29. Hoe zou deze verhouding (Als/Ag) bij tiny houses kunnen uitpakken?
Tiny houses kunnen een voorbeeld zijn van woningen met een Als/Ag-verhouding groter dan 3. De BENG 1-eis wordt dus ‘opgerekt’ voor dit soort woningen.

Ventilatie
30. Er was net sprake van de onmogelijkheid om een raam te openen in de wc en badkamer. Dat lijkt mij erg vreemd. Hoe zit dit in relatie tot de berekeningen?
Dit had te maken met het functioneren van het ventilatiesysteem. Dat wordt over het algemeen zo ingericht dat toevoer plaatsvindt in de verblijfsruimten en afvoer in de natte ruimten. Een open raam in wc of badkamer kan er dan voor zorgen dat de verblijfsruimten onvoldoende geventileerd worden. Dit wordt overigens niet meegenomen in BENG-berekeningen.

31. Is een ventilatiesysteem met gebalanceerde ventilatie en WTW altijd verplicht?
Nee, de keuze van het ventilatiesysteem is vrij; wel kan het verschil maken in de uitkomsten van de tweede en derde BENG-indicator. In principe kan met elk systeem worden voldaan aan de eisen.

TOjuli
32. Is het accumulerend vermogen van de woning in de TOjuli opgenomen?

Ja, dit wordt meegenomen. Hoe hoger het warmte accumulerend vermogen, hoe lager de TO¬juli.

33. Wordt er bedoelt met actieve koeling (om niet te hoeven toetsten aan TOjuli) een airco of ook koeling via vloerverwarming (passieve koeling)?
In de NTA 8800 wordt beide bedoeld als actieve koeling.

34. Wordt de situatie van het gebouw verder niet meegenomen? Zo zouden belendende gebouwen, of bijvoorbeeld de nabijheid van natuur het werkelijke risico op oververhitting kunnen veranderen.
Dit klopt, maar er wordt in de berekeningen geen rekening gehouden met de omgeving; het is een uitgangspunt van de bouwregelgeving om alleen naar het eigen perceel te kijken. In een GTO-berekening kan hier wel rekening mee gehouden worden.

35. Worden aan huurders garanties gegeven met betrekking tot TOjuli? En hoe zouden die er dan uit kunnen zien?
Nee, er worden geen garanties gegeven. De TOjuli geeft een indicatie van het risico op oververhitting. Het is nooit een garantie naar een huurder. De mate van oververhitting is namelijk sterk afhankelijk van bewonersgedrag.

36. Voor de BENG eisen is er een kostenoptimalisatie studie gedaan. Geldt dit ook voor de TOjuli? Zo ja, waar is deze terug te vinden?
Nee, deze studie is niet gedaan. In de sessie van Cees Leenaerts werd genoemd dat het doel van de TOjuli is dat het comfort voor de bewoner niet te veel in het gedrang komt en vergroot wordt ten opzichte van de huidige eisen. Dit kan dus extra kosten met zich mee brengen; dat hangt mede af van de gemaakte ontwerpkeuzes.

37. Wordt aan isolatiemateriaal met een hoger warmte accumulerend vermogen zoals houtwol, katoen, cellulose gewaardeerd in BENG?
Dit is afhankelijk van de rest van de constructies. De effectieve interne warmtecapaciteit van een gebouw kan berekend worden volgens Bijlage B van NTA 8800, in plaats van met de forfaitaire keuzes op basis van het casco-systeem.

38. Betekent dit dat als ik TOjuli niet haal, dat dit niet voldoet aan de BENG-eisen?
Ja.

Overige
39. Hoe gaan we om met tijdelijke woningen? Ze blijven er vaak bijzonder lang staan.
Tijdelijke bouw kent eigen eisen in de bouwregelgeving en voorwaarden in het kader van de ruimtelijke ordening. Er geldt gen eis aan de energieprestatie en een lagere eis aan de thermische isolatie. Handhaving van de gebruikstermijn is een ‘bevoegd gezag’, de gemeente.

40. Harm: is volgens jou de isolatie waarde nu optimaal? Er wordt weer gebouwd voor jaren.
Dat is een lastige vraag en ook lastig in zijn algemeenheid te beantwoorden. Naar mijn oordeel ligt het optimum voor thermische isolatie voor woonfuncties nog boven de vangnet-eisen uit de bouwregelgeving, maar dat kun je niet los zien van zaken als bouwmethode en de keuze voor een installatieconcept. Voor gebouwen met een hoge interne warmtelast (in de utiliteitsbouw) kunnen de huidige vangnet-eisen soms wat aan de hoge kant zijn, wat kan leiden tot een heel lang koelseizoen.

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties