Ventileren: beter met doorstroomventilatie

Dit artikel van Clarence Rose verscheen op 28-9-2018 in Gawalo

Balansventilatie in een luchtdicht gebouw kan niet alleen energiezuiniger, stiller en goedkoper. Ook de luchtkwaliteit zelf gaat er nog flink op vooruit. Het is tijd voor doorstroomventilatie.

Het tijdperk van goed geïsoleerd en luchtdicht bouwen is aangebroken. In een luchtdicht gebouw komt ook balansventilatie veel beter tot zijn recht. Toch lijken veel installateurs en adviseurs te blijven hangen in de tijd dat de wind de stromingsrichting van je ventilatie bepaalde.

Goed ventilatiesysteem is maatwerk
Dat balansventilatie en luchtdichtheid bij elkaar horen, is inmiddels gemeengoed. Maar hoe luchtdicht speelt voor de meeste installatieadviseurs geen rol. Ze hanteren gewoon hun vuistregeltjes: conform Bouwbesluit met iets extra om gedoe voor te zijn. Herrie, stoffige of muffe lucht zijn gventevolgen van slecht ontworpen ventilatiesystemen en halen de reputatie van balansventilatie onderuit. Een goed ventilatiesysteem is maatwerk en luchtdicht bouwen dé kans voor balansventilatie. Het zit hem juist in de eenvoud, geen toeters en bellen maar een goed ontwerp.

Cascade- of doorstroomventilatie
In een luchtdicht gebouw kun je beter ventileren. In een gebouw met minimale lekken (luchtdichtheid van klasse 3 of beter) is het mogelijk om over- en onderdruk op te bouwen. Tussen de toevoer in verblijfsruimten en afvoerpunten ontstaat dan een effectieve, ongestoorde luchtstroom. Deze ververst de gangen of juist ook ertussenin gelegen verblijfsruimten. Dit wordt cascade- of doorstroomventilatie genoemd. De belangrijkste luchttoevoer voorzie je in slaapkamers. Voor een gezonde nachtrust mag de CO2-concentratie 1000 ppm niet overschrijden. Dit komt neer op zo’n 40-45 m3/h verse lucht (in normaalstand) voor een tweepersoonsslaapkamer. De hoofdafvoer komt in de keuken. Vanwege de grote fijnstof-ontwikkeling tijdens het koken is hier extra afzuiging nodig.

Meer ventileren met minder luchttoevoer
Meer ventileren in slaapkamers en keuken betekent niet dat je in totaal meer moet ventileren. Door de luchtstroom op deze ruimten te concentreren en de rest (deels) te ventileren met overstromende lucht kun je met minder luchttoevoer méér ventileren. In een luchtdicht gebouw volstaat een ventilatievoud van maar 0,3 tot 0,4 per uur.

De woonkamerlucht ververs je dus met de slaapkamerlucht en juist extra door de extra afzuiging in de keuken. Bij naast elkaar gelegen afvoerruimten kun je de lucht nog eens extra “hergebruiken”, bijvoorbeeld door de lucht uit een berging via een overstroomrooster in de toiletruimte te laten stromen en daar af te voeren.

Goed stromende balansventilatie
Wordt dit niet muf?! – Ik schrijf hier over een constant en goed stromende balansventilatie. Over de luchtkwaliteit hoef je je daarbij geen zorgen te maken. Als je de lucht in de slaapkamers fris houdt is ook de “verbruikte” lucht uit de slaapkamers fris. Plaats je overstroomvoorzieningen wel zo dat er geen “kortsluiting” naar het afvoerrooster ontstaat, dus de afvoerruimte goed wordt doorstroomd.

Overstroomvoorzieningen zijn een belangrijk onderdeel van de balansventilatie. De spleten onder de deuren of overstroomroosters moeten worden gedimensioneerd voor de maximale ventilatiestand. Gooi dit niet over de schutting bij de timmerman! Bij te kleine openingen ontstaan stromingsgeluiden en gaan deuren ineens moeilijk open. Bovendien moeten de ventilatoren harder werken. Terwijl in de slaapruimten vaak stilte is gewenst, zijn hier vrij grote overstroomopeningen nodig. Vervang hier de grote spleet onder de deur door geluiddempende overstroomroosters. Die kun je mooi in de deur integreren. Maar ook muurroosters zijn mogelijk.

Droge lucht verleden tijd
Doorstroomventilatie is niet alleen maar energiezuinig omdat je minder lucht toe- en afvoert. Het bespaart ook kanaalwerk en zorgt voor minder ventilatiegeluid. Bovendien zorgt doorstroomventilatie in de wintermaanden voor een gezondere binnenlucht. Met een ventilatievoud van 0,3 tot 0,4 per uur blijft de relatieve luchtvochtigheid namelijk, afhankelijk van het gebruik van het gebouw (de binnentemperatuur en interne dampbronnen) veilig boven 30%. Bij gangbare balansventilatie, waarbij je in alle verblijfsruimten direct met buitenlucht ventileert en dus meer lucht toevoert, kun je rekenen op te droge lucht en zelfs gezondheidsklachten!


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties