Warmteoverdracht naar de buren kan aanzienlijk zijn

In een appartementengebouw heeft warmteoverdracht via woningscheidende wanden volgens de bepalingsmethode NEN 7120 geen effect op BENG-1. Toch kan die in de praktijk aanzienlijk zijn. Wat is het effect daarvan? Deze vraag werd gesteld binnen de ZEN-themagroep Analyse ZEN-projecten. Nieman Raadgevende Ingenieurs heeft de effecten berekend.

Het effect van warmteoverdracht via de woningscheidende wand naar een naastgelegen woning of het trappenhuis is voor twee situaties berekend:
• Tussenwoning naar naastgelegen woning aan beide zijden.
• Vanuit appartementen naar het trappenhuis.

Woningscheidende wand
Hoe groot is het effect van warmteverlies via de woningscheidende wanden? We hebben een eenvoudige berekening gemaakt op basis van de volgende uitgangspunten:
• De wanden zijn massief en uitgevoerd in 25 à 30 cm beton/kalkzandsteen.
• De oppervlakte van de woningscheidende wanden is 60 m2 per stuk. Over het gehele oppervlak vindt warmtetransmissie plaats. In de praktijk is met name in slaapkamers de temperatuur lager, waardoor het warmteverlies ter plaatse kleiner zal zijn.
• Er is een eenvoudige statische berekening opgesteld op basis van NEN 1068. Er is geen dynamische simulatieberekening gemaakt.
• De effecten van bijvoorbeeld zoninstraling zijn verwaarloosd.

Het effect is afhankelijk van het temperatuurverschil aan weerszijden van de wand. In de volgende tabel is dat aangegeven.

 BENG uitkomst  ∆kWh/m2
 Thermisch evenwicht (0°C)  20,7 kWh/m2  –
 Temperatuurverschil 1°C  30,1 kWh/m2  9,4 kWh/m2
 Temperatuurverschil 2°C  39,4 kWh/m2  18,7 kWh/m2
 Temperatuurverschil 3°C  48,8 kWh/m2  28,1 kWh/m2
 Temperatuurverschil 4°C  58,2 kWh/m2  37,5 kWh/m2
 Temperatuurverschil 5°C  67,5 kWh/m2  46,8 kWh/m2

In dit rekenvoorbeeld blijkt dat het warmteverlies naar de buren al bij een temperatuurverschil van enkele graden groter is dan de warmtebehoefte van 20,7 kWh/m2 zoals die is berekend bij een thermisch evenwicht.

Trappenhuis
Hoe groot is het effect van warmteverlies naar het centrale trappenhuis van een appartementengebouw? Om hiervan een schatting te maken, is gerekend met een massieve wand tussen het trappenhuis en de appartementen, uitgevoerd in beton/kalkzandsteen. In deze wand bevinden zich de woningtoegangsdeuren en de deuren van de meterkasten.

Ook in deze situatie is de warmtetransmissie afhankelijk van het temperatuurverschil aan weerszijden van de wand. In de volgende tabel staat welk effect dit heeft op de energiebehoefte.

 BENG uitkomst  ∆kWh/m2
 Thermisch evenwicht (0°C)  23,3 kWh/m2  –
 Temperatuurverschil 1°C  25,0 kWh/m2  1,7 kWh/m2
 Temperatuurverschil 2°C  26,8 kWh/m2  3,5 kWh/m2
 Temperatuurverschil 3°C  28,5 kWh/m2  5,2 kWh/m2
 Temperatuurverschil 4°C  30,3 kWh/m2  7,0 kWh/m2
 Temperatuurverschil 5°C  32,0 kWh/m2  8,7 kWh/m2
 Temperatuurverschil 10°C  40,8 kWh/m2  17,5 kWh/m2


Conclusie

In woningen die voldoen aan BENG-1, kan de warmteoverdracht tussen naastgelegen woningen en naar een centraal trappenhuis aanzienlijk zijn.

Bij appartementengebouwen is het in de regelgeving al opgenomen om de wanden naar onverwarmde trappenhuizen te isoleren. Op basis van gelijkwaardigheid wordt daar echter regelmatig van afgeweken. Uit deze indicatieve berekening blijkt dat het niet uitgesloten is dat dit in de praktijk tot comfortklachten leidt.

Woningscheidende wanden hoeven (volgens de regelgeving) niet te worden geïsoleerd. Dat is ook niet wenselijk omdat het ten koste kan gaan van het warmte-accumulerende vermogen ervan. Voor het bepalen van het vermogen van de verwarmingsinstallaties is het wel relevant hiermee rekening te houden.

In de ISSO 51 (de rekenmethode voor de capaciteit van verwarmingsbronnen (zoals ketels) en afgiftesystemen) wordt al rekening gehouden met een bepaalde ‘onzekerheid’ dat de aangrenzende woning op temperatuur is. Het is niet verplicht om deze rekenmethode toe te passen, maar deze methode wordt wel beschouwd als goed en deugdelijk.


Gerelateerde berichten

Tags:

BENG

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties