ZEN en BENG: nieuwe inzichten in bijna energieneutrale woningen

Harm-Valk-infographicVerslag van de plenaire inleiding door Harm Valk (Nieman Raadgevende Ingenieurs) tijdens de ZEN platformbijeenkomst op 22 maart – door René Didde. 

Harm Valk bespreekt de voortgang en de voorlopige uitkomsten van de themagroepen BENG-eisen en Gestapelde Bouw. Wat zijn de eerste leerpunten? En wat zijn de knelpunten bij hoogbouw?

Met de introductie van BENG – vermoedelijk vanaf 1 januari 2021 – zal de huidige rekenwaarde EPC voor nieuwbouwwoningen worden vervangen door maar liefst drie BENG-indicatoren.

  • De eerste eis gaat over de energiebehoefte van een gebouw. De vraag naar warmte en naar koeling en ventilatie, kortom hoe de bouwschil in elkaar zit. Dikkere isolatie, ligging op het zuiden of minder glas wordt voortaan gewaardeerd. Te vergelijken met de PHPP (passief huis) nu. Kort gezegd: thermische kiloWatturen.
  • De tweede eis behelst het primaire fossiel energieverbruik. Dat is eigenlijk te vergelijken met EPC nu. Daarin komt ook de energiedrager, bijvoorbeeld steenkool tot uitdrukking, aldus Valk. Kort gezegd: kiloWatturen van de energiecentrale. BENG-eis 1 en 2 zijn best lastig van elkaar te onderscheiden.
    Voor woningen komen beide indicatoren voorlopig neer op max. 25 kWh/m2/jaar.
  • De derde indicator geldt het aandeel hernieuwbare energie. Dat zal vooral het aandeel zonnepanelen, zonneboiler, warmtepomp gelden, en onder voorwaarden biomassabronnen, op restwarmte gestookte warmtenetten. De eis voor woningen komt neer op minimaal 50 procent.

Werk aan de winkel
Uit een onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) blijkt dat het halen van de nieuwe eisen geen sinecure is. ‘Er zijn een groot aantal nieuwbouwprojecten, meest met EPC 0,4 door de BENG-zeef gehaald’, zegt Harm Valk, ‘en 26 ervan voldoen niet aan de eerste eis. Slechts vier projecten voldoen aan de alle drie de eisen.’ Bij woongebouwen gaat het onder meer door de compacte bouw met de eerste eis iets beter, maar is de tweede eis een groot probleem. ‘Er is vooral te weinig dakoppervlak waardoor elektriciteitsvoorziening door PV-panelen een probleem is.’

Er is dus werk aan de winkel om de pittige eisen te halen. Harm Valk (Nieman Groep) verricht momenteel voor de themagroep BENG-eisen van het Lente-akkoord samen met bureau DGMR onderzoek naar twaalf uiteenlopende grondgebonden woningen, van rijtjeswoningen tot geschakelde bouw, en zowel koop als huur. ‘De EPC-waarden van deze twaalf projecten lopen van de negatieve waarde – 0,24 tot + 0,6, maar hoe je het ook wendt of keert, amper één project (met een EPC van 0) voldoet aan de eerste eis’, zegt Valk.

Zelfs een gasketel is haalbaar
Om aan de eerste BENG-eis te voldoen, moet kritisch naar het gebouwontwerp worden gekeken, schilmaatregelen als glas, isolatie en luchtdichtheid terdege worden getroffen en altijd vraaggestuurde ventilatie worden toegepast. Vrijstaande en afwijkende doorsneden vormen een uitdaging. De tweede en derde BENG-eis hebben veel invloed op elkaar. Vooral PV-panelen toevoegen is effectief (2500 tot 6000 Wp, voor een vrijstaand huis is nog meer nodig). Ook een warmtepomp en een zonneboiler werkt erg positief voor beide eisen, aldus Harm Valk. ‘Zelfs een gasketel is haalbaar’. Samen met DGMR gaat Nieman nog nader onderzoek verrichten.

Uit een voorlopige analyse van gestapelde bouw blijkt dat het iets gemakkelijker lijkt om aan de eerste BENG-eis te voldoen. De verhouding tussen schil en gebruiksoppervlak is van nature gunstiger voor appartementen. Veel glas aan meerdere zijden doet dat voordeel echter teniet. Twintig procent meer (danwel minder) glasoppervlak levert een stijging (cq daling) van tien procent van de energiebehoefte op, ofwel een 6 kWh/m2, dus bijna een kwart van de eerste BENG-eis. De oriëntatie van de woning (Oost-West ten opzichte van Noord-Zuid) geeft marges van 5 kWh/m2. Triple-glas, zonwering, gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning en CO2-sturing zijn allemaal knoppen waaraan je kunt draaien om aan de eerste BENG-eis te voldoen.

Conclusie
De voorlopige conclusie uit het onderzoek is dat BENG haalbaar is wanneer de bouwer alle vrijheid heeft. Knelpunten ontstaan bij niet-standaard grondgebonden woningen (zoals patio, inpandige garages of met sprongen in doorsnede) en bij appartementen (vooral in de duurzame energie-opwekking).

Download de presentatie van Harm Valk


Gerelateerde berichten

Tags:

BENG ZEN

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties