Zomernachtventilatieluik is prima remedie tegen oververhitting

Verslag van de sessie over het koelen van nieuwbouwwoningen met Carl-peter Goossen tijdens de ZEN Platformbijeenkomst op 19 november – door Anton Coops

Moderator Jan Fokkema (directeur NEPROM) vraagt aan Carl-peter Goossen om aan het begin van de sessie de conclusie van zijn betoog alvast in een paar zinnen samen te vatten. Het antwoord is vrij technisch: “Geen actieve koeling gebruiken, ook geen vloerverwarming, en gaan voor één zomernachtventilatieluik op de begane grond. In plaats van vloerverwarming gebruik je bijvoorbeeld convectoren of radiatoren”.

Carl-peter Goossen is directeur van de BouwNext groep, bestuurslid van Stichting KERN (Kennisinstituut Energetische Renovatie en Nieuwbouw) en voorzitter van vereniging DNA in de Bouw. DNA in de Bouw is momenteel partner in het Europese Horizon 2020 project AZEB (Affordable Zero Energy Buildings) dat erop is gericht om zeer energiezuinige nieuwbouw betaalbaar te maken door middel van integrale procesoptimalisatie. DNA in de Bouw werkt ook aan een breed gedragen franchisestructuur voor kostenneutrale energetische renovatie met prestatiegarantie.

Het thema van de ZEN-bijeenkomst van 19 november is oververhitting. De presentatie van Carl-peter Goossen is geïnspireerd door de passiefbouw-filosofie. Hij begint zijn verhaal dan ook met een nauwkeurige analyse van de effecten van instraling door de zon. De eerste casus is meteen prikkelend. Het zogenaamde ‘Eco Huus’, een project van Goossen, is een vrijstaande woning die in de winter last heeft van oververhitting vanwege de ‘optimale’ oriëntatie op de zon. “Deze woning heeft een zomernachtventilatieluik, en dat is nu ook een winterdagventilatieluik geworden.”

Hitte vanuit het Oosten
Als het over de oriëntatie gaat, dan is het eerste aandachtspunt dat een woning met veel ramen op het Oosten een grotere kans heeft op oververhitting. Goossen komt tot deze lichtelijk tegen-intuïtieve bevinding door de stand van de zon goed te verdisconteren: hoe hoger de zon staat, hoe minder zontoetreding.

“En nu wordt mijn verhaal even wat technisch, maar ik wil toch uitleggen wat er daardoor ontstaat,” waarschuwt Goossen. Aan de hand van de weerstatistieken van de recordbrekende hittegolf die in juli 2019 plaatsvond concludeert hij dat het temperatuurmaximum tijdens een hittegolf weliswaar hoog is, maar dat het minimum wel degelijk ruimte laat voor koeling met een zomernachtventilatieluik. Deze stelling licht Goossen nader toe aan de hand van een berekening van twee weercondities (een passiefhuis-methode) en een energetische winst- en verliesrekening in de vorm van een grafiek waarin de bijdrage van zonnewarmte wordt afgezet tegen het energieverbruik van een woning. Deze gegevens worden vergeleken voor de varianten EPC 0,4 en BENG (zie presentatie p. 7 en 9 voor meer informatie).

Goede isolatie helpt
Het volgende punt dat Goossen wil maken is dat goede isolatie een gunstig effect heeft op de kans op oververhitting (zie presentatie p. 10 – 13). Door te kijken naar de optelsom van de warmtebelasting per oriëntatie (zie presentatie p. 12 en 13 en vergelijk de waarden voor de ‘som niet-transparante oppervlakten’) blijkt dat een passiefhuis met hoge isolatiewaarden veel minder last heeft van warmtebelasting door zoninstraling dan een EPC 0,4 woning. “Als in de zomer de volle zon op een slecht geïsoleerde gevel staat warmt die op tot zo’n tachtig graden en die warmte trekt naar binnen. Als je een passiefhuis-gevel neemt, met ongeveer dezelfde waarden voor het glas, komt er via die route veel minder warmte binnen.” Goossen wijst erop dat hij bij aannemers nogal wat verwarring constateert op dit punt, en hij herhaalt daarom zijn boodschap: “Goede isolatie helpt juist om de kans op oververhitting te verlagen”.

Er zijn meer dingen die misgaan in de strijd tegen oververhitting. Zo is het van belang dat een zomernachtventilatieluik alleen ’s nachts wordt opengezet en dus niet overdag – wat in de praktijk uiteraard wel eens voorkomt door onjuiste voorlichting. Een heel ander voorbeeld van een misser is een technische ruimte waar het veel te warm wordt. Goossen laat een foto zien van twee boilers en een netwerk van ongeïsoleerde leidingen en appendages. Het gevolg is dat het in de gang ernaast veel te heet wordt.

Lekker warm met een Ziggobox
Een andere factor die moet worden meegenomen is de interne warmtelast. Dan denken we niet alleen aan de organische warmtebijdrage die de bewoners leveren, maar zeker ook aan de ‘Ziggobox’ die continu 36 watt levert, goed voor 315 kWh op jaarbasis. “Daarmee kun je een passiefhuis in het voor- en najaar redelijk op temperatuur houden.” Ook de zwaarte van de constructie is van invloed. Een massief ontwerp heeft voor koeling een lagere energiebehoefte dan bijvoorbeeld houtskeletbouw.

Liever één boom dan vier airco’s
Carl-peter Goossen is duidelijk voorstander van passieve koeling. “Met één zomernachtventilatieluik heb je het TOjuli probleem opgelost. Het werkt ontzettend goed – als de bewoners het principe maar begrijpen. Dan heb je zelfs geen behoefte aan actieve koeling.” Een andere vorm van passieve koeling is de grondbuis (zie presentatie p. 21). Deze oplossing nivelleert extreme temperaturen in zomer én winter.

Het is niet mogelijk om het zonwerende effect van bomen mee te nemen bij een TOjuli-berekening. Goossen wil toch graag benadrukken wat het effect is van de fraaie volwassen acacia die in zijn eigen tuin staat: “Een boom voor je huis staat gelijk aan vier airco’s”.

Heat island effect
“Wat moeten we doen met heat island effecten?” Uit onderzoek blijkt dat in de zomer het temperatuurverschil tussen een natuurlijke omgeving en een sterk verstedelijkt gebied zo’n drie tot zelfs tien graden kan bedragen. Een fors verschil. “Dat betekent dat we gezamenlijk iets moeten gaan doen. Steden moeten vergroend worden – en wel op alle plekken. Dus niet alleen bushokjes met een groen dak erop, maar echt de helft van de verharding weghalen,” vindt Goossen.

Actieve koeling
Tot slot behandelt de passiefhuis-adept de mogelijkheden voor actieve koeling. “Met vloerverwarming kun je alleen hoog temperatuur koelen. Je moet boven de 18 graden blijven in verband met de kans op condensvorming op de vloer. Daardoor kun je dus maar beperkt koelen, en het effect is pas na een tijdje merkbaar. Ik vind dat persoonlijk helemaal niks.” Jan Fokkema wijst erop dat uit het woonbelevingsonderzoek van het ZEN-platform blijkt dat vloerverwarming juist gewaardeerd wordt door bewoners. Het lijkt dus lastig om een technische (deel)oplossing los van een totaalconcept op z’n merites te beoordelen.

Een fancoil met waterafvoer vindt Goossen een stuk interessanter, omdat je daarmee droge lucht maakt. Als het gaat om thermisch comfort is de relatieve luchtvochtigheid immers ook een belangrijke variabele.

Ontwerptool
De sessie wordt afgesloten met een korte blik op de nZEB-tool en de geheel vernieuwde analyse tool in SketchUp: DesignPH 2.0. Goossen demonstreert een paar nieuwe functies van de software, zoals de doorrekening van ramen inclusief ‘schaduwmaskers’ waardoor je goed kunt zien wat er gedurende het jaar gebeurt op het gebied van temperatuuroverschrijding en passieve opwarming in de winter.

Download de presentatie van Carl-peter Goossen

Lees meer over DesignPH


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties