Zonwering en zomernachtventilatie grootste TOjuli-remmers

Verslag van de sessie over TOjuli en oververhitting tijdens het ThuisCongres ‘BENG! ZO DOE JE DAT’, met Cees Leenaerts (W/E Adviseurs) en Anneloes van der Woude (NVB-Bouw) – door Henk Bouwmeester.

Iedereen herinnert zich de zomer van 2019 met maxima boven de 40 graden. Door een grens te stellen aan de kans op temperatuuroverschrijding wil de overheid bevorderen dat woningen ook in de zomer comfortabel zijn. Deze kans wordt uitgedrukt met het indicatiegetal TOjuli. Cees Leenaerts licht toe wat dit getal betekent en hoe je kunt zorgen dat TOjuli niet hoger is dan 1,0.

GTO-berekening
De kans op temperatuuroverschrijding kun je bepalen met een dynamische berekening. Daarvoor bestaat simulatiesoftware. Je voert alle gegevens van de woning in en het programma berekent hoe de temperatuur in verschillende ruimtes verloopt. Dat vergelijk je met een norm. Vervolgens is het een kwestie van tellen hoeveel uur per jaar deze norm wordt overschreden. Een grote overschrijding telt zwaarder dan een kleine, waarmee de som het gewogen aantal uren temperatuuroverschrijding is. Volgens de bouwregelgeving mag het aantal GTO-uren niet groter zijn dan 450.

Eenvoudige indicator
Cees: “Zo’n berekening is veel werk. Dat wil je niet voor iedere woning in een project doen. De TOjuli is een eenvoudige indicator die gekoppeld is aan BENG. Wij hebben laten zien dat er een goede correlatie is tussen GTO-uren en TOjuli.” Het blijkt dat 450 GTO-uren grosso modo overeenkomt met een TOjuli van 1,0. Daarom is dat als grenswaarde gesteld. Cees: “Als een woning niet aan TOjuli voldoet, mag je nog steeds een GTO-berekening maken. Dan moet daaruit blijken dat het aantal GTO-uren niet meer is dan 450. Maar in de praktijk zou ik dat alleen doen als de TOjuli maar nèt boven de 1,0 zit. Is TOjuli groter dan 1,5, dan zal ook de GTO-berekening te hoog uitkomen.”

Bodemwarmtepomp
De TOjuli-berekening is gekoppeld aan BENG. Met UNIEC 3 worden alle indicatoren op basis van dezelfde invoer berekend. Als een woning actieve koeling heeft, wordt TOjuli op nul gesteld. Dan is de kans op temperatuuroverschrijding automatisch beperkt en is een aparte berekening niet nodig. Wat is actieve koeling? Dat kan een koelapparaat zijn zoals een airco (let op BENG 2), maar ook een bodemwarmtepomp (ook al spreekt men dan meestal van passieve koeling). Heeft een woning geen actieve koeling, dan moet bij de vergunningaanvraag een TOjuli-berekening worden ingeleverd.

Invloedsfactoren
Wat heeft nu invloed op de TOjuli? De belangrijkste maatregelen liggen besloten in het basisontwerp van de woning. Vooral de bouwmassa, de woningoriëntatie en de grootte van ramen zijn bepalend. Zo kan met een verdubbeling van het raamoppervlak het aantal GTO-uren tien keer zo groot worden. De oriëntatie van de woning kan wel drie keer zoveel GTO-uren opleveren.

Zonwering en zomernachtventilatie
Na het basisontwerp zijn zonwering en zomernachtventilatie de grootste TOjuli-remmers. Cees: “Zonwering is buitengewoon effectief. Maar ook met zonwerend glas kun je aan de eisen voldoen, al is het daarbij belangrijk te beseffen dat zonwerend glas ook de warmtewinst in de winter beperkt. Dat is ongunstig in de BENG-berekening.” Ook zomernachtventilatie heeft een grote invloed. Ramen kunnen echter niet altijd open vanwege inbraakrisico, regen en insecten. Daarom zijn er systemen bedacht met luiken. Cees: “Je kunt deze voorzien van een regeling waarmee ze automatisch openen als het buiten koeler is dan binnen. Dus niet alleen in de nacht. Dat kan het aantal GTO-uren nog verder beperken, vooral in een woning met houtskeletbouw zie je daarvan een duidelijk effect.” Ook tweezijdige zomernachtventilatie, met een tweede spuivoorziening op zolder, geeft extra resultaat.

De grootste TOjuli-remmers
Zonwering groot
Gebouwmassa groot
Isolatieniveau beperkt
Raamgrootte groot
Oriëntatie zonder zonwering groot
Met zonwering beperkt
Afmeting spuivoorzieningen groot
Zomernachtventilatie zware bouw groot
Lichte bouw groot indien ook overdag gebruikt
Invloed bewoners groot


En de bewoner?

Bewoners hebben uiteindelijk de meeste invloed op het aantal GTO-uren. Met name de manier waarop bewoners de voorzieningen gebruiken die de woning biedt. Het gebruik van buitenzonwering en spuivoorzieningen maakt het verschil. Datzelfde geldt voor de interne warmtelast door huishoudelijke apparaten. Op dat gebied is er met goede communicatie nog een wereld te winnen. In de regelgeving kan die bewonerscomponent echter niet worden meegenomen.

Zie ook de ZEN-publicatie ‘Eisen aan temperatuuroverschrijding in nieuwe woningen’.

Download de presentatie van Cees Leenaerts


Onderstaande vragen van deelnemers werden tijdens de sessie beantwoord door Pieter Nuiten (W/E-adviseurs).

V: Als je koelt met b.v. een LWP dan is TOjuli gelijk niet meer van toepassing. maar wordt er dan ook gekeken naar hart op hart afstand van de vloerverwarmingleidingen?
A: Nee, net als bij andere installaties gaat de NTA er vanuit dat het ontwerp passend is. Net zoals je voor de EPC ook niet hoeft te onderbouwen dat het vermogen van een warmtepomp toereikend is voor de warmtevraag.

V: Wordt met znv alleen een luik bedoeld of kan dit ook via wtw/mechanische ventilatie in een hogere stand?
A: Nee, znv is echt bedoeld als koeling door middel van meer natuurlijke luchtstroming.

V: is het verschil groot tussen een woning met twee tegenoverliggende roosters t.b.v. znv ten opzichte van enkelzijdig een rooster?
A: Ja, dat is een significant verschil.

V: Dient er bij zomernachtventilatie een berekening van een minimaal oppervlak te worden gemaakt, of is het opnemen van een voorziening al afdoende?
A: Het oppervlakte van de voorziening (ook het aandeel luchtdoorlatend) is een invoerparameter. Grotere voorziening geeft lagere TOjuli.

V: Zit er verschil tussen hoekwoning en tussenwoning met zomernachtventilatie?
A: In principe niet, maar 2-zijdige zomernachtventilatie heeft wel een groter effect dan enkelzijdige.

V: ZNV kan toch niet alleen 1 luik zijn? ik moet toch kunnen ‘schoorstenen’?
A: Nee, kan ook enkelzijdig.

V: Is er weer verschil tussen handmatig bediende zonwering en automatisch?
A: Ja, die worden anders gewaardeerd in de NTA.

V: Is het mogelijk om PCM te waarderen voor TOjuli en de GTO methodiek?
A: Voor zover ik weet niet in de NTA en dus ook niet in TOjuli. Het kan wel in de GTO-berekening.

V: In houtskeletbouw, helpt het om pcm’s in de binnenafwerking te verwerken?
A: Ja, want meer warmteaccumulatie. Dat helpt om de meest extreme pieken te dempen. Het leidt niet in alle omstandigheden tot een lagere waarde voor TOjuli

V: Wat zijn de eisen voor het gebruik, interne warmtelast door apparatuur, mensen en verlichting, welke bijvoorbeeld in een GTO berekening moeten worden aangehouden?
A: Die zijn/worden opgenomen in Regeling Bouwbesluit. Zie https://www.internetconsultatie.nl/regelingbouwbesluitbeng/document/5304

V: Het grafiekje laat zien hoe effectief de zonwering is. Daaruit blijkt dat antraciete zonwering beter functioneert als andere kleur en wit? Je zou toch zeggen dat donkere kleur juist meer warmte aantrekt?
A: Ja, dat was ons opgevallen. Ik heb daar zo snel geen verklaring voor.

V: Is binnenzonwering ook een mogelijkheid?
A: Ja. NTA stelt daar wel eisen aan, binnenzonwering moet onlosmakelijk onderdeel zijn van het klimatiseringssysteem. Effect is ook minder dan van buitenzonwering.

V: Welke impact heeft actieve koeling op je BENG2?
A: Toepassen van een koelinstallatie zal leiden tot een hoger energiegebruik en daarmee een hogere waarde voor BENG2. Niet koelen is daarmee gunstig voor BENG2 (maar niet zo gunstig voor het binnenmilieu).

V: Op welke hoogte in de woning wordt de temperatuur overschrijding in de berekening “gemeten”? (Begane grond, eerste verdieping, zolder of bij gestapelde bouw: 10e, 11e, etc. verdieping?)
A: De eisen gelden per individuele woning, op alle verdiepingen in een woongebouw. Het gaat om de berekende temperatuur in de rekenzone. NTA gaat er vanuit dat dat een homogene temperatuur is. (Let wel, NTA is op dit punt misschien niet zo genuanceerd als je zou willen.)

V: Gaat het om het gemiddelde van alle ruimtes?
A: TOjuli wordt berekend per orientatie (cf NTA 8800). Onderverdeling naar ruimten is niet aan de orde bij NTA-berekeningen.

V: Hoe verhouden de berekeningsresultaten zich tussen deze methoden ongeveer in +/-%?
A: Dat is niet zo eenvoudig aan te geven. Er is een correlatie, maar omdat resultaten met verschillende rekenmethoden vergeleken worden (multizone dynamisch versus één zone statisch in de NTA) is dat erg afhankelijk van de invoer/gebouwontwerp.

V: Waarom is gekozen voor een maandmethode i.p.v. een uurlijkse methode?
A: Uitgangspunt was aansluiten bij NTA 8800 en de invoer die daarvoor nodig is. De berekening zelf mag niet leiden tot extra inspanning. NTA 8800 is een maandmethode.

V: Uurlijkse waarde geeft een beter beeld dan maandelijkse. In Va 114 wordt ook zo gerekend.
A: Klopt, maar dat geeft ook veel meer werk voor het berekenen van het risico op oververhitting. Een uurlijkse berekening met VA114 of vergelijkbaar mag nog steeds. En mocht altijd al natuurlijk.

V: Over welke temperatuur hebben we het precies als deze overschrijdend is?
A: In de GTO-methode gaat vanaf 27 graden (binnen) de overschrijding meetellen.


Gerelateerde berichten

PARTNERS

NEPROM NVB Bouwend Nederland Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties